Spagaat

Op 1 oktober 2015 nam Paul Schraven afscheid als decaan van de Bossche Vakschool. Paul is nog tot en met december werkzaam voor het regionale programma VSV. In zijn afscheidsspeech maakte hij een statement. Hier een fragment.

Ik wil jullie niet lastig vallen met een lange speech maar hier staat een gelukkig man die terug kan kijken op een mooie onderwijscarrière met leuke ontmoetingen met leerlingen, ouders en collega’s en vele vrienden in onderwijsland. En als je sinds 1970, als twintigjarige, voor het eerst voor een groep staat en nu als vijfenzestigjarige afscheid neemt dan ga je je toch bezinnen en ontkom je er niet aan om een statement te maken. Het is een natuurlijke drang. En in mijn geval is dat geen overpeinzing in mineur in de trant van “vroeger was alles beter”. Nee ik zie een uitdaging voor jullie, voor het onderwijsveld. Ik zie dat het onderwijs in een soort spagaat zit waar we uit moeten komen. Of je nu voor de klas staat, bij Leerplicht werkt of beleidsmaker bent. Ik doel op het volgende: Gisteren was het nog in het nieuws. Ons land is gestegen van plek 8 naar plek 5 op de Mondiale Concurrentie Index van het World Economic Forum. Tevredenheid alom! In 2000, bij de Lissabon akkoorden was immers het doel gesteld dat Europa als economische grootheid moest groeien en ons kikkerlandje is daar onderdeel van. Dus groot feest!

Als liberaal zeg ik; Yes, mooi. Maar er is een keerzijde die wij in het onderwijs helaas ook zien. Op het jubileumcongres ( 9 april 2015-50 jaar) van De Decanenvereniging NVS/NVL sprak Paul Verhaeghe, hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse aan de universiteit van Gent. Hij stelde vast dat het onderwijs ongemerkt een ideologie heeft overgenomen. In beleidsstukken van het ministerie van Onderwijs kom je de volgende termen tegen:

*Kennis is menselijk kapitaal

*Kennis is kapitaal

*Leren is een lange termijn investering

*De marktwaarde van de leerlingen verhogen.

Het gevolg van dit alles: Succesvolle jongeren zijn in competitie en dus zijn er winnaars en verliezers. Het moet ouders en U, met een onderwijshart toch pijn en verdriet doen als je hoort dat het meest gebruikte scheldwoord van jong tot oud op het schoolplein LOSER is.

Docenten hebben hun pedagogische rol ingeruild en een economisch-juridische verantwoordelijkheid gekregen. De uitdaging is nu na te gaan denken waar het in het onderwijs nu echt om gaat! Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen op zijn eigen niveau, talenten kunnen ontdekken, ook creatief en sociaal en niet alleen in cognitie. Er moet meer aandacht komen voor solidariteit en altruïsme i.p.v. egoïsme en individualisme.

Overigens zijn er al signalen in de maatschappij dat het tij aan het keren is. Jongeren die opgroeien in een hyperindividuele sfeer zoeken nu juist de kracht van het collectief en gaan meer kennis en materie delen. Kijk maar wat er mogelijk is op internet als je wil delen.

Ik hoop dat deze denklijn in de verdere ontwikkeling van het onderwijs zichtbaar zal zijn.

Goede verzorging voor LOB-cursisten op Weidonklaan

Op de Weidonklaan in ‘s-Hertogenbosch bevind zich de Entreeopleiding van het Koning Willem I College.

Hier begon vandaag de module “LOB voor kwetsbare jongeren, een vak apart”. Er waren 14 deelnemers van 12 verschillende organisaties die o.l.v. de begeleiders Margret Mulders en Ina Thoonsen aan de slag gingen.

De cursisten werden welkom geheten door leerlingen van de Entreeopleiding. Zij zorgden ook voor de inwendige mens.

Op de foto zijn van links naar rechts Samir, Rutkay en Martijn aan het werk.

De module is ontwikkeld door MBO Diensten, maar is ook geschikt voor loopbaanbegeleiders uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs, het Praktijkonderwijs, Leerplicht en RMC.

Met het aanbieden van de module wordt ook de multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare jongeren versterkt. Mensen uit verschillende organisaties kijken ook bij elkaar in de keuken. De module, die uit zes bijeenkomsten bestaat, wordt namelijk op verschillende locaties gegeven.

Op 24 november start er een soortgelijke groep in Oss en omdat er erg veel belangstelling is voor het traject starten er in februari 2016 ook weer twee groepen, één in ‘s-Hertogenbosch e.o en één in Oss en omgeving.

Meer info daarover kunt u krijgen bij Liesbeth Endendijk (l.endendijk@s-hertogenbosch.nl) voor ‘s-Hertogenbosch e.o en Marloes van der Camp (marloes.camp@leijgraaf.nl) voor Oss e.o.

 

 

Masterclass “Pijnlijke Contacten”

Ronald Hünneman komt naar onze regio. Hünneman is filosoof en docent bij de studie kunst, cultuur en media aan de universiteit van Groningen. De lezing “Pijnlijke Contacten” is onderdeel van de module “LOB en Kwetsbare Jongeren” die zowel in Oss als in ‘s-Hertogenbosch door een groep mensen gevolgd wordt. Maar omdat de lezing erg interessant is en de zaal groot genoeg is deze ook toegankelijk voor andere geïnteresseerden.

Hünneman was op 5 januari in ‘s-Hertogenbosch en komt op 1 april naar Oss.

Aanmelden is helaas niet meer mogelijk.

Een lezing over de wereld van jongeren, met name die jongeren die sociaal of communicatief minder goed uit de voeten kunnen. Dit is een pakkend, zinvol, bruikbaar, realistisch en erg prettig gebracht verhaal dat continu boeit. Een aanrader, eigenlijk een must voor iedereen die met jongeren aan de slag is. Voor velen zal het een andere manier van kijken naar onze jongeren betekenen.

Hieronder een uitgebreidere beschrijving van de inhoud.

Pijnlijke contacten in de geest van anderen

Door: Ronald Hünneman (docent/onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen)

hunneman

De gedachtesprong waarbij we ons verplaatsen in de geest van een ander is lastig, heel lastig. Zo voelt dat overigens niet voor de meesten van ons. Met speels gemak houden we voortdurend de geest van de mensen om ons heen in de gaten. We hebben een redelijk beeld van de gevoelens en gedachten van onze partners, onze kinderen, familie, vrienden en collega’s. En als we iemand tegenkomen die totaal anders in het leven staat, dan lukt het ons in de meeste gevallen wel om onszelf in haar of zijn positie in te leven.

Voor sommige mensen ligt dat moeilijker. Zij hebben die volautomatische blik op de geest van de ander niet, of in mindere mate. Daardoor zien zij gedachten, gevoelens en motieven niet die voor anderen klip en klaar zijn. Je zou kunnen spreken van sociale slechtziendheid. Daarbij zijn sommigen sociaal blind, anderen sociaal slechtziend, en weer anderen hebben een bril of alleen een leesbrilletje nodig.

Bij het omgaan met mensen met een beperkte sociale blik gaat het er in eerste instantie om een goede beschrijving te geven van wat iemand wel en niet kan. Welke sociale situaties kan iemand nog wel begrijpen, en welke niet? Hoe gaat iemand om met ruzies? Met samenwerken? Met list en bedrog? Met humor, liefde, jaloezie? Met cynisme? Enzovoort, enzovoort. Een dergelijke beschrijving is geen diagnose (het laat niet zien wat de oorzaak is), maar kan wel worden gebruikt om te bepalen op welke punten iemand hulp nodig heeft.

Deze lezing is bedoeld om geïnteresseerden gevoelig te maken voor de problemen van mensen met een beperkte sociale blik. Daarnaast wordt een heldere methode aangereikt om de wereld vanuit een contactarm perspectief te bekijken. Daarbij zal blijken dat normale communicatietechnieken lang niet altijd kunnen worden toegepast, en zelfs het contact pijnlijk kunnen maken. Op basis van dit nieuwe perspectief zal begeleiding van cliënten aangepast of verscherpt kunnen worden, want juist bij een contactstoornis is maatwerk geboden.

Sociale omgeving en sociale intelligentie

Een van de meest lastige aspecten van het werken met mensen is dat er tussen mensen grote verschillen in sociale intelligentie bestaan. De variatie in sociale intelligentie, of sociale handigheid, is minstens zo groot als de spreiding in IQ. Tegelijkertijd is het mensen die sociaal niet zo handig zijn uitermate lastig om zich in onze steeds socialer wordende wereld te handhaven. Niet alleen zorgen nieuwe media en technologie voor een toenemende sociale complexiteit, ook de wijze waarop het onderwijs en instellingen zijn gestructureerd, stelt steeds hogere eisen aan sociale intelligentie. In deze workshop leert u hoe u naar het gedrag van mensen kunt kijken om problemen op het gebied van sociale handigheid te signaleren. Daardoor krijgt u inzicht in de “sociale blindheid” van sommige jongeren en volwassenen. Samen met u zullen we nadenken wat dit betekent voor de sociale inrichting van uw school of instelling.

Veel belangstelling voor opleidingsmodule Loopbaancoaching voor kwetsbare jongeren

Er is in onze regio veel belangstelling voor de opleidingsmodule Loopbaancoaching voor kwetsbare jongeren.

De opleidingsmodule ‘Loopbaancoaching voor kwetsbare jongeren, een vak apart’ is een instrument voor kwetsbare jongeren. De module is bedoeld voor docenten, coaches en begeleiders die kwetsbare jongeren coachen in hun loopbaan en daarvoor handvatten zoeken. De module is ontwikkeld door MBO Diensten maar is zeker niet alleen geschikt voor medewerkers van het MBO, maar ook voor loopbaanbegeleiders uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs, het Praktijkonderwijs, Leerplicht en RMC.

We zijn er trots op deze module in onze regio te kunnen aanbieden. Daarmee versterken we ook de multidisciplinaire samenwerking rondom kwetsbare jongeren.

In november starten er twee groepen voor een module van 6 bijeenkomsten. Een vanuit Oss voor het oostelijk gedeelte van onze regio en een vanuit ‘s-Hertogenbosch voor het westelijke deel. De modules worden verzorgd door Margret Mulders van ROC de Leijgraaf. Beide groepen zitten al vol.

‘s-Hertogenbosch e.o.

De eerste bijeenkomst van de groep is op dinsdag 17 november om 13.00 uur bij de Entreeopleidingen van het Koning Willem I College, Weidonklaan 99-100, 5223 VL ‘s-Hertogenbosch.

Oss e.o.

De groep start op 24 november om 13.00 bij ROC de Leijgraaf in Oss.

Masterclass “Pijnlijke contacten” op 5 januari

De derde bijeenkomst van de module bestaat uit een “masterclass” van de filosoof Ronald Hünneman. Het is een “masterclass” over sociaal cognitief vermogen:

Een van de lastige aspecten van het werken met mensen is dat er tussen mensen grote verschillen in sociale intelligentie bestaan. De variatie in sociale intelligentie of sociale handigheid is minstens zo groot als de spreiding in IQ. Tegelijkertijd is het mensen die sociaal niet zo handig zijn uitermate lastig om zich in onze steeds socialer wordende wereld te handhaven. Niet alleen zorgen nieuwe media en technologie voor een toenemende sociale complexiteit, ook de wijze waarop het onderwijs en instellingen zijn gestructureerd, stelt steeds hogere eisen aan sociale intelligentie. Nagedacht moet dan ook worden wat dit betekent voor de sociale inrichting van de school of instelling.

Deze bijeenkomst is voor zowel de groep uit Oss als de groep uit ‘s-Hertogenbosch gepland in het Metaforum van de School voor de Toekomst, Koning Willem  I College, Vlijmenseweg 2, 5223 GW s-Hertogenbosch.

Kwetsbare Jongeren

Leerlingen op het mbo niveau 1 (entreeopleidingen) en vaak ook op niveau 2, hebben specifieke leerlingkenmerken. Ze worden vaak gezien als een ‘lastige’ doelgroep met een complexe problematiek. Het zijn jongeren die zich nog wel eens willen afzetten tegen school. Vaak hebben ze negatieve onderwijservaringen; ze hebben niet voor niets geen vmbo-diploma gehaald om zo op een niveau 1 opleiding van het mbo terecht te komen. Een relatief groot deel van de leerlingen heeft  leerproblemen en/of gedragsproblemen en heeft een negatief zelfbeeld. De leerlingen van deze doelgroep hebben kortom specifieke aandacht en begeleiding nodig, nabij en frequent. Gebaseerd op vertrouwen en gericht op succeservaringen.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen?

Er waren zoveel aanmeldingen vanuit diverse organisaties dat we hebben besloten nog twee modules aan te bieden in de loop van 2016. Meer info over de data volgt.

Wilt u meer weten?

Neem gerust contact op met Marloes van der Camp voor Oss e.o (marloes.camp@leijgraaf.nl; 06-53557810) of Reinoud van Uffelen voor ‘s-Hertogenbosch e.o (r.vanuffelen@kw1c.nl; 06-45596458)

VSV-LOB-Conferentie op 30 september

In het kader van het internationale VSV-project ‘2young2fail’, waar de gemeente ’s-Hertogenbosch en het Rodenborch-College in participeren, wordt er op woensdag 30 september 2015 een boeiende conferentie georganiseerd in Rosmalen.

VSV is een actueel thema, ook in de internationale context. Verschillende sprekers en workshops zullen de revue passeren. Er zullen deze dag ook internationale gasten aanwezig zijn uit Engeland, Italië, Portugal en Spanje. Om deze reden is het ochtenddeel Engelstalig.

Het middagdeel is bedoeld voor schoolmanagers, mentoren, LOB’ers en docenten.

Beide dagprogramma’s vinden plaats in theater ‘Perron-3’, gelegen aan het station van Rosmalen. Adres: Hoff van Hollantlaan 1, 5243 SR Rosmalen.

Het volledige programma staat hier: Uitnodiging VSV-conferentie 2young2fail

U bent van harte uitgenodigd voor deze conferentie. U kunt zich aanmelden via de volgende websitelink:

http://goo.gl/forms/NM4qq4CuZL

Aanmelden voor beide dagdelen is mogelijk. Voor vragen betreffende de inschrijving kunt u terecht bij Frank Brouwers (f.brouwers@rodenborch.nl).

Het belooft een inspirerende conferentie te worden. Wij zien uw inschrijving graag tegemoet.

Samenwerken aan LOB op het Fioretti College

door: Willie Stevens

Loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) is een aangelegenheid van alle partijen in de onderwijsketen: scholen voor V.O en MBO- instellingen. Veel onderwijsorganisaties hebben initiatieven ontwikkeld om de doorstroom van elke onderwijssector naar het vervolgonderwijs te verbeteren, denk bijvoorbeeld aan Stick Together in onze regio.

De belangrijkste stap die we op het Fioretti College de laatste jaren hebben gezet is een interne kwaliteitsslag op LOB. Het LOB beleidsplan is het resultaat van een uitgebreide LOB scan en interne discussie met decanen, mentoren, stagedocenten etc. LOB wordt integraal aangeboden op het Fioretti College. LOB heeft een volwaardige plek in het programma van de leerling gekregen. Door scholing en trainingen hebben we de vaardigheden van docenten en decanen verder geprofessionaliseerd. LOB is een proces waarin collega’s een belangrijke rol spelen door te inspireren, te begeleiden en de juiste vragen te stellen aan de leerling.
Ook de ouders worden nadrukkelijk betrokken bij LOB, dit doen we door speciale ouderavonden waarin LOB en keuze centraal staan.

Komend schooljaar gaan we samen met de loopbaangroep verder met de professionalisering. Ieder team heeft straks een eigen LOB schoolcoach die garant staat voor borging van goede LOB gesprekken met de leerling.

De afgelopen jaren is het percentage VSV voor onze school geweest:

2008 4,1 %; 2009 4,5%; 2010 1,1%; 2011 1,8%; 2012 1,2%; 2013 0,4 % en 2014 1.1%.

Voor VSV moet wel opgemerkt worden dat er een bijstelling in de registratie heeft plaatsgevonden. In de eerste jaren werd een afstromer van het vmbo naar het PRO ook als VSV-er geregistreerd. De norm voor VMBO bovenbouw is nu 4%, we zitten daar dus ruim onder.

Aandacht voor LOB heeft zeker geleid tot het voorkomen van VSV en betere keuzes van leerlingen voor het vervolgonderwijs. Borging van LOB is dan ook een taak van iedere medewerker bij ons op school, het verdwijnt niet meer van onze werkagenda!

Leerlingen kiezen bewuster

door: Reinoud van Uffelen

Op het Sint-Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch is de afgelopen jaren mede vanuit het VSV-convenant werk gemaakt van de doorstroom vmbo-mbo. Daarbij is voortgeborduurd op het onderzoek van collega Theo Manders die stelde dat de begeleidingslessen in vmbo-4 nog te weinig rendement opleverde. (Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier)

Op 22 mei had ik een gesprek met Jacqueline Ringens (sectordirecteur MAVO) en Roel Scheepens (rector) ter evaluatie van het project waarin het Sint-Janslyceum ook samenwerkte met een aantal andere scholen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Jacqueline Ringens: “Wat we hebben geleerd is toch vooral dat je leerlingen echt kunt helpen bij het maken van een bewustere keuze. Het keuzetraject van leerlingen is nu veel zorgvuldiger dan een aantal jaren geleden en de betrokkenheid van collega’s is groter.”

Dat betekent overigens niet dat er meer leerlingen naar Havo-4 gaan. Het Sint-Janslyceum stond in de regio altijd bekend als de doorstroomschool en dat is langzamerhand aan het veranderen.

“Het doel is dat de leerling op de juiste plek komt en dat is niet per se 4-Havo.” vult Roel Scheepens aan. “Onze uitval in 4-Havo was te groot maar dat kwam ook omdat er veel leerlingen zaten die helemaal niet bewust voor 4-Havo gekozen hadden.”

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Roel Scheepens: “Onze VSV-cijfers zijn het afgelopen jaar verder gedaald en dan vooral in 4-Havo.”

“Maar we kijken natuurlijk verder dan alleen onze eigen cijfertjes.” zegt Jacqueline Ringens. “Als kinderen bewustere keuzes maken dan is dat goed voor hen en voor de maatschappij” en dat wordt weer bevestigd door Scheepens: “Er stromen inderdaad nu minder kinderen door naar 4-Havo, maar ik zie hier veel vmbo-ers die welbewust voor het mbo kiezen en daar is niks mis mee.”

Uit “De staat van het onderwijs – het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs onlangs presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt . Is dat ook zo?

“Ja, op onze school wel, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Dit jaar stromen er 16 van de 147 vmbo-leerlingen door naar 4-Havo. Voorheen waren dat er wel eens 30 of 40 maar misschien is het mbo ook wel een betere plek voor deze kinderen en via het mbo kun je ook stapelen.” zegt Scheepens.

Hoe is er samengewerkt met de andere scholen?

Jacqueline Ringens: “De samenwerking met het Jeroen Bosch College is heel praktisch van aard en hetzelfde geldt voor de samenwerking met Sancta Maria Mavo en VMBO Helicon. Het is goed dat docenten elkaar kennen en elkaar weten te vinden als dat nodig is.”

Roel Scheepens: “Het helpt ook enorm dat alle scholen in Den Bosch dezelfde normen hanteren als het gaat om de overgang naar 4-Havo.”

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Jacqueline Ringens: “We gaan werk maken van het borgen van onze aanpak. Ook als het VSV-convenant afloopt gaan wij gewoon door met het begeleiden van leerlingen in hun keuze- en bewustwordingsproces.”

In het voorjaar van 2016 geeft Jacqueline Ringens een presentatie over het project “aansluiting vmbo-havo” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

SLOB verweven in alle leerlagen van Zwijsen College

Door: Mirande van Beurden

Op het Zwijsen College is Studie- en Loopbaanoriëntatie en Begeleiding (SLOB) een belangrijk onderdeel van het lesaanbod. SLOB is in alle leerlagen verweven. Het wordt steeds belangrijker en blijft zich uitbreiden.

De laatste jaren is er veel geïnvesteerd in educatie voor mentoren. We vinden het belangrijk dat voort te zetten. Mentoren worden steeds kundiger. Je merkt dat ze zich hierdoor ook verantwoordelijker gaan voelen. Ze voelen zich betrokken bij de loopbaan van de leerling. Steeds vaker kunnen zij bieden wat nodig is. Door externe coaching hebben we de docent bewust gemaakt van zijn intrinsieke motivatie. Vanuit eigen ervaring in de loopbaan maken ze de koppeling naar de leerling.

Er wordt alert gereageerd op en intensief aandacht besteed aan leerlingen die dreigen uit te vallen. Mentoren, decaan en teamleiders werken samen om de leerling in kaart te brengen, te ondersteunen en te motiveren de juiste keuze te maken voor de toekomst. Er wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling en benadering van leerlingen. Mentoren krijgen training op maat. De ene mentor ontwikkelt zich in gespreksvaardigheden, terwijl de andere zich verdiept in het studieaanbod.

De algemene tendens is leerlingen stimuleren en laten verdiepen in de loopbaan en waar nodig persoonlijk ondersteunen. We gaan uit van de mogelijkheden van de leerling.

Door SLOB in te zetten en samen te werken met andere scholen is het het Zwijsen College gelukt het percentage schooluitval terug te brengen. Als we de uitval in 2013 en 2014 vergelijken met de 3 voorafgaande jaren constateren we een vermindering van 69,48%. Dat hopen we zo vol te houden.

zwijsen

Het perspectief van de leerling staat voorop

door: Reinoud van Uffelen

“Het perspectief van de leerling moet voorop staan” zegt Anneke Volp vastberaden.

Volp is afdelingsleider Havo 4/5 op het Ds Pierson College en op 19 mei had ik een gesprek met haar en Joanneke van Aller (conrector bovenbouw) over het “Waslijn-project”. Dat woord project is allang achterhaald. ” De Waslijn is geen project maar een manier van werken” aldus van Aller.

De afgelopen jaren is mede vanuit het VSV-convenant ingezet op een nieuwe manier van leerlingbegeleiding in Havo 4/5 en Volp en van Aller zijn zichtbaar trots. “Het team is eigenaar van de werkwijze en de afkorting LOB is niet meer iets van alleen de decaan en de afdelingsleider, maar van het hele team.”

“Als je het perspectief van de leerling voorop zet ben je er nog niet. Er moet ook een duidelijke leerlijn zijn om aan te werken. De vlaggetjes aan die leerlijn vormen eigenlijk de waslijn en in die leerlijn gaat het steeds weer om het perspectief van de leerling en wel op alle fronten. Het gaat om LOB, om schoolresultaten, om het algemeen welzijn van de leerling en ook gewoon heel basaal om de organisatorische dingen die gedaan moeten worden. De mentor is de spin in het web en levert binnen die leerlijn eigenlijk maatwerk voor iedere leerling.” zegt Volp

“En het heeft zeker geholpen dat mensen zich hebben kunnen scholen in oplossingsgericht werken. “ vult van Aller aan. “Voor vakdocenten helpt het enorm dat het perspectief van de leerling voorop staat en dat schoolresultaten daar ook bij horen. En leerlingen willen veel meer dan alleen zesjes halen en zien het mentoruur allang niet meer als een uur dat je ook kunt skippen, maar als een uur waar je iets komt halen voor je eigen ontwikkeling.” aldus Volp.

Van Aller is erg enthousiast over het doorlopend mentoraat in Havo 4/5. “Het helpt enorm in het begin van Havo 5 dat de mentor al zijn leerlingen al kent. Daar hebben we alleen maar voordelen van.” En om maatwerk te leveren is er ook een aparte doublantenmentor. Een rol die met verve wordt ingevuld door collega Mark Sauer, ook geschoold in oplossingsgericht werken. “Ook de schoolbrede thema-avond heeft geholpen. Het helpt ouders als je hen helpt te kijken naar de kwaliteiten van hun kind.”

Ter evaluatie van “De Waslijn” dienden er vier vragen beantwoord te worden, maar zoals zo vaak met onderwijsmensen onder elkaar gebeurde dat vanzelf. Toch een korte weergave:

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Dat als je het perspectief van de leerling voorop zet, kijkt naar de kwaliteiten van de leerling en als team om de leerling heen gaat staan dan gaan er heel veel dingen vervolgens vanzelf. En ook over slechte resultaten kun je positief praten.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Door het zo in te richten zijn mentoren meer een team en is de individuele leerling meer in beeld. Het aantal VSV-ers op een school als het Pierson is te verwaarlozen en de leerlingen die dan toch op het VSV-lijstje staan zijn bekend en in onze beleving vaak helemaal geen VSV-er.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

We hebben samengewerkt met Rodenborch en Het Sint Jans Lyceum. Dat zijn andere scholen met een andere werkwijze, maar ook daar is men er van doordrongen dat het perspectief van de leerling voorop moet staan. De intervisiegesprekken met Henni van Loon (coördinator bovenbouw bij het Rodenborch) zijn zeer waardevol en ook met Frank Meertens van het Sint Jans Lyceum zijn goede contacten. In het extra convenantsjaar zal daar nog wat meer aandacht naar uitgaan. We weten elkaar te vinden waar nodig en als spin off van de samenwerking hebben de scholen een gezamenlijke lenteschool ontwikkeld.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

We gaan gewoon door met de Waslijn, ook na het convenant. Deze manier van werken met leerlingen werkt. We hebben zeker nog wat te winnen als we kijken naar het stapelen van opleidingen en het is een proces dat nooit af is.

In het voorjaar van 2016 geeft Anneke Volp een presentatie over “De Waslijn” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Regisseur worden van je eigen toekomst

door: Reinoud van Uffelen

“Het podium staat klaar, het licht is uit, de spot gaat aan. Het gaat beginnen. Ten tonele verschijnt de acteur. Zodra hij het spotlicht in stapt, is alle aandacht op hem gevestigd.”

Met deze woorden begint Sander van Roy van Sancta Maria Mavo zijn inleiding van het draaiboek Het Changement. Het draaiboek beschrijft de uitwerking van een onderwijsconcept. Het heeft als doel voortijdige schoolverlaters en dreigende afvallers weer op de rails te helpen en te motiveren. Door deel te nemen aan dit programma worden leerlingen positief geprikkeld en krijgen ze een beter inzicht in wie ze zijn en wat ze wél kunnen.

“Met Het Changement proberen we leerlingen weer te laten ervaren dat ze belangrijk zijn en dat, wat er ook gebeurt, zij zelf de regisseur zijn over hun eigen leven.” aldus van Roy.

Wat ooit begon als een project vanuit VSV lijkt inmiddels behoorlijk ingedaald in de school. Sancta Maria Mavo is een kleinschalige school met 430 leerlingen. Binnen het VMBO in ’s-Hertogenbosch e.o. is de Sancta Maria Mavo dé categoriale school.

Op 22 april had ik een gesprek met Arno van Weert en Sander van Roy over “Het Changement”. Het was een leuk gesprek waarbij voor de verantwoording van het project vier vragen beantwoord moesten worden. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf en hieronder kunt u de antwoorden lezen. In het voorjaar van 2016 zal Sander van Roy op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant een interactieve workshop verzorgen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

In eerste instantie was het echt een project en hebben we het ingezet in 3 vmbo en dan vooral voor de zittenblijvers. Zij kregen een ander programma aangeboden gericht op persoonlijkheidsontwikkeling. Inmiddels is het uitgerold in de bovenbouw en volgend jaar zullen we ook zaken kopiëren naar het mentoraat van de onderbouw. Dit is nuttig voor iedere leerling en moet niet afhankelijk zijn van een dagdeel en de drie docenten die in het project zitten. Daarbij helpt het zeker dat we een kleinschalige school zijn. In ons schoolklimaat is het vanzelfsprekend dat leerlingen, ouders en docenten elkaar goed kennen; iedereen wordt gekend en herkend.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Met “Het Changement” helpen we leerlingen uit mineur naar de positiviteit. Je brengt ze of naar de 4e klas of eventueel naar het MBO, maar dan wel met een positieve mindset. De keuze die een leerling eindelijk maakt is een keuze vóór en niet een keuze tegen.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

Wij hebben samengewerkt met het Pierson. Daar heeft “Het Changement” niet als zodanig plaatsgevonden, althans niet onder die naam. Maar we hebben wel elkaar gestimuleerd en ik heb zelf daar een aantal docenten getraind. Op het Pierson is men bezig met het “Waslijn”-project en ook daar draait het om de positieve mindset van de leerling.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Volgend jaar is een overgangsjaar. In de onderwijsvernieuwing waar we mee bezig zijn krijgt het project een plaats. Dat betekent dat als het VSV-convenant afloopt, dat de aanpak ook geborgd is.

Een digitale methode voor loopbaanoriëntatie op Metameer

door: Harry Flaton

Op het vmbo van Metameer staat loopbaanleren centraal. De kernvragen “wie ben ik”, “wat wil ik” en “wat kan ik” vormen de rode draad in vier jaar onderwijs. Om tot antwoorden te komen op deze vragen worden er loopbaanreflectiegesprekken gevoerd. De afgelopen 2 jaar zijn alle mentoren van klas 2, 3 en 4 geschoold door Nard Kronenberg in het voeren van loopbaanreflectiegesprekken.

De inhoud van de loopbaanreflectietraining is gekoppeld aan de vijf loopbaancompetenties:
-Kwaliteitenreflectie
-Motievenreflectie
-Werkexploratie
-Loopbaansturing
-Netwerken.

Deze vijf loopbaancompetenties vormen de basis voor de digitale LOB-methode Qompas die sinds het schooljaar 2014-2015 wordt ingezet vanaf het tweede leerjaar t/m het vierde leerjaar. Vanaf schooljaar 2015-2016 wordt Qompas ook ingezet in de brugklas

Met deze methode leren de leerlingen vragen over zichzelf beantwoorden(denk aan de eerdergenoemde kernvragen) en testen zij zichzelf. Denk bijvoorbeeld aan een beroepentest en een kwaliteitentest. Testen die je vaker in die vier jaar kan laten terugkomen. De methode bevat uitgebreide informatie over de vakken en programma’s die de sector vmbo op Metameer aanbiedt. De loopbaanreflectiegesprekken hebben een duidelijke rol in Qompas. Ook staat vermeld welke vakken en vaardigheden voor een opleiding vereist zijn.

Persoonlijk dossier/Portfolio LOB

Leerlingen nemen tijdens hun vmbo loopbaan deel aan verschillende activiteiten in en buiten school. Zo zijn er de speeddate en beroependagen in het tweede leerjaar. In de bovenbouw lopen leerlingen stages, bezoeken open dagen en informatieavonden. Ook lopen alle bovenbouwleerlingen een dag mee in het mbo. Daarnaast hebben de vakken met hun vakdocenten hierin ook een rol. Denk aan excursies die leerlingen hebben gehad óf aan pronkstukken van een leerjaar waar zij trots op zijn.
Leerlingen kijken continue terug op deze activiteiten, kijken continue terug op hun ervaringen. Deze ervaringen worden geborgd door de leerlingen in Qompas. Er vormt zich een persoonlijk dossier/portfolio. De mentor voegt daar verslagen en actielijstjes aan toe van de gevoerde loopbaangesprekken. Zo groeit het persoonlijk dossier/portfolio en is de leerling eigenaar van zijn/haar eigen loopbaan.

Mentoren op Udens College beter toegerust

Drie vragen aan Betsie van Kuppen

Hoe is het LOB-traject op uw school opgepakt. Wat is er binnen uw school veranderd door dit traject?

Wij hebben een groep mentoren getraind op het gebied van LRG gesprekken voeren met hun leerlingen. We hebben dit gedaan in groepen tot 10 mentoren. Per groep hebben de mentoren 2 trainingsdagdelen van 4 uur gekregen, verzorgd door de LRG schoolcoaches Yvette van Wijk, Msc. en Betsie Kuppen, decanen Udens College, sector vmbo.

Tussendoor gaan de mentoren aan de slag met het oefenen in de praktijk. Daarnaast wordt er iedere periode minimaal één gesprek opgenomen en besproken met een van de schoolcoaches. (supervisie).

Vervolgens wordt in de derde periode van het schooljaar een intervisie bijeenkomst gehouden. Hierbij zijn de opgenomen gesprekjes onderwerp van intervisie. Mentoren geven elkaar feedback over dat wat ze gezien en geleerd hebben, tops en tips worden uitgewisseld.

Wij zien en ervaren dat mentoren zich beter toegerust voelen om de persoonlijke begeleiding van de mentorleerlingen inhoud en richting te geven. Mentoren ervaren de training als zeer zinvol en hands-on, praktisch nuttig.

Wat neemt u mee van dit traject en hoe borgt u dit in de organisatie?

Wij nemen van dit traject mee, dat wij dit als rode draad in de begeleiding in gaan zetten, met name op de afdeling Basis en Kader zijn we daar het verste mee. Dit schooljaar zijn ook de eerste onderbouw mentoren getraind, ieder jaar gaan we een stapje verder, en zo hopen we de LOB/LRG vlek verder te verspreiden.

Wij hebben met name gekozen om mentoren in eerste instantie hiervoor te vragen, uit te nodigen, waardoor we meer kunnen sturen en met name kartrekkers en initiatiefnemers en enthousiastelingen vooraan zetten. Dat heeft een goede uitwerking op anderen, die ook nieuwsgierig worden, en naar de training gaan vragen: wanneer ben ik dan aan de beurt. Dit werkt heel anders dan verplicht het aan te reiken, dus!

Op welke manier heeft dit traject bijgedragen aan het voorkomen van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Komend schooljaar gaan we op de afdeling Bovenbouw Beroeps, sub afdeling PIE, starten met het voeren van LRG gesprekken met ALLE leerlingen, als wezenlijk, want kern onderdeel van hun praktijkvak. De vakdocenten die hier nog niet voor getraind zijn, krijgen een speciaal traject aangeboden.

Het is moeilijk om aan te tonen dat dit traject nu al een positieve uitwerking zou hebben op voortijdig schoolverlaten. Bij VSV op het vmbo gaat het meestal over een scala aan problematiek en is de gekozen oplossing vaak een onderdeel van weer een ander probleem.

Ten aanzien van het meer gestroomlijnd doorstromen van vmbo naar mbo ben ik er zeer van overtuigd, dat hier een belangrijke bijdrage wordt geleverd om tot beter toegeruste leerlingen en vervolgkeuzes te geraken bij de grote gemene deler.

Mentoren voeren nu inhoudelijke gesprekken met juist die leerlingen, die dat meer dan gemiddeld nodig hebben: hier is nog een verbeterslag te maken. (zie ook antwoord op vorige vraag)

Met loopbaanoriëntatie van Het Hooghuis gericht de toekomst in

Het komt helaas voor dat leerlingen kiezen voor een vervolgstudie of een beroepsrichting die niet bij hen past. Ze haken af of ze wisselen van opleiding. De studievertraging die ze zo oplopen kost miljarden per jaar. Eén op de vier studenten overkomt dat op het hbo, één op de drie op de universiteit en ook nog eens één op de drie op het mbo. Dat is veel vinden Richard van Ommen (directeur Locatie Stadion), Tom van den Brink (afdelingsdirecteur Mondriaan College) en Tom Brocks (rector Titus Brandsmalyceum). Deze en alle andere locaties van het Hooghuis zijn zich ervan bewust dat zij maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Daarom wordt loopbaanoriëntatie vanaf het schooljaar 2015-2016 vast onderdeel van het basisonderwijsprogramma op alle scholen van Het Hooghuis. Richard van Ommen: “Zo bereiden we leerlingen al tijdens hun middelbare schooltijd voor op hun vervolgstudie of latere beroep om een verkeerde studie- of beroepskeuze te voorkomen.” 

Op deze site proberen we ook melding te maken van artikelen die in andere media verschenen. De coverstory van het blad “Bedrijvig Oss” gaat deze maand over Het Hooghuis en over loopbaanoriëntatie. Het volledige artikel kunt u hier lezen.