Taart op het Koning Willem I College

Minister Bussemaker maakte vandaag de landelijke vsv-cijfers bekend. Het Koning Willem I College heeft het aantal studenten dat voortijdig de school verlaat (dus zonder diploma) terug weten te dringen met 14,8% ten opzichte van vorig jaar. Hiermee staat het college op de zevende plaats van alle landelijke instellingen. En, benadrukt Jeanette Noordijk (voorzitter college van bestuur), dat is voor een instelling als het Koning Willem I College met 13.000 studenten gewoon knap.

Lees hier meer over de (regionale) cijfers

Jeanette Noordijk benoemt verder een greep uit alle partijen die binnen het Koning Willem I College zorgdragen voor het verder terugdringen van de vsv-cijfers:
1. De leraar die de aanwezigheid registreert
2. De administratief medewerker van de afdeling die het telefoontje aanneemt bij ziekmelding
3. De mentor die het verzuim overziet
4. De verzuimcoördinator op de afdeling
5. De medewerker van het Succespunt, die verzuim doorgeeft aan DUO en de leerplichtambtenaar
6. De directeur/teamleider van de afdeling
7. De studieadviseurs, die eventueel gaan kijken met de student naar een andere opleiding binnen het college
8. De medewerker van de Succesklas
9. De leerplichtambtenaar
10. De rmc-medewerker (verzuimambtenaar voor 18 jaar en ouder)
11. De medewerkers van Dienst Informatie Management van het college die zorgdragen voor een goed functionerend verzuimmeldsysteem.

Een nieuwe website?

“Toch niet weer een nieuwe website” verzuchtte Richard van Ommen tijdens het congres “Vooral Samen Verantwoordelijk”, om even later zijn woorden terug te nemen.

In de regio Noordoost-Brabant werken we al sinds 2008 samen bij de bestrijding van Voortijdig Schoolverlaten (VSV). In 2013 startten we met een bescheiden weblog waarvan de naam verwees naar de landelijke website www.aanvalopschooluitval.nl

Nu hebben we op 31 maart een nieuw regionaal convenant getekend, waarbij de aandacht niet meer alleen uitgaat naar de oorspronkelijke VSV-doelgroep, maar ook naar de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie. Een grotere groep jongeren dus waar we samen verantwoordelijk voor zijn. Vrij naar de drie letters VSV ontstond Vooral Samen Verantwoordelijk en dat vroeg weer om een nieuwe naam voor de website. www.vooralsamenverantwoordelijk.nl.

Geen nieuwe website dus, wel een nieuwe naam. Deze werd op 20 oktober tijdens het gelijknamige congres bekend gemaakt. En… het blijft gewoon een eenvoudig weblog, met berichten uit de gehele regio.

 

untitled

De verbindingsofficier verdient zichzelf terug

Uit het boekje “SAMEN WERKEN AAN EEN VERZUIMAGENDA 18+, vier goede voorbeelden” van Ingrado

Aan het woord: Ronald Nijhuis, beleidsmedewerker RBL Brabant Noordoost en Han Viguurs, programmamanager VSV ROC de Leijgraaf . De samenwerking tussen RMC en ROC op het gebied van 18-plussers dateert van het schooljaar 2011/2012. Dat was dus voor de start van het project Verzuim 18+ ‘We missen je’. Het project is gebruikt om de samenwerking te intensiveren en te borgen.

De start

Nijhuis: ‘In 2011 constateerden we dat wij als RMC te veel jongeren pas zagen als zij de schooldeur al achter zich dichtgetrokken hadden. Ons werk bestond eruit die jongeren weer terug te leiden naar school. Maar eigenlijk ben je dan te laat. Dus wilden we graag een stap naar voren in het proces zetten en de jongeren oppakken als ze nog in het onderwijs zitten. Dan is er nog contact. Dat werkt veel beter dan dat je dat contact weer moet gaan opbouwen als de jongere al uit beeld van het onderwijs is.’

Samenwerking

Viguurs: ‘Wij zochten naar manieren om het verzuim van 16-plussers in een veel vroeger stadium en veel beter in beeld te krijgen. Er stonden te veel meldingen open zonder dat duidelijk was wat er precies aan de hand was en wie er met een casus bezig was. We hebben toen de verbindingsofficier in het leven geroepen. Deze twee functionarissen, in dienst van het ROC, leggen de verbinding tussen afdeling (coach en docent), jongere en leerplicht/ RMC. Zij zijn degenen die ervoor zorgen dat het verhaal achter een verzuimmelding compleet is. Niet alleen voeren zij de gesprekken met de leerling, ook zorgen ze ervoor dat alle bekostigingsdocumenten in orde zijn. Jongeren zelf laten dat er vaak bij zitten. Sinds de komst van de verbindingsofficieren is het aantal openstaande verzuimmeldingen bij ROC en leerplicht/RMC enorm gedaald.

Eenduidige aanpak

Nijhuis: ‘En zo stemmen we onze werkwijze steeds verder op elkaar af. Wij komen eerder in het proces in beeld, pakken de jongeren eerder op. De school loopt een stukje verder mee. Naast de verbindingsofficier, zijn er vier kwalificatieambtenaren van het RBL aan het werk op het ROC. Zij zijn gekoppeld aan een afdeling en houden zich bezig met alle verzuim van 16 tot 23 jaar. De verbindingsofficier zorgt ervoor dat alle informatie bij de kwalificatieambtenaar terechtkomt. Deze op zijn beurt zorgt voor een eenduidige aanpak van alle verzuim. Zodat een leerling van 17 die verzuimt dezelfde behandeling krijgt als zijn verzuimende buurvrouw van 18 of 19. Heel belangrijk!’

Opbrengst

Viguurs: ‘Het gaat heel goed. Ons vsv-percentage lag dit jaar met 3,9 procent weer lager dan het jaar ervoor. En dat is het resultaat van de gezamenlijke verantwoordelijkheid die we voelen en in de praktijk handen en voeten geven. Leerplicht/RMC en ROC hebben hetzelfde doel: de leerling het best mogelijke bieden. En dan is deze werkwijze en samenwerking ook nog eens lucratief voor het ROC. Doordat de verbindingsofficieren er ook voor zorgen dat alle bekostigingsdocumenten in orde zijn, komt er geld binnen dat anders bleef liggen. Daarmee verdienen ze zichzelf volledig terug.’ Nijhuis: ‘Wensen zijn er uiteraard ook nog. We blijven op zoek naar waar nog meer winst te behalen is, wat we nog meer kunnen doen om nog meer jongeren aan een startkwalificatie te helpen. Ziekteverzuim is bijvoorbeeld nog een punt van zorg. Bij jongeren onder de 18 zijn het meestal de ouders die de ziekmelding doen. Maar de 18-plussers doen dat zelf. En hoe weten we nu zeker dat ziek ook echt ziek is. Daar moeten we echt goed naar kijken. De coach kan de leerling bellen, maar die heeft geen tijd er verder achteraan te gaan. Bij twijfel over de achtergrond van de ziekmelding, kan hij nu de verbindingsofficier inschakelen. Die roept de jongere op voor een gesprek en gaat op huisbezoek als deze niet verschijnt.

Lessen

Nijhuis: ‘Tijd is in een proces als dit heel belangrijk. Een dergelijke samenwerking vormgeven, vertrouwen creëren en de werkwijze borgen, vraagt veel tijd. Die moet je er echt voor willen nemen. Het begint met het onderkennen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarnaast moeten partners willen investeren in de relatie. Het contact moet stevig zijn en onderhouden worden.’ Viguurs: ‘En daar hoort bij dat je elkaar moet kunnen aanspreken en problemen moet durven benoemen. Dat hebben we met elkaar kunnen realiseren. En dat is zo anders dan in het verleden toen wij nog weleens van leerplicht opgedragen kregen hoe wij moesten handelen.’

Het volledige boekje is hier te lezen. 

Regionale samenwerking in aanpak voortijdig schoolverlaten en begeleiding kwetsbare jongeren

Op 31 maart jl. ondertekenden bestuurders van gemeenten, onderwijs en het UWV in Noordoost-Brabant het regionale Convenant voortijdige schoolverlaters (vsv) en kwetsbare jongeren 2016-2020. Het convenant bevat gezamenlijke afspraken over het verder terugdringen van voortijdig schoolverlaten én over betere ondersteuning van kwetsbare jongeren van school naar werk. Deze unieke samenwerking vindt plaats onder de vlag van AgriFood Capital Werkt!. Het convenant betekent een mijlpaal voor de regionale samenwerking op het gebied van versterking van arbeidsparticipatie van (kwetsbare) jongeren.

Voortijdige schoolverlaters en kwetsbare jongeren lopen zonder adequate begeleiding een verhoogd risico om na hun schooltijd geen passende baan te krijgen. Ze missen de hiervoor benodigde ‘startkwalificatie’. Arbeidsparticipatie draagt echter bij aan sociale, economische en financiële zelfstandigheid en daarmee een betere toekomst.

Preventie

In Noordoost-Brabant hebben gemeenten, onderwijs en het UVW de handen ineen geslagen om voortijdige schoolverlaters en kwetsbare jongeren aan een (minimale) startkwalificatie te helpen of toe te leiden richting arbeid. De gezamenlijke afspraken hiervoor zijn vastgelegd in het Convenant voortijdige schoolverlaters en kwetsbare jongeren 2016-2020. De samenwerkende partijen zetten vooral in op preventie: voorkomen dat leerlingen uitvallen en zorgen voor betere begeleiding van school naar school of van school naar werk. Terugleiden naar school is in de praktijk een moeizaam proces gebleken.

Doelstellingen convenant

In het convenant hebben de partners met elkaar afgesproken hoe de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant gaat bijdragen aan de landelijke doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe vsv-ers in 2020. Ook zijn er afspraken gemaakt dat alle kwetsbare jongeren in de regio in 2020 een passende plek op de arbeidsmarkt hebben, een stageplaats of in een traject richting werk zitten.

De drie speerpunten van het convenant zijn:

  • Overgang van school naar school: niet alleen van VMBO naar MBO maar ook van speciaal onderwijs en praktijkonderwijs naar MBO en van MBO naar MBO;
  • Overbelaste jongeren: betere aansluiting van de aanwezige maatregelen, maatwerk voor de jongeren;
  • Kwetsbare jongeren: alle jongeren in beeld, stage- en leerwerkplekken en arbeidstoeleiding.

 Unieke samenwerking

Het convenant betekent een mijlpaal in de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant vanwege de unieke combinatie vsv en kwetsbare jongeren. Alle gemeenten, onderwijsinstellingen en het UWV werken hierin samen. Naar dit moment is de afgelopen drie jaar hard gewerkt vanuit de programmalijn Kwetsbare jongeren van AgriFood Capital Werkt! en de regionale aanpak Voortijdig Schoolverlaten.

De ondertekening van het convenant vond plaats tijdens een feestelijke bijeenkomst in de School voor de Toekomst van het Koning Willem I College in ’s-Hertogenbosch. Namens de deelnemende gemeenten tekenden Kees van Geffen (Oss) en Eric Logister (’s-Hertogenbosch).

Hieronder een korte foto-reportage. De foto’s zijn van Ad Siemons

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Kans op werk voor alle mbo-opleidingen in beeld

5 februari 2016 presenteerde SBB de website kansopwerk.nl. Kans op werk toont een realistisch arbeidsmarktperspectief van alle opleidingen aan mbo-studenten die een opleiding willen beginnen. Het gaat om de mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor een mbo-gediplomeerde schoolverlater op het niveau en in het verlengde van de gevolgde opleiding.

Via www.s-bb.nl/kansopwerk maakt SBB de kans op werk zichtbaar voor iedere student die het komende studiejaar aan een mbo-opleiding begint en met een diploma afsluit.
Scholen vinden er informatie over de behoefte van de arbeidsmarkt aan gediplomeerden.
Voor het bedrijfsleven geeft het een indicatie of er voldoende mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt beschikbaar komen.

Wat maakt deze methode uniek?
Kansopwerk.nl ontsluit informatie over de toekomstige kans op werk op het niveau en in het verlengde van de gevolgde opleiding. Het gaat om een pas gediplomeerde schoolverlater binnen een jaar na afstuderen. Zo wordt bijvoorbeeld inzichtelijk dat bepaalde opleidingen in de techniek een beter perspectief hebben dan andere opleidingen in de techniek.
De huidige vraag naar gediplomeerden is de basis voor de toekomstige vraag. De huidige vraag wordt bepaald door het aantal vacatures voor een beroep in het verlengde van de opleiding dat geschikt is voor recent gediplomeerden en voor minimaal 12 uur per week.

Regionale verschillen
SBB presenteert de perspectieven per opleiding en per regio. De kansen op werk verschillen per regio. Daarom is de toekomstige kans op werk per arbeidsmarktregio in beeld gebracht. Dat betekent dat Kans op werk niet rechtstreeks betrekking heeft op een mbo-instelling. Wel op de plaats waar studenten wonen en bedrijven gevestigd zijn.

Onderdeel beroepskeuzesites
Kans op werk is een onderdeel van beroepskeuzesites, zoals Beroepen in Beeld en MBO Stad. De informatie is ook verwerkt in de studiebijsluiter die de meeste scholen voor elke opleiding beschikbaar hebben.

Gespecialiseerde onderzoeksbureaus
Panteia en E,til, gespecialiseerd in arbeidsmarktonderzoek, ondersteunden SBB bij dit onderzoek.

Kans op werk wordt jaarlijks geactualiseerd en de informatie is voor iedereen beschikbaar.

 

Stuurgroep onder vlag van AgriFood Capital

In onze regio vindt het regionaal bestuurlijk overleg plaats in de stuurgroep Voortijdig Schoolverlaten en Kwetsbare jongeren. Deze stuurgroep wordt in 2016 gepositioneerd onder de vlag van Agri Food Capital. Dit is een goede ontwikkeling, want zo is er ook aandacht voor de overlap en samenloop met andere beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld de aanpak jeugdwerkloosheid.

De stuurgroep kwam dit jaar op 4 februari en 7 juli bijeen en deelnemers aan deze stuurgroep zijn:

Eric Logister (Wethouder ’s-Hertogenbosch),

Kees van Geffen (Wethouder Oss)

Cor van Gerven (Koning Willem I College)

Peer van Summeren (ROC de Leijgraaf)

Ellen Ipenburg-Tomesen ( Ministerie OC&W)

Stan Vloet (MBO Helicon)

Ruud Rabelink (Sint Lucas)

Alma van Bommel (Stichting samenwerkingsverband de Meierij)

Jan Rijkers (Samenwerkingsverband Noordoost Brabant)

Rion Pennings (HUB Brabant)

Ester Biezen (Gemeente Oss),

Reinoud van Uffelen (Programmamanager VSV)

Liesbeth Endendijk (RMC-coördinator)

organogram

Vertrouwen

door: Reinoud van Uffelen

Vandaag was er op het Koning Willem I College weer een inspiratiebijeenkomst. Deze bijeenkomsten zijn in schooljaar 2014-2015 begonnen als vsv-inspiratiebijeenkomsten en zijn bedoeld voor betrokken begeleiders.

Op het Koning Willem I College zijn teamontwikkeling en het pedagogisch proces belangrijke speerpunten. Juist daarom is het goed om eens buiten je eigen team te kijken en met collega’s van andere afdelingen de diepte in te gaan.

De bijeenkomst van vandaag ging over het onderwerp “vertrouwen” en werd ingeleid door Ingrid Mollen met een vraag aan de deelnemers over de cover  van bovenstaand tijdschrift.

We waren vandaag te gast bij Tanja Schot-Hendrikx van de Middelbare Horeca School. Aan de inwendige mens was uiteraard gedacht.

De volgende bijeenkomst is op woensdag 9 maart. Dan zijn we te gast bij de afdeling Finance, Banking & Insurance.

 

Je hebt ook iets uit te leggen als je niks gedaan hebt

foto’s: Ad Siemons

“Je hebt ook iets uit te leggen als je niks gedaan hebt.” Het was één van de vele treffende uitspraken van Mr. Jolanda van Boven in haar lezing “Privacy in de keten” op 12 januari 2016.

De bijeenkomst vond plaats op het Koning Willem I College en werd georganiseerd in samenwerking met Samenwerkingsverband de Meierij en de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

Jolanda van Boven is dé landelijke deskundige op het gebied van Privacy en met de nodige metaforen zoals “het nieuwe huis” en “het Zwitserse zakmes” nam ze het publiek mee in haar juridische verhaal. Dat ging zeker niet alleen over de beperkingen die er zijn, maar ook over creatieve oplossingen: over hoe we in het belang van het kind met elkaar de juiste informatie kunnen uitwisselen zonder daarbij de privacy te schenden. Het transparantiebeginsel staat daarbij voorop. “Ieder mens heeft het recht te weten wat er waar vastligt en wat wordt uitgewisseld tussen wie.”

De lezing werd kort ingeleid door Reinoud van Uffelen, programmamanager VSV, en Mohamed Hajiabdi van de Waterfabriek.

AS1_6625.jpg

Bas Wesseldijk van Samenwerkingsverband de Meierij ging in op het belang van goede samenwerking in de keten en constateerde dat we in de regio op de goede weg zijn.

AS1_6633

Het publiek bestond uit een kleine 100 toehoorders uit de kinderopvang, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs, het mbo, maar ook medewerkers van diverse gemeentes en maatschappelijke organisaties.

En voor iedereen was er een flesje water van de Waterfabriek.

dewaterfabriekflyer

U bent de professional

foto’s: Ad Siemons

In de School voor de Toekomst gaf de Groningse filosoof en docent Ronald Hünneman op dinsdag 5 januari 2016 de Masterclass “Pijnlijke Contacten”. In zijn Masterclass ging hij in op het onderwerp “Sociale Cognitie”.

Bij het omgaan met jongeren met een beperkte sociale blik gaat het er in eerste instantie om een goede beschrijving te geven van wat iemand wel en niet kan. Welke sociale situaties kan iemand nog wel begrijpen, en welke niet? Hoe gaat iemand om met ruzies? Met samenwerken? Met list en bedrog? Met humor, liefde, jaloezie? Met cynisme? Een dergelijke beschrijving is geen diagnose, maar kan wel worden gebruikt om te bepalen op welke punten iemand hulp nodig heeft.

“U bent de professional” hield Hünneman de zaal steeds voor en in de zaal zaten een kleine 100 professionals. Er waren medewerkers van het Koning Willem I College en ROC de Leijgraaf, maar ook mensen uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs, het Praktijkonderwijs en van diverse gemeentes.

De masterclass werd kort ingeleid door Reinoud van Uffelen, Programmamanager VSV, en Mohamed Hajiabdi. Mohammed is stagiair bij de Waterfabriek en werkt daar als sales medewerker. Hij bood de mensen in de zaal een flesje water aan.

rvu en mh

Reinoud van Uffelen ging in op de regionale samenwerking bij het bestrijden van voortijdig schoolverlaten. Daarbij komt er meer aandacht voor de groep jongeren in een kwetsbare positie. Dit zijn jongeren die vanwege een bijzondere thuissituatie, gedragsproblemen of specifieke leerbehoeften, kwetsbaar zijn om uit te vallen zonder afgeronde opleiding of goed arbeidsmarktperspectief. Ze bevinden zich op het snijvlak van onderwijs, arbeidsmarkt en (jeugd)zorg en hebben extra aandacht nodig om goed voorbereid te worden op de toenemende eisen die de samenleving, het onderwijs en de arbeidsmarkt aan hen stellen.

Het verhaal van Hünneman sloot hier naadloos op aan.

Op 1 april komt Ronald Hünneman nogmaals naar de regio. Hij verzorgt de Masterclass dan in Oss.

Inschrijven is niet meer mogelijk.

 

 

Afscheid

Door: Monaïm Benrida, Accountmanager Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, met een reactie van Reinoud van Uffelen, Programmamanager VSV Noordoost-Brabant

Na acht jaar als accountmanager bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap zet ik per 1 februari aanstaande een punt achter mijn werkzaamheden. Ik blijf wel binnen het ministerie actief, namelijk als projectleider bij de directie kennis. Een interessante stap waarin ik mijn ambities verder kan waarmaken. Maar tegelijkertijd betekent het dat ik afscheid neem van een mooie periode in mijn carrière.

 Voortijdig schoolverlaten op de kaart

Acht jaar geleden was voortijdig schoolverlaten nog een redelijk onbekend begrip in onderwijsland. Er was nog nauwelijks sprake van een netwerk of samenwerkingsverband, laat staan van projecten. Met cijfers (71.000 voortijdig schoolverlaters in Nederland in 2002), geld en een doel (35.000 schoolverlaters in 2012) onder de arm, toog ik richting regio’s. Het was pionierswerk. Vol trots kijk ik naar wat we hebben bereikt in die jaren: samenwerkingsstructuren staan, projecten lopen, de discussies die we nu voeren zijn puur inhoudelijk en iedereen is zich bewust van zijn of haar eigen rol. Naast het landelijke resultaat heeft het mij persoonlijk veel waardevolle contacten en soms zelfs vriendschappen opgeleverd. Als accountmanager zat ik aan tafel met docenten en directeuren van scholen, van voortgezet onderwijs tot mbo en speciaal onderwijs. Ik sprak met administratieve medewerkers, wethouders en collegevoorzitters. Kortom, ik was dáár waar het gebeurt en ik heb ervan genoten.

 Passend onderwijs

De afgelopen drie jaar speelde bovendien de implementatie van Passend Onderwijs. En ook op dat gebied zijn grote stappen gezet. Van een Amsterdam Arena vol protesterende docenten zijn we nu bij zorgvuldig geïmplementeerde plannen. Natuurlijk zijn er nog diverse zaken die aandacht verdienen, maar er is al veel bereikt. Ik ben blij dat ik daaraan een bijdrage heb kunnen leveren.

 Jongeren met lef

Naast deze thema’s hield ik me ook bezig met andere onderwerpen. Zo faciliteer ik mbo-instellingen op het gebied van het verbeteren van kwaliteit van onderwijs. En was ik betrokken bij het opzetten van de jongerenteams. Deze jongeren hebben vaak een pittige geschiedenis. Zij durven hun eigen verhaal te vertellen om andere leerlingen te behoeden dezelfde fouten te maken en hen te inspireren om stappen vooruit te zetten. Ik heb genoten van hun inzet en van die van topsporters binnen de teams. De passie waarmee bijvoorbeeld oud-bokser Arnold van der Leijden betrokken was, was inspirerend om te zien.

 Hobbels en successen

En toch komt aan al dat moois een eind. De reden is tweeledig; in de eerste plaats vind ik dat wanneer je van anderen verwacht dat zij zich continu verbeteren en ontwikkelen, je dat zelf ook moet (blijven) doen. Ik heb de kans gehad om mezelf binnen de organisatie te ontwikkelen. Een nieuwe functie is een logische, volgende stap. Daarnaast denk ik dat het voor de regio’s goed is om een frisse, nieuwe blik te krijgen in de gedaante van een nieuwe accountmanager. Een nieuw persoon kan duidelijk in kaart brengen wat werkt en wat niet. De rol van accountmanager blijft in mijn ogen overigens zijn waarde behouden. Net zoals de herinneringen aan alle hobbels en successen bij mij blijven bestaan. Ik koester alle geslaagde samenwerkingen, projecten en resultaten. En ik denk met veel plezier terug aan alle aangesneden taarten en gevierde feestjes. Er is veel bereikt, maar er is ook nog genoeg werk te verzetten. Ik wens alle betrokken partijen hier veel succes bij.

Reactie Reinoud van Uffelen, Programmamanager VSV Noordoost-Brabant

Toen ik in augustus 2013 begon in mijn huidige functie kenden Monaïm en ik elkaar al van diverse regio-bijeenkomsten. In die beginmaanden hadden wij een aantal botsingen en meningsverschillen, terugkijkend moesten wij beiden wennen aan deze nieuwe rolverdeling. Na verloop van tijd raakten wij aan elkaar gewend, later zelfs aan elkaar gehecht. De meningsverschillen bleven soms, maar we hadden allebei geleerd die zaken dan ook aan elkaar uit te spreken en zo hielpen we elkaar verder vooruit. We bespraken open en eerlijk van alles en nog wat en dus ook elkaars loopbaan. Deze stap verbaast mij dan ook niets. Ik wens Monaïm veel succes in zijn nieuwe functie. Ik denk ook met veel plezier terug aan de prettige samenwerking en…. we blijven elkaar zeker zien.

 

 

 

Spagaat

Op 1 oktober 2015 nam Paul Schraven afscheid als decaan van de Bossche Vakschool. Paul is nog tot en met december werkzaam voor het regionale programma VSV. In zijn afscheidsspeech maakte hij een statement. Hier een fragment.

Ik wil jullie niet lastig vallen met een lange speech maar hier staat een gelukkig man die terug kan kijken op een mooie onderwijscarrière met leuke ontmoetingen met leerlingen, ouders en collega’s en vele vrienden in onderwijsland. En als je sinds 1970, als twintigjarige, voor het eerst voor een groep staat en nu als vijfenzestigjarige afscheid neemt dan ga je je toch bezinnen en ontkom je er niet aan om een statement te maken. Het is een natuurlijke drang. En in mijn geval is dat geen overpeinzing in mineur in de trant van “vroeger was alles beter”. Nee ik zie een uitdaging voor jullie, voor het onderwijsveld. Ik zie dat het onderwijs in een soort spagaat zit waar we uit moeten komen. Of je nu voor de klas staat, bij Leerplicht werkt of beleidsmaker bent. Ik doel op het volgende: Gisteren was het nog in het nieuws. Ons land is gestegen van plek 8 naar plek 5 op de Mondiale Concurrentie Index van het World Economic Forum. Tevredenheid alom! In 2000, bij de Lissabon akkoorden was immers het doel gesteld dat Europa als economische grootheid moest groeien en ons kikkerlandje is daar onderdeel van. Dus groot feest!

Als liberaal zeg ik; Yes, mooi. Maar er is een keerzijde die wij in het onderwijs helaas ook zien. Op het jubileumcongres ( 9 april 2015-50 jaar) van De Decanenvereniging NVS/NVL sprak Paul Verhaeghe, hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse aan de universiteit van Gent. Hij stelde vast dat het onderwijs ongemerkt een ideologie heeft overgenomen. In beleidsstukken van het ministerie van Onderwijs kom je de volgende termen tegen:

*Kennis is menselijk kapitaal

*Kennis is kapitaal

*Leren is een lange termijn investering

*De marktwaarde van de leerlingen verhogen.

Het gevolg van dit alles: Succesvolle jongeren zijn in competitie en dus zijn er winnaars en verliezers. Het moet ouders en U, met een onderwijshart toch pijn en verdriet doen als je hoort dat het meest gebruikte scheldwoord van jong tot oud op het schoolplein LOSER is.

Docenten hebben hun pedagogische rol ingeruild en een economisch-juridische verantwoordelijkheid gekregen. De uitdaging is nu na te gaan denken waar het in het onderwijs nu echt om gaat! Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen op zijn eigen niveau, talenten kunnen ontdekken, ook creatief en sociaal en niet alleen in cognitie. Er moet meer aandacht komen voor solidariteit en altruïsme i.p.v. egoïsme en individualisme.

Overigens zijn er al signalen in de maatschappij dat het tij aan het keren is. Jongeren die opgroeien in een hyperindividuele sfeer zoeken nu juist de kracht van het collectief en gaan meer kennis en materie delen. Kijk maar wat er mogelijk is op internet als je wil delen.

Ik hoop dat deze denklijn in de verdere ontwikkeling van het onderwijs zichtbaar zal zijn.

Masterclass “Pijnlijke Contacten”

Ronald Hünneman komt naar onze regio. Hünneman is filosoof en docent bij de studie kunst, cultuur en media aan de universiteit van Groningen. De lezing “Pijnlijke Contacten” is onderdeel van de module “LOB en Kwetsbare Jongeren” die zowel in Oss als in ‘s-Hertogenbosch door een groep mensen gevolgd wordt. Maar omdat de lezing erg interessant is en de zaal groot genoeg is deze ook toegankelijk voor andere geïnteresseerden.

Hünneman was op 5 januari in ‘s-Hertogenbosch en komt op 1 april naar Oss.

Aanmelden is helaas niet meer mogelijk.

Een lezing over de wereld van jongeren, met name die jongeren die sociaal of communicatief minder goed uit de voeten kunnen. Dit is een pakkend, zinvol, bruikbaar, realistisch en erg prettig gebracht verhaal dat continu boeit. Een aanrader, eigenlijk een must voor iedereen die met jongeren aan de slag is. Voor velen zal het een andere manier van kijken naar onze jongeren betekenen.

Hieronder een uitgebreidere beschrijving van de inhoud.

Pijnlijke contacten in de geest van anderen

Door: Ronald Hünneman (docent/onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen)

hunneman

De gedachtesprong waarbij we ons verplaatsen in de geest van een ander is lastig, heel lastig. Zo voelt dat overigens niet voor de meesten van ons. Met speels gemak houden we voortdurend de geest van de mensen om ons heen in de gaten. We hebben een redelijk beeld van de gevoelens en gedachten van onze partners, onze kinderen, familie, vrienden en collega’s. En als we iemand tegenkomen die totaal anders in het leven staat, dan lukt het ons in de meeste gevallen wel om onszelf in haar of zijn positie in te leven.

Voor sommige mensen ligt dat moeilijker. Zij hebben die volautomatische blik op de geest van de ander niet, of in mindere mate. Daardoor zien zij gedachten, gevoelens en motieven niet die voor anderen klip en klaar zijn. Je zou kunnen spreken van sociale slechtziendheid. Daarbij zijn sommigen sociaal blind, anderen sociaal slechtziend, en weer anderen hebben een bril of alleen een leesbrilletje nodig.

Bij het omgaan met mensen met een beperkte sociale blik gaat het er in eerste instantie om een goede beschrijving te geven van wat iemand wel en niet kan. Welke sociale situaties kan iemand nog wel begrijpen, en welke niet? Hoe gaat iemand om met ruzies? Met samenwerken? Met list en bedrog? Met humor, liefde, jaloezie? Met cynisme? Enzovoort, enzovoort. Een dergelijke beschrijving is geen diagnose (het laat niet zien wat de oorzaak is), maar kan wel worden gebruikt om te bepalen op welke punten iemand hulp nodig heeft.

Deze lezing is bedoeld om geïnteresseerden gevoelig te maken voor de problemen van mensen met een beperkte sociale blik. Daarnaast wordt een heldere methode aangereikt om de wereld vanuit een contactarm perspectief te bekijken. Daarbij zal blijken dat normale communicatietechnieken lang niet altijd kunnen worden toegepast, en zelfs het contact pijnlijk kunnen maken. Op basis van dit nieuwe perspectief zal begeleiding van cliënten aangepast of verscherpt kunnen worden, want juist bij een contactstoornis is maatwerk geboden.

Sociale omgeving en sociale intelligentie

Een van de meest lastige aspecten van het werken met mensen is dat er tussen mensen grote verschillen in sociale intelligentie bestaan. De variatie in sociale intelligentie, of sociale handigheid, is minstens zo groot als de spreiding in IQ. Tegelijkertijd is het mensen die sociaal niet zo handig zijn uitermate lastig om zich in onze steeds socialer wordende wereld te handhaven. Niet alleen zorgen nieuwe media en technologie voor een toenemende sociale complexiteit, ook de wijze waarop het onderwijs en instellingen zijn gestructureerd, stelt steeds hogere eisen aan sociale intelligentie. In deze workshop leert u hoe u naar het gedrag van mensen kunt kijken om problemen op het gebied van sociale handigheid te signaleren. Daardoor krijgt u inzicht in de “sociale blindheid” van sommige jongeren en volwassenen. Samen met u zullen we nadenken wat dit betekent voor de sociale inrichting van uw school of instelling.

Save the date: 31 maart

Op 31 maart 2016 organiseren we een regionale bijeenkomst rondom vsv en kwetsbare jongeren.

Hoewel ons regionale vsv-convenant na dit schooljaar afloopt, blijven we ook daarna samenwerken in onze aanpak van vsv. Daarbij gaat er meer aandacht naar de groep jongeren in een kwetsbare positie.

Drie speerpunten

Er zijn regionaal drie speerpunten geformuleerd. Dit zijn:

Overgangen tussen diverse onderwijsinstellingen

Overbelaste jongeren (plusvoorzieningen)

Kwetsbare Jongeren; onderverdeeld in “Stages en Leerbanen” en “Arbeidstoeleiding”

Op de bijeenkomst presenteren we onze aanpak voor de komende jaren.

Noteer!

save-the-date 31 MAART 2016, 15.00-17.30 UUR

 

De digitale inschrijving is geopend:

AANMELDEN KAN HIER!

Met vriendelijke groet,

Ronald Nijhuis, Liesbeth Endendijk,Han Viguurs en Reinoud van Uffelen

Elke student is er eentje

In schooljaar 2014-2015  heeft op het Koning Willem I College  het project A-coach voor het eerst gedraaid. Leden van de Alumnivereniging A-academy hebben zich ingezet om zittende leerlingen te coachen en begeleiden.

“Wat mij zo aansprak aan het idee was de eenvoudige gedachte om voor elkaar iets te kunnen betekenen.” zegt Martine van den Oever van de A-Academy.

“Tijdens mijn eigen studie heb ik ook veel zware periodes gekend, maar altijd een mentor gehad die achter me stond en me overal doorheen trok. Dan moet je natuurlijk wel net die ene uitzonderlijke mentor hebben die daar wat extra tijd voor neemt. Maar waarom alleen een mentor? Dat kunnen wij toch ook voor elkaar betekenen… En daar was mijn motivatie. Ik kijk terug op een jaar waar we misschien maar een paar studenten hebben kunnen helpen. Maar elke student is er eentje! En ik hoop dat we er dit jaar ook zo weer een paar kunnen helpen.”

Er waren afgelopen schooljaar voor de groep coaches ook 4 bijeenkomsten georganiseerd voor kennisdeling, coaching vaardigheden en uitwisseling van ervaringen. De bijeenkomsten werden geleid door Ingrid Mollen, trainer en coach van de Academy of Teaching & Learning. Naast deze bijeenkomsten hebben bijna alle A-coaches één of meerdere leerlingen begeleid. Een van de A-coaches was ook actief in de vrijwillige coaching bij de afdeling SMS.

Wat goed ging:

  • Enthousiaste deelname en betrokkenheid bij de bijeenkomsten.
  • Oppakken van coachingstrajecten door gekoppelde coaches verliep vlot door beschikbaarheid.
  • Leergierigheid op het gebied van coachingsvaardigheden.
  • Naast individuele trajecten zijn er ook groepjes begeleid op het gebied van studievaardigheden en planning.
  • Er is een A-coach Handboek samengesteld, er is een procedure van aanmelding tot en met evaluatie gevolgd, die uniform is en transparant. Hiervoor is dankbaar gebruik gemaakt van de input van de groep vrijwillige SMS coaches.

Wat minder goed ging:

Door de opstart was de coach vaak te laat bij de student, de student was al in een vergevorderd stadium in gevaarzone van VSV

  • Het bleek lastig om studenten vaker dan 2 tot 3 keer te spreken. Het initiatief moest steeds van de coach komen
  • Doordat er niet echt een koppeling tussen afdeling en oud student van die afdeling was verliep het contact tussen mentor en A-coach soms stroef, dwz laat reageren op mail, niet laten weten hoe het verder gaat met student.

Resultaat:

Er zijn in totaal 11 studenten gecoacht van 8 verschillende afdelingen. Hiervan zijn 6 studenten tevreden over de begeleiding die is geboden en zijn de anderen vroegtijdig, na 1 of 2 afspraken met de coach gestopt met het traject. Dit had verschillende redenen.

Afsluiting

acoaches

Op 1 oktober was er een feestelijke uitreiking van een Bewijs van deelname voor de A-coaches en ook de vrijwillige coaches van de afdeling SMS, gekoppeld aan een workshop. Op Facebook meer

Conclusie

De opstart van het project heeft tijd nodig gehad. Nu er meer contacten zijn binnen de afdelingen zal er sneller contact tussen student en A-coach kunnen ontstaan.

Ook zou het goed zijn om oud studenten van/aan de afdeling te koppelen waardoor de zorgcoach of begeleiders van de sectorklassen een kort lijntje hebben waardoor de communicatie directer verloopt.

Mijn advies zou zijn om de werving van A-coaches en de koppeling van deze vrijwillige coaches aan de studenten via de afdeling/sector te laten verlopen.

Voor de trainingsavonden en intervisiebijeenkomsten kunnen de A-coaches aansluiten bij de vrijwillige coaches van de afdeling SMS, die een doorstart maken.

Al met al mogen we tevreden zijn met dit enthousiaste project en de inzet van de oud-studenten.

Alle oud-studenten van de A-Academy bedankt voor jullie inzet en betrokkenheid!

Met vriendelijke groet,

Ingrid Mollen en Reinoud van Uffelen

Samen Verder

Op maandag 19 oktober 2015 wordt de strategische mbo-agenda ‘Samen Verder’ van de gemeente ’s-Hertogenbosch voor de periode 2015-2018 gepresenteerd. De gemeente, het Koning Willem I College en Helicon Opleidingen gaan samen aan de slag om te werken aan kwalitatief, aantrekkelijk en innovatief onderwijs.

Door de gezamenlijke inspanningen van onderwijsinstellingen, werkgevers, overheid en maatschappelijke partners kunnen we jonge mensen goed op weg helpen naar een duurzame en zelfstandige plek in de samenleving. Door onderwijs te bieden dat de talenten van jongeren ontwikkelt. En dat de deelnemers voorbereidt op de snelle veranderingen in de maatschappij en dus ook op de arbeidsmarkt.

De beleidsagenda wordt getekend door Eric Logister, wethouder Onderwijs, Jeanette Noordijk (Koning Willem I College) en Stan Vloet (Helicon Opleidingen).

Mbo levert vakmensen

Het mbo heeft een brede opdracht. Het is de schakel tussen het voortgezet onderwijs en de arbeidsmarkt. Het is vooral het mbo dat vakmensen aflevert, de vakmensen waar nu maar ook in de toekomst behoefte aan is. Contacten met de beroepspraktijk borgen de voortdurende bijstelling van het onderwijsprogramma. Dit stelt ook hoge eisen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van leerbanen en stages.

Schakel naar hbo

Voor steeds meer jonge mensen is het mbo ook de schakel tussen voortgezet onderwijs en hbo. Het mbo moet zijn leerlingen dan ook voldoende theoretische bagage meegeven en zorgen voor een goede aansluiting met het hbo.

Groei

Daarnaast is het mbo ook de plek waar jonge mensen groeien naar volwassenheid. Bij aanvang van de opleiding zijn de meesten nog leerplichtig. Na afloop heeft het overgrote deel een startkwalificatie behaald. Tenslotte heeft het mbo een belangrijke functie in het opleiden van studenten die extra begeleiding nodig hebben of een specifiek traject volgen.

De agenda is niet statisch maar is bedoeld als leidraad voor activiteiten en (bestuurlijk) overleg de komende jaren. Wanneer nodig, wordt de agenda uitgebreid en gewijzigd.

De presentatie van de agenda ‘Samen Verder’ vindt plaats in School voor de Toekomst op het Koning Willem I College op maandag 19 oktober. Inloop vanaf 15.30. Programma met studenten en ondertekening van de agenda van 16.00-17.00. Aansluitend napraten en vooruitkijken onder het genot van een hapje en een drankje.

U kunt zich nog aanmelden:  www.kw1c.nl/mboagenda

————————————————————————————-

Noot voor de pers: voor meer informatie kunt u contact opnemen met Reinoud van Uffelen (06-45596458 of r.vanuffelen@kw1c.nl) of met Henny Wibbelink (06-21844197 of h.wibbelink@s-hertogenbosch.nl)

Connie van Hees en Jeanne van der Kaa van start met Coachklas op Niveau 2

door: Reinoud van Uffelen

Sinds dit schooljaar is er op het Koning Willem I College ook een coachklas op Niveau 2. De klas is gesitueerd op het KMVO. Op het Koning Willem I College bestond er al een coachklas op de Entreeopleidingen en vanuit de aanpak Kwetsbare Jongeren is er nu ook een dergelijke klas voor studenten die op Niveau 2 een opleiding volgen.

Doel van de coachklas is dat door extra ondersteuning te bieden meer studenten doorgaan naar leerjaar 2 en meer studenten de startkwalificatie gaan behalen.

De coachklas is er in ieder geval voor:

  • Studenten die niet in staat zijn om zonder extra begeleiding en persoonlijke aandacht van de school de opleiding met succes af te maken.
  • Studenten die wel de cognitieve capaciteiten hebben, maar gedragsmatig niet in staat zijn om de schoolloopbaan met succes af te ronden.
  • Studenten die onvoldoende profijt hebben van de extra zorg die in de reguliere setting geboden wordt.
  • Studenten die tijdelijk geen stageplaats hebben.

Op dit moment nader wordt nader vorm en inhoud gegeven aan de coachklas. Jeanne van der Kaa en Connie van Hees doen dat in nauwe samenwerking met zorgcoach Margot Segers en jongerenwerker Sivo Brown.

“Pedagogisch uitgangspunt van de coachklas is dat het een klas is waar studenten graag komen, zich welkom voelen en extra begeleiding en steun ervaren’, aldus teamleider Simone Simons. “De coachklas is een fysiek aanwijsbare klas die dagelijks open is”.

“Het is echt een maatwerk traject voor leerlingen die even niet mee kunnen met de groep. Het is dus beslist géén dumpklas” zegt Connie van Hees.