Sivo Brown: jongerenwerker tussen de studenten

Op het Koning Willem I College werkt Sivo Brown als jongerenwerker van Welzijn Divers tussen de studenten.

“Het woord Jongerenwerker is in welzijnsland geloof ik een achterhaald begrip, maar op school noemen wij Sivo gewoon onze jongerenwerker” zegt Reinoud van Uffelen, programmamanager VSV.

Als jongerenwerker motiveert Sivo jongeren om hun mogelijkheden te ontdekken, hun talenten te ontplooien en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

sivo

“Dit jaar heb ik net als vorig jaar met veel plezier gewerkt op de afdelingen Ondernemersacademie en Finance, Banking & Insurance. De mentoren en zorgcoaches weten me daar inmiddels goed te vinden” vertelt Sivo. “Nieuw is mijn aanwezigheid op de afdeling KMVO, een afdeling voor Niveau 2-opleidingen. Daar ben ik in ieder geval één vaste dag in de week, maar ook op de andere dagen ben ik regelmatig daar te vinden. Ik word daar nu ook betrokken bij de start van een coachklas. Deze is bedoeld om extra hulp en begeleiding te bieden aan jongeren die dreigen uit te vallen. De lijntjes zijn kort en dat is fijn.”

Hoewel de jongerenwerker is gekoppeld aan drie afdelingen weten mentoren van andere afdelingen hem soms ook te vinden. Het afgelopen schooljaar had Sivo 54 studenten in een traject. De meeste trajecten zijn inmiddels afgesloten, een aantal loopt nog  door in het nieuwe schooljaar. Een klein aantal van de 54 studenten heeft inmiddels een diploma gehaald, maar het merendeel zit nog op school. Een paar keer was een traject ook niet succesvol en schreef een student zich uit.

Het uitgangspunt op het Koning Willem I College is dat iedere student de begeleiding krijgt die nodig is om succesvol te kunnen zijn. Daarbij is het eerste aanspreekpunt voor de student de mentor. Voor advies, of bij problematiek die niet in de klasomgeving opgepakt kan worden, kunnen student en/of mentor terecht bij de zorgcoach op de afdeling.

Mentor en zorgcoach werken vanuit het ‘erbij haal model’, dat wil zeggen dat ze in hun advies of interventie altijd de situatie van de student in de dagelijkse context van de klas centraal stellen.

Sivo ziet zichzelf als een ‘criticial friend’ van de school. “Soms vertelt een student mij dat hij weinig of geen contact heeft met de mentor. In dat geval plan ik altijd snel een gesprek met mentor, student en mijzelf. Een goede relatie met de mentor is namelijk superbelangrijk”.

21 uitvallers halen startkwalificatie

Op 7 juli vond op het Koning Willem I College een feestelijke diploma-uitreiking plaats van de Startklas.

“De Succesklas en de Startklas zijn bijzondere vormen van onderwijs binnen het Koning Willem I College” zei afdelingsdirecteur  Arnoud Mortier in zijn openingswoord. “Jullie kwamen met andere verwachtingen naar het Koning Willem I College, maar toen je uitviel op de Niveau 4-opleiding van je eerste keuze heb je hulp en begeleiding gekregen om toch weer vooruit te kijken en nu heb je zelfs een startkwalificatie.”

Dit schooljaar namen 25 studenten deel aan de Startklas. 21 van hen haalden een diploma en 20 van hen waren aanwezig.

Maar Docent/Begeleider Marjon van Zandvoort noemde ook die 4 anderen. “Zij die de opleiding door allerlei privé-omstandigheden afbraken en dus geen diploma haalden verdienen ook een applaus. Zij zijn dit jaar ook gegroeid.”

Marjon van Zandvoort was verantwoordelijk voor de organisatie van de diploma-uitreiking en die was tot in de puntjes verzorgd. Samen met Jacqueline Baselier sprak zij iedere student persoonlijk toe. Zij gaven aan trots te zijn op de studenten die dit jaar vaak grote persoonlijke problemen overwonnen.

Marian van der Sterren, Roger van den Akker, stagiaire Radoyca Ansano en rekendocent Henk Molenschot waren ook aanwezig en vervulden allemaal een rol tijdens de feestelijke bijeenkomst.

Veel van de 21 gediplomeerden gaan volgend jaar toch weer naar school. Een aantal van hen studeert verder op het Koning Willem I College, maar er gaan ook gediplomeerden naar ROC de Leijgraaf, Helicon Opleidingen en Sint Lucas. Een aantal neemt ook een tussenjaar en studeert dus niet verder en dat mag ook want het diploma dat ze vandaag in ontvangst nemen is een startkwalificatie.

De Succesklas bestaat binnenkort tien jaar. De Startklas die voortkwam uit de Succesklas gaat volgend jaar alweer zijn vijfde schooljaar in. De Startklas is in feite een plusvoorziening voor overbelaste jongeren met een diploma-mogelijkheid.

Docenten en begeleiders gaan nu genieten van een welverdiende vakantie.

Terugblik Coachklas 2014-2015

Door: Martijn Traxel

traxel

De coachklas is een VSV-maatregel op het Koning Willem I College om te zorgen dat leerlingen binnen de entreeopleidingen de eindstreep halen.

De coachklas richt zich op de volgende doelgroepen:

  • Leerlingen die buiten de reguliere lessen extra hulp nodig hebben
  • Leerlingen die binnen een (drukke) groep niet functioneren en extra rust nodig hebben om te kunnen concentreren
  • Leerlingen die gedragsmatig niet functioneren binnen de reguliere groep en daardoor tijdelijk (eventueel structureel) een time-out nodig hebben
  • Leerlingen die geen stage of werk hebben
  • Leerlingen die meer uitdagende stof nodig hebben om uitgedaagd te blijven (meerkunners)

Het doel van de coachklas is dat de bovenstaande leerlingen wel op school blijven en daardoor in ons zicht, zodat wij ze op een passende wijze kunnen helpen. Het blijft natuurlijk moeilijk aan te tonen om aan te wijzen hoeveel leerlingen zonder de coachklas afgehaakt zouden zijn, maar het zal voor velen wel een manier zijn voor ons om ze verder te helpen op weg naar een diploma.

Omdat dit het tweede jaar is, is het interessant om de resultaten naast elkaar te leggen waar mogelijk. Zo kunnen we zien dat vorig jaar 76% van onze leerlingen gebruik had gemaakt van de coachklas en dat dit jaar alle leerlingen minimaal één keer voor extra aandacht in de coachklas zijn geweest. Dit zal mede te maken hebben dat het vanaf begin van het jaar al draaide en bekend was voor zowel docenten als leerlingen. Vorig jaar zijn we pas na 2 maanden gestart met deze VSV-maatregel.

Vorig jaar waren er in totaal 112 leerlingen die de mogelijkheid hadden om gebruik te maken van de coachklas en die hebben daar toen 290 keer gebruik van gemaakt in totaal. Dit jaar waren er 85 leerlingen die gebruik konden maken van de coachklas en daar is 543 keer gebruik van gemaakt om verschillende redenen. In totaal is er 123 keer gebruik van gemaakt voor extra rust of extra hulp. 198 keer is er gebruik van gemaakt omdat een leerling niet functioneerde binnen de reguliere klas en daarom een coachgesprek nodig hadden.

In een coachgesprek wordt er aan de hand van een aantal vragen gekeken met een leerling naar wat er aan de hand is en waarom een leerling niet functioneert in de groep. Door samen gesprekken aan te gaan en afspraken te maken met de coach, mentor en leerling zoeken we naar een oplossing voor de leerling. Deze afspraken en oplossingen worden dan op papier gezet zo dat we er later op terug kunnen komen.

168 keer zijn er leerlingen geweest die tijdelijk geen stage of werk hadden, waardoor er in de coachklas een traject werd ingezet om weer een nieuwe werkplaats te vinden. En in totaal is er 54 keer een leerling aan de slag geweest met uitdagendere stof om te zorgen dat zij uitgedaagd zouden blijven. Voor dertien leerlingen is er het ‘meerkunnersprogramma’ voor leerlingen die meer aan konden dan alleen niveau 1. Deze meerkunners gingen het programma van niveau 2 volgen naast het niveau 1 programma in de uitstroom handel. Tijdens het traject zijn 11 leerlingen er tegen aangelopen dat het te zwaar was of dat ze een andere richting in wilden. Daardoor gaan 2 leerlingen uiteindelijk door naar het tweede leerjaar van niveau 2.

Hieronder zie je ook dat de toename enorm is van het gebruik van de coachklas. Maar nogmaals moeten we daar ook bij zeggen dat de coachklas nu veel bekender was bij alle docenten en dat het structureel van het begin van het jaar ingezet is en dat was in het jaar 2013-2014 nog niet het geval.

Verbondenheid + Interactie = Stage

door: Reinoud van Uffelen

In het bestuurscentrum van de gemeente ‘s-Hertogenbosch werd er vandaag onder de titel “Voor elk talent een passende werkplek” een “open coffee” georganiseerd. Er waren ruim 40 toehoorders, voornamelijk medewerkers van de gemeente, maar ook stageconsulenten van het Koning Willem I College.

De bijeenkomst werd geopend door Kees van Weert van de gemeente. Hij ging kort in op de huidige stageproblematiek.

“De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft jaarlijks al best veel stagiaires en afstudeerders, maar wil als organisatie het goede voorbeeld geven door nog méér stageplekken en leerbanen aan te bieden. In de huidige economie is het voor jongeren erg lastig om een (passende) stageplek of leerbaan te vinden. Ze hebben deze stageplaats of leerbaan wel echt nodig! Het is een voorwaarde om hun opleiding te mogen beginnen of juist afronden.”

Vervolgens was filosoof Ronald Hünneman aan het woord. Hünneman werkt op de Rijksuniversiteit in Groningen maar was ook werkzaam als leerplichtambtenaar en in het speciaal onderwijs. “Jongeren willen gezien worden” was de kern van zijn verhaal en in een inspirerend betoog ging hij via Socrates, de marshmallow test, hersenontwikkeling, de planningshorizon en interne motivatie naar stage. Want zo was zijn boodschap. “Zorg dat je die jongeren ziet. Verbondenheid + Interactie = Onderwijs, maar stage is ook onderwijs dus Verbondenheid + Interactie = (ook) Stage.

In het aansluitende gesprek werd door de aanwezigen nog maar eens benadrukt hoe belangrijk het is een stagiaire goed te begeleiden. “We zijn allemaal jong geweest, maar misschien moeten we toch nog eens kritisch kijken naar de manier waarop we met jongeren in onze organisatie omgaan” zei een medewerker.

Ton van den Bersselaar van Actieplan Leerbanen vroeg aandacht voor de doelgroep waarmee hij werkt. “Jongeren die op zoek zijn naar een leerbaan willen gewoon werken en liever zo min mogelijk naar school. Maar ze hebben wel goede begeleiding nodig en dat wordt nog wel eens onderschat.”

De bijeenkomst was een initiatief van Liesbeth Endendijk van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en zij  toonde zich tevreden. “Juist de stage is voor veel jongeren de plek om tot ontplooiing te komen en met deze bijeenkomst hebben we daar binnen onze organisatie weer eens aandacht voor gevraagd.”

De gemeente ‘s-Hertogenbosch opent binnenkort een website waardoor het voor jongeren nog makkelijker wordt te solliciteren naar een stageplaats bij de gemeente.

34 deelnemers aan VSV-inspiratiebijeenkomsten

In de Succesklas van het Koning Willem I College vond op 16 juni 2015 de vierde en laatste VSV-inspiratiebijeenkomst van dit schooljaar plaats.  In totaal namen 34 collega’s deel aan één of meerdere bijeenkomsten.

Tijdens de bijeenkomst werd er dit keer gesproken over diversiteit, doelgroepenbeleid en radicalisering. In een scherpe inleiding vertelde Jacqueline Baselier openhartig over haar eigen radicale jeugd. “In gesprekken over radicalisme wordt er gelijk gewezen naar de allochtone bevolkingsgroep, maar radicalisme is van alle tijden en van alle bevolkingsgroepen” aldus Baselier. “In ons VSV-beleid moeten we oog hebben voor veiligheid en geborgenheid voor iedereen”.

Daarna waren Oktay Maden en Sadika Zaryouh van de afdeling Sociaal Maatschappelijke Studies (SMS) aan de beurt. Oktay startte met een wanddiscussie waarbij de deelnemers in stilte op het bord allerlei uitingen en kreten deelden en ook op elkaar reageerden. Vervolgens kwam het gesprek op gang. Oktay en Sadika deelden hun ervaringen en gaven tips over hoe je het gesprek voert en blijft voeren met alle studenten.

Reinoud van Uffelen besloot de bijeenkomst en bedankte de aanwezigen en in het bijzonder Ank Horio van de afdeling Verpleging en Verzorging. Ank was trouw bezoeker van de bijeenkomsten en dit was haar laatste want ze gaat over een paar weken met pensioen.

Maar het Koning Willem I College gaat volgend jaar gewoon door met deze bijeenkomsten.

Ingrid Mollen: “We zijn het afgelopen jaar gestart met de inspiratiebijeenkomsten onder de vlag van VSV. Maar het bestrijden van VSV is geen project met een begin en een eind. Uiteindelijk draait het om de relatie met de student en natuurlijk om betrokken begeleiding. Daarom heten de bijeenkomsten volgend jaar inspiratiebijeenkomsten voor en door betrokken begeleiders. Om elkaar te inspireren. Teamontwikkeling en het pedagogisch/didactisch proces zijn prioriteit volgend jaar op onze school. Juist dan blijft het ook goed om eens buiten je eigen team te kijken.”

Daarom dus in 2015-2016 weer vier inspiratiebijeenkomsten.

De eerste bijeenkomst volgend schooljaar is op 17 september en iedereen is welkom. Of je nu één, twee, drie of vier keer komt. Meer info: INSPIRATIEBIJEENKOMSTEN 2015-2016

De bijeenkomsten zijn een initiatief van Ingrid Mollen, Jacqueline Baselier en Reinoud van Uffelen

jacqoktay 2

Rondetafelgesprek “Tweede kans”

door: Katja Brooijmans en Reinoud van Uffelen

Op woensdag 10 juni vond in het stadhuis van de gemeente ‘s-Hertogenbosch een rondetafelgesprek plaats. Daarin werd gesproken over het TOI-project “2nd Chance”. De bijeenkomst werd georganiseerd door Theo van de Veerdonk en Katja Brooijmans van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en Desirée Vonk en Reinoud van Uffelen van het Koning Willem I College.

Op de foto (door Katja Brooijmans) van rechts naar links Matthieu Mes (Cinop), Veronique Stevens (Cinop), Renco Wesseling (Weener XL), Joyce de Vaan (Weener XL), Lindomar Minguel (Amerging), Peter van Roosmalen (Entreeopleidingen KW1C), Ton van den Bersselaar (Actieplan Leerbanen), Ruby de Jong (’t Werktverband), Chantal Ottens (Kamer van Koophandel),Theo van de Veerdonk, Desirée Vonk, Renske Merks (studieadviseur KW1C), Youssef Noudri (wijkwerker) en Reinoud van Uffelen.

TOI staat voor transfer of innovation en de innovatie in dit project is een Duits model waarmee mensen met afstand tot de arbeidsmarkt via een modulair aanbod en zonder eindexamen toch een kwalificatie kunnen halen. “The German model” heet het inmiddels onder de projectdeelnemers en je kunt er van zeggen wat je wilt maar het model deugt. Het draait om individuele talentontwikkeling. In Nederland praten we dan over mensen die buiten het Nederlands onderwijssysteem zijn gevallen, zoals Hans.

Hans is 26 jaar. Hij haalde zijn VMBO-diploma toen hij 16 was en ging een BBL-opleiding Kok doen. Maar eigenlijk wist hij niet waar hij aan begon. Hij kwam er achter dat het niet de beste keus was geweest en hij werd VSV-er. 10 jaar geleden verdwenen ook 16-jarigen nog gewoon uit het onderwijs.

Hans vond een baan in een winkel voor consumentenelektronica. Het betaalde niet slecht en dat zonder officiële kwalificatie in de detailhandel. Hij werkt nu al geruime tijd in deze winkel en hij geniet van zijn werk op de computerafdeling. Hij is gek van elektronica en de meeste vrije tijd gaat op aan computerspelletjes. Hij is een self-made computerexpert, hij kan goed verkopen, heeft een vlotte babbel en hij deed mee aan een aantal interne cursussen, met name op het gebied van nieuwe producten.

Hans is getrouwd en heeft een dochtertje van 2.

Vandaag vertelde de baas dat er een risico bestaat dat Hans zijn baan verliest. Er moet gesneden worden in het personeel en Hans is dan de eerste die er uitvliegt. Hij heeft geen suggesties voor Hans waar te solliciteren, temeer daar hij geen startkwalificatie heeft en er zijn meer dan genoeg jongeren op de arbeidsmarkt.

Hans baalt er van dat hij nooit een officieel (mbo-)diploma heeft gehaald.

Studieadviseur Renske Merks vertelde over de telefoontjes die ze bijna dagelijks kreeg van mensen die terug willen keren in de zorg, maar die niet meer in het onderwijssysteem passen. Vaak moet ze dan nee verkopen.

2ND_Logo_2kpx-RGB

Belangrijkste advies van de deelnemers was dat oplossingen buiten het systeem moeten worden gevonden, met een belangrijke rol voor de werkgevers.

In het kader van “social return” werd er ook gesproken over het keurmerk PSO. Joyce de Vaan van Weener XL vertelde een enthousiast verhaal. Meer info: http://www.pso-nederland.nl/

Desirée Vonk gaf tekst en uitleg over de Skills Heroes. http://www.skillsheroes.nl/

Het advies van de deskundigen was duidelijk: “Mooie initiatieven! Creëer vooral geen extra label en ook geen extra Award voor Tweedekansers.”

Leerlingen kiezen bewuster

door: Reinoud van Uffelen

Op het Sint-Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch is de afgelopen jaren mede vanuit het VSV-convenant werk gemaakt van de doorstroom vmbo-mbo. Daarbij is voortgeborduurd op het onderzoek van collega Theo Manders die stelde dat de begeleidingslessen in vmbo-4 nog te weinig rendement opleverde. (Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier)

Op 22 mei had ik een gesprek met Jacqueline Ringens (sectordirecteur MAVO) en Roel Scheepens (rector) ter evaluatie van het project waarin het Sint-Janslyceum ook samenwerkte met een aantal andere scholen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Jacqueline Ringens: “Wat we hebben geleerd is toch vooral dat je leerlingen echt kunt helpen bij het maken van een bewustere keuze. Het keuzetraject van leerlingen is nu veel zorgvuldiger dan een aantal jaren geleden en de betrokkenheid van collega’s is groter.”

Dat betekent overigens niet dat er meer leerlingen naar Havo-4 gaan. Het Sint-Janslyceum stond in de regio altijd bekend als de doorstroomschool en dat is langzamerhand aan het veranderen.

“Het doel is dat de leerling op de juiste plek komt en dat is niet per se 4-Havo.” vult Roel Scheepens aan. “Onze uitval in 4-Havo was te groot maar dat kwam ook omdat er veel leerlingen zaten die helemaal niet bewust voor 4-Havo gekozen hadden.”

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Roel Scheepens: “Onze VSV-cijfers zijn het afgelopen jaar verder gedaald en dan vooral in 4-Havo.”

“Maar we kijken natuurlijk verder dan alleen onze eigen cijfertjes.” zegt Jacqueline Ringens. “Als kinderen bewustere keuzes maken dan is dat goed voor hen en voor de maatschappij” en dat wordt weer bevestigd door Scheepens: “Er stromen inderdaad nu minder kinderen door naar 4-Havo, maar ik zie hier veel vmbo-ers die welbewust voor het mbo kiezen en daar is niks mis mee.”

Uit “De staat van het onderwijs – het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs onlangs presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt . Is dat ook zo?

“Ja, op onze school wel, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Dit jaar stromen er 16 van de 147 vmbo-leerlingen door naar 4-Havo. Voorheen waren dat er wel eens 30 of 40 maar misschien is het mbo ook wel een betere plek voor deze kinderen en via het mbo kun je ook stapelen.” zegt Scheepens.

Hoe is er samengewerkt met de andere scholen?

Jacqueline Ringens: “De samenwerking met het Jeroen Bosch College is heel praktisch van aard en hetzelfde geldt voor de samenwerking met Sancta Maria Mavo en VMBO Helicon. Het is goed dat docenten elkaar kennen en elkaar weten te vinden als dat nodig is.”

Roel Scheepens: “Het helpt ook enorm dat alle scholen in Den Bosch dezelfde normen hanteren als het gaat om de overgang naar 4-Havo.”

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Jacqueline Ringens: “We gaan werk maken van het borgen van onze aanpak. Ook als het VSV-convenant afloopt gaan wij gewoon door met het begeleiden van leerlingen in hun keuze- en bewustwordingsproces.”

In het voorjaar van 2016 geeft Jacqueline Ringens een presentatie over het project “aansluiting vmbo-havo” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Havo 4 (g)een brug te ver?

door: Theo Manders

Kansen bieden is niet hetzelfde als een ‘kans op succes’ bieden. Als we naar het rendement van de doorgestroomde vmbo leerlingen in havo 4 kijken zien we dat vooral de voorwaardelijk toegelaten leerlingen duidelijk onderpresteren. In de vier onderzochte jaren wist uit deze groep slechts 35% de eindstreep te halen, de rest heeft de school zonder havo diploma moeten verlaten.

Dit gold zeker niet voor de leerlingen die met de bestaande toelatingsregeling onvoorwaardelijk werden toegelaten. In de onderzochte schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 zijn de succeskansen voor deze groep doorstromers duidelijk hoger dan het landelijk gemiddelde en ongeveer gelijk aan die van de instromende havisten.

Het verschil in succes tussen leerlingen die een 6,5 of een 6,8 als gemiddelde eindcijfer haalden is niet significant. Ik stel dan ook voor een 6,5 als doorstroomeis te handhaven. Hiermee zouden we bovendien een aanzienlijk groter aantal leerlingen de kans bieden om hun studie op de havo voort te zetten.

Uit het onderzoek is gebleken dat het hierboven geschetste beeld de laatste twee onderzochte schooljaren volledig is omgeslagen. Dit geldt voor de succeskansen van de instromende havo 3 leerlingen en in versterkte mate, voor de groep onvoorwaardelijk toegelaten vmbo’ers.
Gebleken is dat er op het Sint-Janslyceum bij diverse vakken grote aansluitingsproblemen zijn ontstaan. Het toegenomen cijferverval in havo 4 is een belangrijke oorzaak voor het in de laatste jaren sterk afnemende doorstroomsucces.

Het is voor het Sint-Janslyceum van belang dat er snel wordt begonnen met het uitwerken van doorlopende leerlijnen. De overgang onderbouw-bovenbouw moet geleidelijk verlopen. Dit geldt voor de inhoud van de stof, de pedagogiek, de didactiek, het aantal toetsen maar ook voor de aard / inhoud van de toetsen. Op veel Nederlandse scholen is er in verband hiermee aandacht gekomen voor de RTTI-methode van toetsing. Het lijkt verstandig dat ook het Sint-Janslyceum zich daar op gaat oriënteren. Om de aansluiting te verbeteren zouden we daarnaast kunnen denken aan, collegiale intervisie, de benoeming van doorstroom coördinatoren (één per vak) en de inzet van bovenbouwdocenten in havo 3 en vmbo 4.

De begeleidingslessen voor vmbo 4 leerlingen in de periode na het eindexamen leveren nog te weinig rendement op. Bij Nederlands en wiskunde zijn kleine successen geboekt maar ook daar scoren leerlingen al drie jaar op rij slechter dan de vergelijkbare havo 3 leerlingen. Bij Engels is er zelfs sprake van een sterk dalende lijn. Het ligt voor de hand om niet pas in juni maar al veel eerder in oktober met deze lessen te beginnen. Omdat leerlingen met een extra examenvak in vmbo 4 een grotere succeskans hebben in havo 4 is het verplicht stellen van een extra vak voor de doorstromers aan te bevelen.

In het kader van de gelijke behandeling van vmbo 4 en havo 3 leerlingen zou een toelating zonder subjectieve doorstroomadviezen te overwegen zijn. Met een doorstroomeis die alleen gebaseerd zou zijn op een gemiddeld schoolonderzoekcijfer van 6,5 of hoger zouden de doorstromers in drie van de vier onderzochte jaren een succeskans hebben gehad die vergelijkbaar was met die van de ingestroomde havisten. In alle onderzochte jaren zouden ze beter hebben gepresteerd dan onder de bestaande doorstroomregeling.

Bij het oplossen van deze aansluitingsproblemen kunnen we ook denken aan een aantal organisatorische oplossingen zoals: een andere lessentabel, de integratie van vakken of de introductie van een aantal keuzemogelijkheden in havo 3.

In het licht van de veranderende exameneisen zouden we als school in een vervolgonderzoek ook eens moeten kijken naar onze eigen overgangsnormen van havo 3 naar havo 4.

Bovenstaande tekst is als samenvatting opgenomen in het “Masteronderzoek van door- en instroom naar havo 4 op het Sint-Janslyceum” door Theo Manders.  Meer weten: t.manders@sjl.nl

Het perspectief van de leerling staat voorop

door: Reinoud van Uffelen

“Het perspectief van de leerling moet voorop staan” zegt Anneke Volp vastberaden.

Volp is afdelingsleider Havo 4/5 op het Ds Pierson College en op 19 mei had ik een gesprek met haar en Joanneke van Aller (conrector bovenbouw) over het “Waslijn-project”. Dat woord project is allang achterhaald. ” De Waslijn is geen project maar een manier van werken” aldus van Aller.

De afgelopen jaren is mede vanuit het VSV-convenant ingezet op een nieuwe manier van leerlingbegeleiding in Havo 4/5 en Volp en van Aller zijn zichtbaar trots. “Het team is eigenaar van de werkwijze en de afkorting LOB is niet meer iets van alleen de decaan en de afdelingsleider, maar van het hele team.”

“Als je het perspectief van de leerling voorop zet ben je er nog niet. Er moet ook een duidelijke leerlijn zijn om aan te werken. De vlaggetjes aan die leerlijn vormen eigenlijk de waslijn en in die leerlijn gaat het steeds weer om het perspectief van de leerling en wel op alle fronten. Het gaat om LOB, om schoolresultaten, om het algemeen welzijn van de leerling en ook gewoon heel basaal om de organisatorische dingen die gedaan moeten worden. De mentor is de spin in het web en levert binnen die leerlijn eigenlijk maatwerk voor iedere leerling.” zegt Volp

“En het heeft zeker geholpen dat mensen zich hebben kunnen scholen in oplossingsgericht werken. “ vult van Aller aan. “Voor vakdocenten helpt het enorm dat het perspectief van de leerling voorop staat en dat schoolresultaten daar ook bij horen. En leerlingen willen veel meer dan alleen zesjes halen en zien het mentoruur allang niet meer als een uur dat je ook kunt skippen, maar als een uur waar je iets komt halen voor je eigen ontwikkeling.” aldus Volp.

Van Aller is erg enthousiast over het doorlopend mentoraat in Havo 4/5. “Het helpt enorm in het begin van Havo 5 dat de mentor al zijn leerlingen al kent. Daar hebben we alleen maar voordelen van.” En om maatwerk te leveren is er ook een aparte doublantenmentor. Een rol die met verve wordt ingevuld door collega Mark Sauer, ook geschoold in oplossingsgericht werken. “Ook de schoolbrede thema-avond heeft geholpen. Het helpt ouders als je hen helpt te kijken naar de kwaliteiten van hun kind.”

Ter evaluatie van “De Waslijn” dienden er vier vragen beantwoord te worden, maar zoals zo vaak met onderwijsmensen onder elkaar gebeurde dat vanzelf. Toch een korte weergave:

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Dat als je het perspectief van de leerling voorop zet, kijkt naar de kwaliteiten van de leerling en als team om de leerling heen gaat staan dan gaan er heel veel dingen vervolgens vanzelf. En ook over slechte resultaten kun je positief praten.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Door het zo in te richten zijn mentoren meer een team en is de individuele leerling meer in beeld. Het aantal VSV-ers op een school als het Pierson is te verwaarlozen en de leerlingen die dan toch op het VSV-lijstje staan zijn bekend en in onze beleving vaak helemaal geen VSV-er.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

We hebben samengewerkt met Rodenborch en Het Sint Jans Lyceum. Dat zijn andere scholen met een andere werkwijze, maar ook daar is men er van doordrongen dat het perspectief van de leerling voorop moet staan. De intervisiegesprekken met Henni van Loon (coördinator bovenbouw bij het Rodenborch) zijn zeer waardevol en ook met Frank Meertens van het Sint Jans Lyceum zijn goede contacten. In het extra convenantsjaar zal daar nog wat meer aandacht naar uitgaan. We weten elkaar te vinden waar nodig en als spin off van de samenwerking hebben de scholen een gezamenlijke lenteschool ontwikkeld.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

We gaan gewoon door met de Waslijn, ook na het convenant. Deze manier van werken met leerlingen werkt. We hebben zeker nog wat te winnen als we kijken naar het stapelen van opleidingen en het is een proces dat nooit af is.

In het voorjaar van 2016 geeft Anneke Volp een presentatie over “De Waslijn” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

90% van de VMBO-ers aangemeld voor vervolgkeuze

Dit jaar werken we in regio Noordoost-Brabant bij de overgang VO-MBO voor het eerst met de producten van Intergrip. Een projectgroep o.l.v. Desirée Vonk begeleidt de implementatie. Verder zitten Paul Schraven (Bossche Vakschool), Eustaach van Lent (ROC de Leijgraaf), Jos Broekman (MBO Helicon) en Iris Franken (ROC de Leijgraaf) aan tafel. Namens Intergrip/Auditconnect sluit Marjolein Veenstra aan.

In regio 36A is men gestart met het product Overstap VO-MBO ter vervanging van het oude product “VSV-manager” en met succes. “Op dit moment heeft  90% van de VO-leerlingen de vervolgkeuze ingevuld”, aldus Desirée.

IMG_2427

Het product legt de verantwoordelijkheid voor de leerlingen bij beide partijen neer. De taak van het voortgezet onderwijs is het vastleggen van de vervolgkeuzes van alle VMBO- en HAVO-leerlingen. Het is aan het MBO om vervolgens te controleren of deze leerlingen ook daadwerkelijk zijn aangekomen.

Deze combinatie zorgt ervoor dat mogelijke risicoleerlingen vroegtijdig gesignaleerd worden. Bovendien kunnen zij zelfs via het systeem overgedragen worden aan Leerplicht.

Wethouder Eric Logister reageerde via Twitter gelijk enthousiast.

In zowel regio 36A als regio 36B wordt dit jaar gewerkt met het Digitaal Doorstroomdossier.

Bij de overdracht van een leerling aan het MBO, overhandigt het VO het zogenaamde doorstroomdossier. Dit dossier bevat alle gegevens die relevant zijn voor de doorstroom naar het middelbaar beroepsonderwijs. In opdracht van verschillende VO’s en MBO’s werd het doorstroomdossier geautomatiseerd. Het resultaat: het Digitaal doorstroomdossier. Hierdoor is het verzamelen en doorsturen van gegevens vele malen sneller, gemakkelijker en effectiever geworden. Bovendien creëert het uniformiteit in de aanmeldingen.

In het Digitaal doorstroomdossier vult de leerling zijn eigen deel in. Dit bestaat onder andere uit persoonsgegevens, aangevuld met informatie over de studieloopbaan en eventuele werkervaring. Om het dossier compleet te maken wordt eveneens het advies van een mentor of decaan opgenomen. Nadat het dossier volledig is ingevuld kan het doorgestuurd worden naar het betreffende MBO, waar het dient als handvat voor de intake van de betreffende leerling.

Regisseur worden van je eigen toekomst

door: Reinoud van Uffelen

“Het podium staat klaar, het licht is uit, de spot gaat aan. Het gaat beginnen. Ten tonele verschijnt de acteur. Zodra hij het spotlicht in stapt, is alle aandacht op hem gevestigd.”

Met deze woorden begint Sander van Roy van Sancta Maria Mavo zijn inleiding van het draaiboek Het Changement. Het draaiboek beschrijft de uitwerking van een onderwijsconcept. Het heeft als doel voortijdige schoolverlaters en dreigende afvallers weer op de rails te helpen en te motiveren. Door deel te nemen aan dit programma worden leerlingen positief geprikkeld en krijgen ze een beter inzicht in wie ze zijn en wat ze wél kunnen.

“Met Het Changement proberen we leerlingen weer te laten ervaren dat ze belangrijk zijn en dat, wat er ook gebeurt, zij zelf de regisseur zijn over hun eigen leven.” aldus van Roy.

Wat ooit begon als een project vanuit VSV lijkt inmiddels behoorlijk ingedaald in de school. Sancta Maria Mavo is een kleinschalige school met 430 leerlingen. Binnen het VMBO in ’s-Hertogenbosch e.o. is de Sancta Maria Mavo dé categoriale school.

Op 22 april had ik een gesprek met Arno van Weert en Sander van Roy over “Het Changement”. Het was een leuk gesprek waarbij voor de verantwoording van het project vier vragen beantwoord moesten worden. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf en hieronder kunt u de antwoorden lezen. In het voorjaar van 2016 zal Sander van Roy op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant een interactieve workshop verzorgen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

In eerste instantie was het echt een project en hebben we het ingezet in 3 vmbo en dan vooral voor de zittenblijvers. Zij kregen een ander programma aangeboden gericht op persoonlijkheidsontwikkeling. Inmiddels is het uitgerold in de bovenbouw en volgend jaar zullen we ook zaken kopiëren naar het mentoraat van de onderbouw. Dit is nuttig voor iedere leerling en moet niet afhankelijk zijn van een dagdeel en de drie docenten die in het project zitten. Daarbij helpt het zeker dat we een kleinschalige school zijn. In ons schoolklimaat is het vanzelfsprekend dat leerlingen, ouders en docenten elkaar goed kennen; iedereen wordt gekend en herkend.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Met “Het Changement” helpen we leerlingen uit mineur naar de positiviteit. Je brengt ze of naar de 4e klas of eventueel naar het MBO, maar dan wel met een positieve mindset. De keuze die een leerling eindelijk maakt is een keuze vóór en niet een keuze tegen.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

Wij hebben samengewerkt met het Pierson. Daar heeft “Het Changement” niet als zodanig plaatsgevonden, althans niet onder die naam. Maar we hebben wel elkaar gestimuleerd en ik heb zelf daar een aantal docenten getraind. Op het Pierson is men bezig met het “Waslijn”-project en ook daar draait het om de positieve mindset van de leerling.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Volgend jaar is een overgangsjaar. In de onderwijsvernieuwing waar we mee bezig zijn krijgt het project een plaats. Dat betekent dat als het VSV-convenant afloopt, dat de aanpak ook geborgd is.

Dag van de Leerplicht 2015

Een korte reportage met 5 tweets en 5 foto’s

Ook dit jaar werd er in onze regio aandacht besteed aan de Dag van de Leerplicht. Wat je in feite natuurlijk om zou moet denken zoals wethouder Kees van Geffen van de gemeente Oss terecht opmerkte.

De dag begon met een Bestuurlijk Overleg. Onder voorzitterschap van wethouder Eric Logister (‘s-Hertogenbosch) werden de thema’s VSV en Kwetsbare Jongeren gekoppeld en werd de begroting voor het laatste convenantsjaar 2015/2016 vastgesteld. Ook werd vooruitgekeken naar de periode daarna, want het is belangrijk ook na het convenant te blijven samenwerken in de regio.

Tegelijkertijd werden er in ‘s-Hertogenbosch taarten uitgedeeld. “En niet alleen in het voortgezet onderwijs, maar ook leerlingen van het entreeonderwijs en de Bovenschoolse Voorziening krijgen een bezoek” vertelde Liesbeth Endendijk van de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

In Oss ging de aandacht uit naar de groepen acht. Deze leerlingen staan op het punt om de stap te zetten naar het voortgezet onderwijs. Ronald Nijhuis van het RBL BNO “De meesten van hen hebben dan ook de leeftijd van 12 jaar bereikt. Volgens de leerplichtwet zijn zij vanaf die leeftijd medeverantwoordelijk. Wij dachten dat het goed zou zijn om hen hierover goed te informeren op een leuke wijze.”

Op het Koning Willem I College vond er in de middag een ontmoetingsbijeenkomst plaats. “Omdat wij samen verantwoordelijk zijn voor jongeren” zei presentator Reinoud van Uffelen. Medewerkers van leerplicht en RMC uit ‘s-Hertogenbosch en Heusden waren aanwezig net als medewerkers van het RBL Sint-Michielsgestel e.o, het RBL BNO en de Regio Rivierenland. Marijke Mahieu en Irma Verweij vertelden iets over hun werk.

Er was een optreden van zangeres Eefke van der Loop, een interview met twee soms spijbelende leerlingen en een debat.

De dag werd dit jaar afgesloten met The Competition, de sectorwerkstukwedstrijd van 9 VMBO-scholen op het Koning Willem I College.

De volgende ochtend bracht Aleksandra Essens van de gemeente ‘s-Hertogenbosch een bezoek aan de Entreeopleiding.

Aleksandra:” Het was een succes op de Weidonklaan! Uit het overzicht blijkt dat de groep van Margot (YO1D1A) en de groep van Anouk (YO1Z1D) de hoogste presentie hadden. Als leuke attentie heb ik deze groepen verrast met een lekkere taart. Tevens zijn er 2 leerlingen die individueel een goede score hebben, zij hebben een doosje bonbons gekregen. Zo ontzettend leuk om nu zelfs een jongen waar ik ooit een proces-verbaal tegen opgemaakt heb op het VO een compliment en kleinigheidje te geven. Hij had de beste aanwezigheid! Een meisje dat vaak rustig is en die je niet op de voorgrond ziet heb ik extra in het zonnetje gezet en naar voren geroepen. Ze had een kaartje van de docenten gehad (deze heeft ze voorgelezen) met een compliment voor haar aanwezigheid. Je zag ze stralen!

Deze diashow vereist JavaScript.

Tweede kansen voor jongeren

Het Koning Willem I College doet samen met de gemeente ‘s-Hertogenbosch mee aan het internationale project “2nd Chance”. In dit project wisselen ze met partners uit Duitsland, Zwitserland, Italië en Polen ervaringen uit over tweede kansen. Daarbij wordt vooral gekeken naar de flexibilisering van de kwalificatiemogelijkheid.

“In dit project leren professionals uit diverse landen van elkaar” aldus directeur Internationalisering Peter van Amelsfoort. “Het is opvallend dat de oorzaken van schooluitval overal worden herkend en gesignaleerd, maar vaak ontbreekt het aan de middelen en de creativiteit om echt iets aan flexibilisering te doen.”

Na bijeenkomsten in Berlijn, ‘s-Hertogenbosch en weer Berlijn vindt de derde bijeenkomst plaats in Rome en wel op 4 en 5 maart. Namens het Koning Willem I college nemen Desirée Vonk en Reinoud van Uffelen deel aan dit project. Ook Katja Brooijmans en Theo van de Veerdonk van de gemeente ‘s-Hertogenbosch zijn aanwezig.

In het project werd ondermeer gewerkt aan de casus Hans.

Lees hier in het Nederlands

Read here in English

Desirée Vonk van het Studenten Succes Centrum vertelt: “Op het Koning Willem I College voeren onze studieadviseurs soms ook gesprekken met mensen zoals Hans. We kunnen ze eigenlijk alleen echt helpen als ze een plekje vinden bij een erkend leerbedrijf ”

“Als je de al wat oudere jongere vooruit wil helpen heb je daar als school anderen bij nodig zoals de gemeente en het UWV.” aldus Reinoud van Uffelen

Convenant met een jaar verlengd

In de regio Noordoost-Brabant geven we samen uitvoering aan het vsv-convenant 2012-2015. Dit convenant volgde op het vsv-convenant 2008-2011.

Het convenant wordt met een jaar verlengd en dat betekent dat er ook voor schooljaar 2015-2016 een regionale rijkssubsidie beschikbaar is.

Op 6 februari kwam een regionale werkgroep bijeen in de Opkamer van de Middelbare Horecaschool op het Koning Willem I College. Er werd van gedachten gewisseld over de aanpak in het extra jaar. Het extra jaar geeft de mogelijkheid om samen voor te sorteren op de ontwikkelingen die komen gaan.

Op 19 maart hopen wij de begroting voor het extra jaar te overhandigen aan het bestuur.

De bestaande regionale werkgroep VSV/Kwetsbare Jongeren werd met het oog op het extra jaar uitgebreid.

In de Opkamer waren de volgende mensen aanwezig:

Liesbeth Endendijk (RMC-coördinator), Ronald Nijhuis (beleidsmedewerker RBL BNO), Han Viguurs (ROC de Leijgraaf), Stephanie Kuijper (Koning Willem I College), Ruby de Jong (’t Werktverband), Emine Yildirim (5* Noordoost Brabant Werkt!), Edward de Gier (Bossche Vakschool), Willie Stevens (Fioretti College), Monaïm Benrida (ministerie van OC&W), Reinoud van Uffelen (Programmamanager VSV Noordoost-Brabant)

Handboekje voor betrokken begeleiders

Op het Koning Willem I College reikte Stephanie Kuijper (directeur Studenten Succes Centrum) het eerste exemplaar van het ‘Handboekje voor betrokken begeleiders’ uit aan Jeanette Noordijk, voorzitter College van Bestuur.

Het handboekje wil een overzicht geven van de voorzieningen die het college biedt om jongeren met een extra ondersteuningsbehoefte te helpen. In het handboekje zijn ook verschillende externe partners opgenomen.

Het boekje wordt deze week verspreid op de onderwijsafdelingen en is bedoeld voor alle medewerkers. Het boekje is een eerste inventarisatie en zal steeds worden aangevuld met actuele informatie.

Het boekje is ook hier in te zien.

Een proefexemplaar werd vorig jaar op de Dag van de Leerplicht gepresenteerd en nu ligt er dan een eerste echt gedrukte exemplaar. Cor van Gerven, lid van het College van het Bestuur, noemde dit een mooi resultaat van de samenwerking tussen VSV en SSC.

Oorkonde voor Paul Schraven

Tijdens een etentje ter afsluiting van het project VSV-manager in Restaurant Tasty van de Bossche Vakschool werd een oorkonde uitgereikt aan brugwachter Paul Schraven. Paul was intensief betrokken bij dit project waarmee in de regio ‘s-Hertogenbosch e.o. de overgang VMBO-MBO in beeld werd gebracht. Dit om te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen de overstap maken naar het MBO.

Paul weet als geen ander dat mensen belangrijker zijn dan systemen en heeft al die tijd geïnvesteerd in goede relaties. Dat is hij blijven doen want inmiddels is de decaan van de Bossche Vakschool betrokken bij de implementatie van het Digitaal Doorstroomdossier en de module overstap VO-MBO van Intergrip.

Maarten Koelink (Baanderherencollege) gaf aan tevreden te zijn met het nieuwe systeem en vooral met de prettige samenwerking met Paul Schraven en Desiree Vonk (Koning Willem I College).

Ook Aleksandra Essens van de gemeente ‘s-Hertogenbosch sprak nogmaals uit het belangrijk te vinden dat collega’s van VMBO en MBO elkaar blijven vinden.

Paul, bedankt voor de prettige samenwerking!

Reinoud van Uffelen, programmamanager VSV Noordoost-Brabant en voormalig brugwachter