De regionale werkgroep

De regionale werkgroep “VSV en Kwetsbare Jongeren” bestaat uit vertegenwoordigers uit de gehele regio. V.l.n.r. ziet u Reinoud van Uffelen, Marloes van de Camp, Ronald Nijhuis, Liesbeth Endendijk en Ruby de Jong.

Hier vindt u de contactgegevens!

Peer Coaching op het Koning Willem I College

Het is belangrijk dat studenten wat hulp en begeleiding ervaren van iemand die in leeftijd wat dichter bij hen staat. Met een mooi woord noemen we dit Peer Coaching.

Peer coaching is een manier van samenwerken en elkaar ondersteunen, die wereldwijd veel voorkomt in het onderwijs, in de hulpverlening, in de zorg en in het bedrijfsleven. Peers helpen elkaar met behulp van hun eigen kennis, inzicht en ervaring. Je ziet dit bijvoorbeeld in zelfhulpgroepen, patiëntenverenigingen, maar ook in de ICT, waar gebruikers van applicaties elkaar online ondersteunen. “Peer” betekent, dat je op veel manieren gelijk aan elkaar bent en/of in dezelfde omstandigheden verkeert. Je bent leeftijdgenoten, collega’s, makkers (buddy’s) en je zit op school of werkt in een bedrijf, in een ziekenhuis of als vrijwilliger in een hulporganisatie. De overeenkomst is de leeftijdsfase, de omstandigheden waarin ze verkeren en de eisen die aan hen gesteld worden. 

22 juni was er op het Koning Willem I College een feestelijke bijeenkomst voor coaches. Zij waren dit schooljaar actief in de begeleiding van studenten die wat extra hulp konden gebruiken.Veel coaches zijn oud-leerling, HBO-student en/of beginnend docent.

Ingrid Mollen en Anja van Esch hadden een persoonlijk woordje voor alle coaches en in het bijzonder voor Sadika Zaryouh (Sociaal Maatschappelijke Studies) en Martine van den Oever (A-Academy) die het traject coördineerden. Wij bedanken alle coaches voor hun inzet. Ook volgend schooljaar zullen er weer coaches op het Koning Willem I College actief zijn.

Netwerk tegen polarisatie en radicalisering

In het stadion van FC Den Bosch vond op 8 april bijzonder samenspel plaats. De aftrap van een netwerk tegen polarisatie en radicalisering werd gedaan door 45 mensen van zeer diverse organisaties. Het netwerk stelt ontmoeten en verbinden van mensen centraal. De deelnemers aan het netwerk rollen een positieve publieke campagne uit door zichtbaar te maken welke activiteiten mensen tot verbinding brengt.

Wethouder Logister: “Teleurstelling en gebrek aan perspectief geeft mensen het gevoel dat ze er niet bij horen. Dit netwerk is ‘doel’gericht doordat scholen, woningbouwcorporaties, welzijnswerk en zorg, moskeeën en kerken, politie en verenigingen elkaar aan de bal brengen. Iedere Bosschenaar speelt mee. Iedereen die woont in ‘s-Hertogenbosch is een Bosschenaar.”

Foto: v.l.n.r.: Ankie de Laat (Kindcentra 0-13), wethouder Eric Logister en Edward van Wonderen, directeur FC Den Bosch: Samenspel maakt sterk

Taart in Den Bosch

Op de dag van de leerplicht werd er ook in Den Bosch taart uitgedeeld aan klassen met een hoog aanwezigheidspercentage.

Leerplichtambtenaren van de gemeente deelden taart uit in het voortgezet onderwijs, zoals Anne-Marie van der Zee op het Sint Jans Lyceum. Brabants Dagblad schreef erover. 

Aleksandra Essens-Berak bezocht diverse klassen op het Koning Willem I College en bij Helicon Opleidingen. (Zie onderstaande fotoreportage.)

Marijke Mahieu is al enige tijd uit de running na een ongelukkige val van de fiets. Wij hopen haar snel weer te zien.

Namens het Programma “Aanval op Schooluitval” bedank ik Aleksandra, Marijke, Anne-Marie en alle andere leerplichtambtenaren van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en omliggende gemeenten.

Reinoud van Uffelen, Programmamanager VSV

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Je hebt ook iets uit te leggen als je niks gedaan hebt

foto’s: Ad Siemons

“Je hebt ook iets uit te leggen als je niks gedaan hebt.” Het was één van de vele treffende uitspraken van Mr. Jolanda van Boven in haar lezing “Privacy in de keten” op 12 januari 2016.

De bijeenkomst vond plaats op het Koning Willem I College en werd georganiseerd in samenwerking met Samenwerkingsverband de Meierij en de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

Jolanda van Boven is dé landelijke deskundige op het gebied van Privacy en met de nodige metaforen zoals “het nieuwe huis” en “het Zwitserse zakmes” nam ze het publiek mee in haar juridische verhaal. Dat ging zeker niet alleen over de beperkingen die er zijn, maar ook over creatieve oplossingen: over hoe we in het belang van het kind met elkaar de juiste informatie kunnen uitwisselen zonder daarbij de privacy te schenden. Het transparantiebeginsel staat daarbij voorop. “Ieder mens heeft het recht te weten wat er waar vastligt en wat wordt uitgewisseld tussen wie.”

De lezing werd kort ingeleid door Reinoud van Uffelen, programmamanager VSV, en Mohamed Hajiabdi van de Waterfabriek.

AS1_6625.jpg

Bas Wesseldijk van Samenwerkingsverband de Meierij ging in op het belang van goede samenwerking in de keten en constateerde dat we in de regio op de goede weg zijn.

AS1_6633

Het publiek bestond uit een kleine 100 toehoorders uit de kinderopvang, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs, het mbo, maar ook medewerkers van diverse gemeentes en maatschappelijke organisaties.

En voor iedereen was er een flesje water van de Waterfabriek.

dewaterfabriekflyer

Masterclass “Pijnlijke Contacten”

Ronald Hünneman komt naar onze regio. Hünneman is filosoof en docent bij de studie kunst, cultuur en media aan de universiteit van Groningen. De lezing “Pijnlijke Contacten” is onderdeel van de module “LOB en Kwetsbare Jongeren” die zowel in Oss als in ‘s-Hertogenbosch door een groep mensen gevolgd wordt. Maar omdat de lezing erg interessant is en de zaal groot genoeg is deze ook toegankelijk voor andere geïnteresseerden.

Hünneman was op 5 januari in ‘s-Hertogenbosch en komt op 1 april naar Oss.

Aanmelden is helaas niet meer mogelijk.

Een lezing over de wereld van jongeren, met name die jongeren die sociaal of communicatief minder goed uit de voeten kunnen. Dit is een pakkend, zinvol, bruikbaar, realistisch en erg prettig gebracht verhaal dat continu boeit. Een aanrader, eigenlijk een must voor iedereen die met jongeren aan de slag is. Voor velen zal het een andere manier van kijken naar onze jongeren betekenen.

Hieronder een uitgebreidere beschrijving van de inhoud.

Pijnlijke contacten in de geest van anderen

Door: Ronald Hünneman (docent/onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen)

hunneman

De gedachtesprong waarbij we ons verplaatsen in de geest van een ander is lastig, heel lastig. Zo voelt dat overigens niet voor de meesten van ons. Met speels gemak houden we voortdurend de geest van de mensen om ons heen in de gaten. We hebben een redelijk beeld van de gevoelens en gedachten van onze partners, onze kinderen, familie, vrienden en collega’s. En als we iemand tegenkomen die totaal anders in het leven staat, dan lukt het ons in de meeste gevallen wel om onszelf in haar of zijn positie in te leven.

Voor sommige mensen ligt dat moeilijker. Zij hebben die volautomatische blik op de geest van de ander niet, of in mindere mate. Daardoor zien zij gedachten, gevoelens en motieven niet die voor anderen klip en klaar zijn. Je zou kunnen spreken van sociale slechtziendheid. Daarbij zijn sommigen sociaal blind, anderen sociaal slechtziend, en weer anderen hebben een bril of alleen een leesbrilletje nodig.

Bij het omgaan met mensen met een beperkte sociale blik gaat het er in eerste instantie om een goede beschrijving te geven van wat iemand wel en niet kan. Welke sociale situaties kan iemand nog wel begrijpen, en welke niet? Hoe gaat iemand om met ruzies? Met samenwerken? Met list en bedrog? Met humor, liefde, jaloezie? Met cynisme? Enzovoort, enzovoort. Een dergelijke beschrijving is geen diagnose (het laat niet zien wat de oorzaak is), maar kan wel worden gebruikt om te bepalen op welke punten iemand hulp nodig heeft.

Deze lezing is bedoeld om geïnteresseerden gevoelig te maken voor de problemen van mensen met een beperkte sociale blik. Daarnaast wordt een heldere methode aangereikt om de wereld vanuit een contactarm perspectief te bekijken. Daarbij zal blijken dat normale communicatietechnieken lang niet altijd kunnen worden toegepast, en zelfs het contact pijnlijk kunnen maken. Op basis van dit nieuwe perspectief zal begeleiding van cliënten aangepast of verscherpt kunnen worden, want juist bij een contactstoornis is maatwerk geboden.

Sociale omgeving en sociale intelligentie

Een van de meest lastige aspecten van het werken met mensen is dat er tussen mensen grote verschillen in sociale intelligentie bestaan. De variatie in sociale intelligentie, of sociale handigheid, is minstens zo groot als de spreiding in IQ. Tegelijkertijd is het mensen die sociaal niet zo handig zijn uitermate lastig om zich in onze steeds socialer wordende wereld te handhaven. Niet alleen zorgen nieuwe media en technologie voor een toenemende sociale complexiteit, ook de wijze waarop het onderwijs en instellingen zijn gestructureerd, stelt steeds hogere eisen aan sociale intelligentie. In deze workshop leert u hoe u naar het gedrag van mensen kunt kijken om problemen op het gebied van sociale handigheid te signaleren. Daardoor krijgt u inzicht in de “sociale blindheid” van sommige jongeren en volwassenen. Samen met u zullen we nadenken wat dit betekent voor de sociale inrichting van uw school of instelling.

Elke student is er eentje

In schooljaar 2014-2015  heeft op het Koning Willem I College  het project A-coach voor het eerst gedraaid. Leden van de Alumnivereniging A-academy hebben zich ingezet om zittende leerlingen te coachen en begeleiden.

“Wat mij zo aansprak aan het idee was de eenvoudige gedachte om voor elkaar iets te kunnen betekenen.” zegt Martine van den Oever van de A-Academy.

“Tijdens mijn eigen studie heb ik ook veel zware periodes gekend, maar altijd een mentor gehad die achter me stond en me overal doorheen trok. Dan moet je natuurlijk wel net die ene uitzonderlijke mentor hebben die daar wat extra tijd voor neemt. Maar waarom alleen een mentor? Dat kunnen wij toch ook voor elkaar betekenen… En daar was mijn motivatie. Ik kijk terug op een jaar waar we misschien maar een paar studenten hebben kunnen helpen. Maar elke student is er eentje! En ik hoop dat we er dit jaar ook zo weer een paar kunnen helpen.”

Er waren afgelopen schooljaar voor de groep coaches ook 4 bijeenkomsten georganiseerd voor kennisdeling, coaching vaardigheden en uitwisseling van ervaringen. De bijeenkomsten werden geleid door Ingrid Mollen, trainer en coach van de Academy of Teaching & Learning. Naast deze bijeenkomsten hebben bijna alle A-coaches één of meerdere leerlingen begeleid. Een van de A-coaches was ook actief in de vrijwillige coaching bij de afdeling SMS.

Wat goed ging:

  • Enthousiaste deelname en betrokkenheid bij de bijeenkomsten.
  • Oppakken van coachingstrajecten door gekoppelde coaches verliep vlot door beschikbaarheid.
  • Leergierigheid op het gebied van coachingsvaardigheden.
  • Naast individuele trajecten zijn er ook groepjes begeleid op het gebied van studievaardigheden en planning.
  • Er is een A-coach Handboek samengesteld, er is een procedure van aanmelding tot en met evaluatie gevolgd, die uniform is en transparant. Hiervoor is dankbaar gebruik gemaakt van de input van de groep vrijwillige SMS coaches.

Wat minder goed ging:

Door de opstart was de coach vaak te laat bij de student, de student was al in een vergevorderd stadium in gevaarzone van VSV

  • Het bleek lastig om studenten vaker dan 2 tot 3 keer te spreken. Het initiatief moest steeds van de coach komen
  • Doordat er niet echt een koppeling tussen afdeling en oud student van die afdeling was verliep het contact tussen mentor en A-coach soms stroef, dwz laat reageren op mail, niet laten weten hoe het verder gaat met student.

Resultaat:

Er zijn in totaal 11 studenten gecoacht van 8 verschillende afdelingen. Hiervan zijn 6 studenten tevreden over de begeleiding die is geboden en zijn de anderen vroegtijdig, na 1 of 2 afspraken met de coach gestopt met het traject. Dit had verschillende redenen.

Afsluiting

acoaches

Op 1 oktober was er een feestelijke uitreiking van een Bewijs van deelname voor de A-coaches en ook de vrijwillige coaches van de afdeling SMS, gekoppeld aan een workshop. Op Facebook meer

Conclusie

De opstart van het project heeft tijd nodig gehad. Nu er meer contacten zijn binnen de afdelingen zal er sneller contact tussen student en A-coach kunnen ontstaan.

Ook zou het goed zijn om oud studenten van/aan de afdeling te koppelen waardoor de zorgcoach of begeleiders van de sectorklassen een kort lijntje hebben waardoor de communicatie directer verloopt.

Mijn advies zou zijn om de werving van A-coaches en de koppeling van deze vrijwillige coaches aan de studenten via de afdeling/sector te laten verlopen.

Voor de trainingsavonden en intervisiebijeenkomsten kunnen de A-coaches aansluiten bij de vrijwillige coaches van de afdeling SMS, die een doorstart maken.

Al met al mogen we tevreden zijn met dit enthousiaste project en de inzet van de oud-studenten.

Alle oud-studenten van de A-Academy bedankt voor jullie inzet en betrokkenheid!

Met vriendelijke groet,

Ingrid Mollen en Reinoud van Uffelen

Connie van Hees en Jeanne van der Kaa van start met Coachklas op Niveau 2

door: Reinoud van Uffelen

Sinds dit schooljaar is er op het Koning Willem I College ook een coachklas op Niveau 2. De klas is gesitueerd op het KMVO. Op het Koning Willem I College bestond er al een coachklas op de Entreeopleidingen en vanuit de aanpak Kwetsbare Jongeren is er nu ook een dergelijke klas voor studenten die op Niveau 2 een opleiding volgen.

Doel van de coachklas is dat door extra ondersteuning te bieden meer studenten doorgaan naar leerjaar 2 en meer studenten de startkwalificatie gaan behalen.

De coachklas is er in ieder geval voor:

  • Studenten die niet in staat zijn om zonder extra begeleiding en persoonlijke aandacht van de school de opleiding met succes af te maken.
  • Studenten die wel de cognitieve capaciteiten hebben, maar gedragsmatig niet in staat zijn om de schoolloopbaan met succes af te ronden.
  • Studenten die onvoldoende profijt hebben van de extra zorg die in de reguliere setting geboden wordt.
  • Studenten die tijdelijk geen stageplaats hebben.

Op dit moment nader wordt nader vorm en inhoud gegeven aan de coachklas. Jeanne van der Kaa en Connie van Hees doen dat in nauwe samenwerking met zorgcoach Margot Segers en jongerenwerker Sivo Brown.

“Pedagogisch uitgangspunt van de coachklas is dat het een klas is waar studenten graag komen, zich welkom voelen en extra begeleiding en steun ervaren’, aldus teamleider Simone Simons. “De coachklas is een fysiek aanwijsbare klas die dagelijks open is”.

“Het is echt een maatwerk traject voor leerlingen die even niet mee kunnen met de groep. Het is dus beslist géén dumpklas” zegt Connie van Hees.

Heldere adviezen van Helma Winnubst

In vierde leerjaar van de Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn aan de HAN te Nijmegen deed docente in opleiding Helma Winnubst een onderzoek bij de opleiding doktersassistente op het Koning Willem I College.

Winnubst: “Mijn collega’s memoreerden vaak dat er (te) veel studenten vroegtijdig de opleiding verlaten of vertraging oplopen. Bij navraag naar de oorzaken hiervan, konden zij geen duidelijk antwoord geven”.

Doel van het onderzoek was om de oorzaken van het vroegtijdig beëindigen van de opleiding en het oplopen van vertraging bij leerlingen van de doktersassistenteopleiding van het Koning Willem 1 College te ’s-Hertogenbosch te achterhalen. Er zijn vier lesgroepen betrokken in het onderzoek, in totaal 103 leerlingen, die in 2010 en 2011 met deze driejarige opleiding gestart zijn. Met behulp van drie schema’s zijn de oorzaken en het leerjaar van verlaten van de opleiding, en de oorzaken en het leerjaar van de opgelopen vertraging in kaart gebracht. Deze schema’s zijn tot stand gekomen middels informatie ontvangen van de administratie van de afdeling, het geautomatiseerde systeem van het College en middels het afnemen van een interview met de betreffende mentoren.

Uit de resultaten blijkt dat onvoldoende motivatie de belangrijkste oorzaak is voor het vroegtijdig beëindigen van de opleiding. De meest voorkomende oorzaak voor het oplopen van vertraging is het niet behalen van de proeve (het praktijkexamen)

Op basis van de onderzoeksresultaten zijn aanbevelingen gedaan aan het onderwijsteam met als doel het aantal vroegtijdige stoppers en vertragers van de DA-opleiding te verlagen. Voor het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten van onze opleiding is geadviseerd een motivatiecheck cq studiekeuzecheck bij de aanmeldprocedure af te nemen. Tevens is het advies gegeven het begeleiden van studenten naar de proeve toe, onder de loep te nemen.

Sivo Brown: jongerenwerker tussen de studenten

Op het Koning Willem I College werkt Sivo Brown als jongerenwerker van Welzijn Divers tussen de studenten.

“Het woord Jongerenwerker is in welzijnsland geloof ik een achterhaald begrip, maar op school noemen wij Sivo gewoon onze jongerenwerker” zegt Reinoud van Uffelen, programmamanager VSV.

Als jongerenwerker motiveert Sivo jongeren om hun mogelijkheden te ontdekken, hun talenten te ontplooien en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

sivo

“Dit jaar heb ik net als vorig jaar met veel plezier gewerkt op de afdelingen Ondernemersacademie en Finance, Banking & Insurance. De mentoren en zorgcoaches weten me daar inmiddels goed te vinden” vertelt Sivo. “Nieuw is mijn aanwezigheid op de afdeling KMVO, een afdeling voor Niveau 2-opleidingen. Daar ben ik in ieder geval één vaste dag in de week, maar ook op de andere dagen ben ik regelmatig daar te vinden. Ik word daar nu ook betrokken bij de start van een coachklas. Deze is bedoeld om extra hulp en begeleiding te bieden aan jongeren die dreigen uit te vallen. De lijntjes zijn kort en dat is fijn.”

Hoewel de jongerenwerker is gekoppeld aan drie afdelingen weten mentoren van andere afdelingen hem soms ook te vinden. Het afgelopen schooljaar had Sivo 54 studenten in een traject. De meeste trajecten zijn inmiddels afgesloten, een aantal loopt nog  door in het nieuwe schooljaar. Een klein aantal van de 54 studenten heeft inmiddels een diploma gehaald, maar het merendeel zit nog op school. Een paar keer was een traject ook niet succesvol en schreef een student zich uit.

Het uitgangspunt op het Koning Willem I College is dat iedere student de begeleiding krijgt die nodig is om succesvol te kunnen zijn. Daarbij is het eerste aanspreekpunt voor de student de mentor. Voor advies, of bij problematiek die niet in de klasomgeving opgepakt kan worden, kunnen student en/of mentor terecht bij de zorgcoach op de afdeling.

Mentor en zorgcoach werken vanuit het ‘erbij haal model’, dat wil zeggen dat ze in hun advies of interventie altijd de situatie van de student in de dagelijkse context van de klas centraal stellen.

Sivo ziet zichzelf als een ‘criticial friend’ van de school. “Soms vertelt een student mij dat hij weinig of geen contact heeft met de mentor. In dat geval plan ik altijd snel een gesprek met mentor, student en mijzelf. Een goede relatie met de mentor is namelijk superbelangrijk”.

21 uitvallers halen startkwalificatie

Op 7 juli vond op het Koning Willem I College een feestelijke diploma-uitreiking plaats van de Startklas.

“De Succesklas en de Startklas zijn bijzondere vormen van onderwijs binnen het Koning Willem I College” zei afdelingsdirecteur  Arnoud Mortier in zijn openingswoord. “Jullie kwamen met andere verwachtingen naar het Koning Willem I College, maar toen je uitviel op de Niveau 4-opleiding van je eerste keuze heb je hulp en begeleiding gekregen om toch weer vooruit te kijken en nu heb je zelfs een startkwalificatie.”

Dit schooljaar namen 25 studenten deel aan de Startklas. 21 van hen haalden een diploma en 20 van hen waren aanwezig.

Maar Docent/Begeleider Marjon van Zandvoort noemde ook die 4 anderen. “Zij die de opleiding door allerlei privé-omstandigheden afbraken en dus geen diploma haalden verdienen ook een applaus. Zij zijn dit jaar ook gegroeid.”

Marjon van Zandvoort was verantwoordelijk voor de organisatie van de diploma-uitreiking en die was tot in de puntjes verzorgd. Samen met Jacqueline Baselier sprak zij iedere student persoonlijk toe. Zij gaven aan trots te zijn op de studenten die dit jaar vaak grote persoonlijke problemen overwonnen.

Marian van der Sterren, Roger van den Akker, stagiaire Radoyca Ansano en rekendocent Henk Molenschot waren ook aanwezig en vervulden allemaal een rol tijdens de feestelijke bijeenkomst.

Veel van de 21 gediplomeerden gaan volgend jaar toch weer naar school. Een aantal van hen studeert verder op het Koning Willem I College, maar er gaan ook gediplomeerden naar ROC de Leijgraaf, Helicon Opleidingen en Sint Lucas. Een aantal neemt ook een tussenjaar en studeert dus niet verder en dat mag ook want het diploma dat ze vandaag in ontvangst nemen is een startkwalificatie.

De Succesklas bestaat binnenkort tien jaar. De Startklas die voortkwam uit de Succesklas gaat volgend jaar alweer zijn vijfde schooljaar in. De Startklas is in feite een plusvoorziening voor overbelaste jongeren met een diploma-mogelijkheid.

Docenten en begeleiders gaan nu genieten van een welverdiende vakantie.

Terugblik Coachklas 2014-2015

Door: Martijn Traxel

traxel

De coachklas is een VSV-maatregel op het Koning Willem I College om te zorgen dat leerlingen binnen de entreeopleidingen de eindstreep halen.

De coachklas richt zich op de volgende doelgroepen:

  • Leerlingen die buiten de reguliere lessen extra hulp nodig hebben
  • Leerlingen die binnen een (drukke) groep niet functioneren en extra rust nodig hebben om te kunnen concentreren
  • Leerlingen die gedragsmatig niet functioneren binnen de reguliere groep en daardoor tijdelijk (eventueel structureel) een time-out nodig hebben
  • Leerlingen die geen stage of werk hebben
  • Leerlingen die meer uitdagende stof nodig hebben om uitgedaagd te blijven (meerkunners)

Het doel van de coachklas is dat de bovenstaande leerlingen wel op school blijven en daardoor in ons zicht, zodat wij ze op een passende wijze kunnen helpen. Het blijft natuurlijk moeilijk aan te tonen om aan te wijzen hoeveel leerlingen zonder de coachklas afgehaakt zouden zijn, maar het zal voor velen wel een manier zijn voor ons om ze verder te helpen op weg naar een diploma.

Omdat dit het tweede jaar is, is het interessant om de resultaten naast elkaar te leggen waar mogelijk. Zo kunnen we zien dat vorig jaar 76% van onze leerlingen gebruik had gemaakt van de coachklas en dat dit jaar alle leerlingen minimaal één keer voor extra aandacht in de coachklas zijn geweest. Dit zal mede te maken hebben dat het vanaf begin van het jaar al draaide en bekend was voor zowel docenten als leerlingen. Vorig jaar zijn we pas na 2 maanden gestart met deze VSV-maatregel.

Vorig jaar waren er in totaal 112 leerlingen die de mogelijkheid hadden om gebruik te maken van de coachklas en die hebben daar toen 290 keer gebruik van gemaakt in totaal. Dit jaar waren er 85 leerlingen die gebruik konden maken van de coachklas en daar is 543 keer gebruik van gemaakt om verschillende redenen. In totaal is er 123 keer gebruik van gemaakt voor extra rust of extra hulp. 198 keer is er gebruik van gemaakt omdat een leerling niet functioneerde binnen de reguliere klas en daarom een coachgesprek nodig hadden.

In een coachgesprek wordt er aan de hand van een aantal vragen gekeken met een leerling naar wat er aan de hand is en waarom een leerling niet functioneert in de groep. Door samen gesprekken aan te gaan en afspraken te maken met de coach, mentor en leerling zoeken we naar een oplossing voor de leerling. Deze afspraken en oplossingen worden dan op papier gezet zo dat we er later op terug kunnen komen.

168 keer zijn er leerlingen geweest die tijdelijk geen stage of werk hadden, waardoor er in de coachklas een traject werd ingezet om weer een nieuwe werkplaats te vinden. En in totaal is er 54 keer een leerling aan de slag geweest met uitdagendere stof om te zorgen dat zij uitgedaagd zouden blijven. Voor dertien leerlingen is er het ‘meerkunnersprogramma’ voor leerlingen die meer aan konden dan alleen niveau 1. Deze meerkunners gingen het programma van niveau 2 volgen naast het niveau 1 programma in de uitstroom handel. Tijdens het traject zijn 11 leerlingen er tegen aangelopen dat het te zwaar was of dat ze een andere richting in wilden. Daardoor gaan 2 leerlingen uiteindelijk door naar het tweede leerjaar van niveau 2.

Hieronder zie je ook dat de toename enorm is van het gebruik van de coachklas. Maar nogmaals moeten we daar ook bij zeggen dat de coachklas nu veel bekender was bij alle docenten en dat het structureel van het begin van het jaar ingezet is en dat was in het jaar 2013-2014 nog niet het geval.

Verbondenheid + Interactie = Stage

door: Reinoud van Uffelen

In het bestuurscentrum van de gemeente ‘s-Hertogenbosch werd er vandaag onder de titel “Voor elk talent een passende werkplek” een “open coffee” georganiseerd. Er waren ruim 40 toehoorders, voornamelijk medewerkers van de gemeente, maar ook stageconsulenten van het Koning Willem I College.

De bijeenkomst werd geopend door Kees van Weert van de gemeente. Hij ging kort in op de huidige stageproblematiek.

“De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft jaarlijks al best veel stagiaires en afstudeerders, maar wil als organisatie het goede voorbeeld geven door nog méér stageplekken en leerbanen aan te bieden. In de huidige economie is het voor jongeren erg lastig om een (passende) stageplek of leerbaan te vinden. Ze hebben deze stageplaats of leerbaan wel echt nodig! Het is een voorwaarde om hun opleiding te mogen beginnen of juist afronden.”

Vervolgens was filosoof Ronald Hünneman aan het woord. Hünneman werkt op de Rijksuniversiteit in Groningen maar was ook werkzaam als leerplichtambtenaar en in het speciaal onderwijs. “Jongeren willen gezien worden” was de kern van zijn verhaal en in een inspirerend betoog ging hij via Socrates, de marshmallow test, hersenontwikkeling, de planningshorizon en interne motivatie naar stage. Want zo was zijn boodschap. “Zorg dat je die jongeren ziet. Verbondenheid + Interactie = Onderwijs, maar stage is ook onderwijs dus Verbondenheid + Interactie = (ook) Stage.

In het aansluitende gesprek werd door de aanwezigen nog maar eens benadrukt hoe belangrijk het is een stagiaire goed te begeleiden. “We zijn allemaal jong geweest, maar misschien moeten we toch nog eens kritisch kijken naar de manier waarop we met jongeren in onze organisatie omgaan” zei een medewerker.

Ton van den Bersselaar van Actieplan Leerbanen vroeg aandacht voor de doelgroep waarmee hij werkt. “Jongeren die op zoek zijn naar een leerbaan willen gewoon werken en liever zo min mogelijk naar school. Maar ze hebben wel goede begeleiding nodig en dat wordt nog wel eens onderschat.”

De bijeenkomst was een initiatief van Liesbeth Endendijk van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en zij  toonde zich tevreden. “Juist de stage is voor veel jongeren de plek om tot ontplooiing te komen en met deze bijeenkomst hebben we daar binnen onze organisatie weer eens aandacht voor gevraagd.”

De gemeente ‘s-Hertogenbosch opent binnenkort een website waardoor het voor jongeren nog makkelijker wordt te solliciteren naar een stageplaats bij de gemeente.

Rondetafelgesprek “Tweede kans”

door: Katja Brooijmans en Reinoud van Uffelen

Op woensdag 10 juni vond in het stadhuis van de gemeente ‘s-Hertogenbosch een rondetafelgesprek plaats. Daarin werd gesproken over het TOI-project “2nd Chance”. De bijeenkomst werd georganiseerd door Theo van de Veerdonk en Katja Brooijmans van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en Desirée Vonk en Reinoud van Uffelen van het Koning Willem I College.

Op de foto (door Katja Brooijmans) van rechts naar links Matthieu Mes (Cinop), Veronique Stevens (Cinop), Renco Wesseling (Weener XL), Joyce de Vaan (Weener XL), Lindomar Minguel (Amerging), Peter van Roosmalen (Entreeopleidingen KW1C), Ton van den Bersselaar (Actieplan Leerbanen), Ruby de Jong (’t Werktverband), Chantal Ottens (Kamer van Koophandel),Theo van de Veerdonk, Desirée Vonk, Renske Merks (studieadviseur KW1C), Youssef Noudri (wijkwerker) en Reinoud van Uffelen.

TOI staat voor transfer of innovation en de innovatie in dit project is een Duits model waarmee mensen met afstand tot de arbeidsmarkt via een modulair aanbod en zonder eindexamen toch een kwalificatie kunnen halen. “The German model” heet het inmiddels onder de projectdeelnemers en je kunt er van zeggen wat je wilt maar het model deugt. Het draait om individuele talentontwikkeling. In Nederland praten we dan over mensen die buiten het Nederlands onderwijssysteem zijn gevallen, zoals Hans.

Hans is 26 jaar. Hij haalde zijn VMBO-diploma toen hij 16 was en ging een BBL-opleiding Kok doen. Maar eigenlijk wist hij niet waar hij aan begon. Hij kwam er achter dat het niet de beste keus was geweest en hij werd VSV-er. 10 jaar geleden verdwenen ook 16-jarigen nog gewoon uit het onderwijs.

Hans vond een baan in een winkel voor consumentenelektronica. Het betaalde niet slecht en dat zonder officiële kwalificatie in de detailhandel. Hij werkt nu al geruime tijd in deze winkel en hij geniet van zijn werk op de computerafdeling. Hij is gek van elektronica en de meeste vrije tijd gaat op aan computerspelletjes. Hij is een self-made computerexpert, hij kan goed verkopen, heeft een vlotte babbel en hij deed mee aan een aantal interne cursussen, met name op het gebied van nieuwe producten.

Hans is getrouwd en heeft een dochtertje van 2.

Vandaag vertelde de baas dat er een risico bestaat dat Hans zijn baan verliest. Er moet gesneden worden in het personeel en Hans is dan de eerste die er uitvliegt. Hij heeft geen suggesties voor Hans waar te solliciteren, temeer daar hij geen startkwalificatie heeft en er zijn meer dan genoeg jongeren op de arbeidsmarkt.

Hans baalt er van dat hij nooit een officieel (mbo-)diploma heeft gehaald.

Studieadviseur Renske Merks vertelde over de telefoontjes die ze bijna dagelijks kreeg van mensen die terug willen keren in de zorg, maar die niet meer in het onderwijssysteem passen. Vaak moet ze dan nee verkopen.

2ND_Logo_2kpx-RGB

Belangrijkste advies van de deelnemers was dat oplossingen buiten het systeem moeten worden gevonden, met een belangrijke rol voor de werkgevers.

In het kader van “social return” werd er ook gesproken over het keurmerk PSO. Joyce de Vaan van Weener XL vertelde een enthousiast verhaal. Meer info: http://www.pso-nederland.nl/

Desirée Vonk gaf tekst en uitleg over de Skills Heroes. http://www.skillsheroes.nl/

Het advies van de deskundigen was duidelijk: “Mooie initiatieven! Creëer vooral geen extra label en ook geen extra Award voor Tweedekansers.”

Leerlingen kiezen bewuster

door: Reinoud van Uffelen

Op het Sint-Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch is de afgelopen jaren mede vanuit het VSV-convenant werk gemaakt van de doorstroom vmbo-mbo. Daarbij is voortgeborduurd op het onderzoek van collega Theo Manders die stelde dat de begeleidingslessen in vmbo-4 nog te weinig rendement opleverde. (Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier)

Op 22 mei had ik een gesprek met Jacqueline Ringens (sectordirecteur MAVO) en Roel Scheepens (rector) ter evaluatie van het project waarin het Sint-Janslyceum ook samenwerkte met een aantal andere scholen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Jacqueline Ringens: “Wat we hebben geleerd is toch vooral dat je leerlingen echt kunt helpen bij het maken van een bewustere keuze. Het keuzetraject van leerlingen is nu veel zorgvuldiger dan een aantal jaren geleden en de betrokkenheid van collega’s is groter.”

Dat betekent overigens niet dat er meer leerlingen naar Havo-4 gaan. Het Sint-Janslyceum stond in de regio altijd bekend als de doorstroomschool en dat is langzamerhand aan het veranderen.

“Het doel is dat de leerling op de juiste plek komt en dat is niet per se 4-Havo.” vult Roel Scheepens aan. “Onze uitval in 4-Havo was te groot maar dat kwam ook omdat er veel leerlingen zaten die helemaal niet bewust voor 4-Havo gekozen hadden.”

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Roel Scheepens: “Onze VSV-cijfers zijn het afgelopen jaar verder gedaald en dan vooral in 4-Havo.”

“Maar we kijken natuurlijk verder dan alleen onze eigen cijfertjes.” zegt Jacqueline Ringens. “Als kinderen bewustere keuzes maken dan is dat goed voor hen en voor de maatschappij” en dat wordt weer bevestigd door Scheepens: “Er stromen inderdaad nu minder kinderen door naar 4-Havo, maar ik zie hier veel vmbo-ers die welbewust voor het mbo kiezen en daar is niks mis mee.”

Uit “De staat van het onderwijs – het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs onlangs presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt . Is dat ook zo?

“Ja, op onze school wel, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Dit jaar stromen er 16 van de 147 vmbo-leerlingen door naar 4-Havo. Voorheen waren dat er wel eens 30 of 40 maar misschien is het mbo ook wel een betere plek voor deze kinderen en via het mbo kun je ook stapelen.” zegt Scheepens.

Hoe is er samengewerkt met de andere scholen?

Jacqueline Ringens: “De samenwerking met het Jeroen Bosch College is heel praktisch van aard en hetzelfde geldt voor de samenwerking met Sancta Maria Mavo en VMBO Helicon. Het is goed dat docenten elkaar kennen en elkaar weten te vinden als dat nodig is.”

Roel Scheepens: “Het helpt ook enorm dat alle scholen in Den Bosch dezelfde normen hanteren als het gaat om de overgang naar 4-Havo.”

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Jacqueline Ringens: “We gaan werk maken van het borgen van onze aanpak. Ook als het VSV-convenant afloopt gaan wij gewoon door met het begeleiden van leerlingen in hun keuze- en bewustwordingsproces.”

In het voorjaar van 2016 geeft Jacqueline Ringens een presentatie over het project “aansluiting vmbo-havo” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Havo 4 (g)een brug te ver?

door: Theo Manders

Kansen bieden is niet hetzelfde als een ‘kans op succes’ bieden. Als we naar het rendement van de doorgestroomde vmbo leerlingen in havo 4 kijken zien we dat vooral de voorwaardelijk toegelaten leerlingen duidelijk onderpresteren. In de vier onderzochte jaren wist uit deze groep slechts 35% de eindstreep te halen, de rest heeft de school zonder havo diploma moeten verlaten.

Dit gold zeker niet voor de leerlingen die met de bestaande toelatingsregeling onvoorwaardelijk werden toegelaten. In de onderzochte schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 zijn de succeskansen voor deze groep doorstromers duidelijk hoger dan het landelijk gemiddelde en ongeveer gelijk aan die van de instromende havisten.

Het verschil in succes tussen leerlingen die een 6,5 of een 6,8 als gemiddelde eindcijfer haalden is niet significant. Ik stel dan ook voor een 6,5 als doorstroomeis te handhaven. Hiermee zouden we bovendien een aanzienlijk groter aantal leerlingen de kans bieden om hun studie op de havo voort te zetten.

Uit het onderzoek is gebleken dat het hierboven geschetste beeld de laatste twee onderzochte schooljaren volledig is omgeslagen. Dit geldt voor de succeskansen van de instromende havo 3 leerlingen en in versterkte mate, voor de groep onvoorwaardelijk toegelaten vmbo’ers.
Gebleken is dat er op het Sint-Janslyceum bij diverse vakken grote aansluitingsproblemen zijn ontstaan. Het toegenomen cijferverval in havo 4 is een belangrijke oorzaak voor het in de laatste jaren sterk afnemende doorstroomsucces.

Het is voor het Sint-Janslyceum van belang dat er snel wordt begonnen met het uitwerken van doorlopende leerlijnen. De overgang onderbouw-bovenbouw moet geleidelijk verlopen. Dit geldt voor de inhoud van de stof, de pedagogiek, de didactiek, het aantal toetsen maar ook voor de aard / inhoud van de toetsen. Op veel Nederlandse scholen is er in verband hiermee aandacht gekomen voor de RTTI-methode van toetsing. Het lijkt verstandig dat ook het Sint-Janslyceum zich daar op gaat oriënteren. Om de aansluiting te verbeteren zouden we daarnaast kunnen denken aan, collegiale intervisie, de benoeming van doorstroom coördinatoren (één per vak) en de inzet van bovenbouwdocenten in havo 3 en vmbo 4.

De begeleidingslessen voor vmbo 4 leerlingen in de periode na het eindexamen leveren nog te weinig rendement op. Bij Nederlands en wiskunde zijn kleine successen geboekt maar ook daar scoren leerlingen al drie jaar op rij slechter dan de vergelijkbare havo 3 leerlingen. Bij Engels is er zelfs sprake van een sterk dalende lijn. Het ligt voor de hand om niet pas in juni maar al veel eerder in oktober met deze lessen te beginnen. Omdat leerlingen met een extra examenvak in vmbo 4 een grotere succeskans hebben in havo 4 is het verplicht stellen van een extra vak voor de doorstromers aan te bevelen.

In het kader van de gelijke behandeling van vmbo 4 en havo 3 leerlingen zou een toelating zonder subjectieve doorstroomadviezen te overwegen zijn. Met een doorstroomeis die alleen gebaseerd zou zijn op een gemiddeld schoolonderzoekcijfer van 6,5 of hoger zouden de doorstromers in drie van de vier onderzochte jaren een succeskans hebben gehad die vergelijkbaar was met die van de ingestroomde havisten. In alle onderzochte jaren zouden ze beter hebben gepresteerd dan onder de bestaande doorstroomregeling.

Bij het oplossen van deze aansluitingsproblemen kunnen we ook denken aan een aantal organisatorische oplossingen zoals: een andere lessentabel, de integratie van vakken of de introductie van een aantal keuzemogelijkheden in havo 3.

In het licht van de veranderende exameneisen zouden we als school in een vervolgonderzoek ook eens moeten kijken naar onze eigen overgangsnormen van havo 3 naar havo 4.

Bovenstaande tekst is als samenvatting opgenomen in het “Masteronderzoek van door- en instroom naar havo 4 op het Sint-Janslyceum” door Theo Manders.  Meer weten: t.manders@sjl.nl