Leerlingen kiezen bewuster

door: Reinoud van Uffelen

Op het Sint-Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch is de afgelopen jaren mede vanuit het VSV-convenant werk gemaakt van de doorstroom vmbo-mbo. Daarbij is voortgeborduurd op het onderzoek van collega Theo Manders die stelde dat de begeleidingslessen in vmbo-4 nog te weinig rendement opleverde. (Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier)

Op 22 mei had ik een gesprek met Jacqueline Ringens (sectordirecteur MAVO) en Roel Scheepens (rector) ter evaluatie van het project waarin het Sint-Janslyceum ook samenwerkte met een aantal andere scholen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Jacqueline Ringens: “Wat we hebben geleerd is toch vooral dat je leerlingen echt kunt helpen bij het maken van een bewustere keuze. Het keuzetraject van leerlingen is nu veel zorgvuldiger dan een aantal jaren geleden en de betrokkenheid van collega’s is groter.”

Dat betekent overigens niet dat er meer leerlingen naar Havo-4 gaan. Het Sint-Janslyceum stond in de regio altijd bekend als de doorstroomschool en dat is langzamerhand aan het veranderen.

“Het doel is dat de leerling op de juiste plek komt en dat is niet per se 4-Havo.” vult Roel Scheepens aan. “Onze uitval in 4-Havo was te groot maar dat kwam ook omdat er veel leerlingen zaten die helemaal niet bewust voor 4-Havo gekozen hadden.”

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Roel Scheepens: “Onze VSV-cijfers zijn het afgelopen jaar verder gedaald en dan vooral in 4-Havo.”

“Maar we kijken natuurlijk verder dan alleen onze eigen cijfertjes.” zegt Jacqueline Ringens. “Als kinderen bewustere keuzes maken dan is dat goed voor hen en voor de maatschappij” en dat wordt weer bevestigd door Scheepens: “Er stromen inderdaad nu minder kinderen door naar 4-Havo, maar ik zie hier veel vmbo-ers die welbewust voor het mbo kiezen en daar is niks mis mee.”

Uit “De staat van het onderwijs – het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs onlangs presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt . Is dat ook zo?

“Ja, op onze school wel, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Dit jaar stromen er 16 van de 147 vmbo-leerlingen door naar 4-Havo. Voorheen waren dat er wel eens 30 of 40 maar misschien is het mbo ook wel een betere plek voor deze kinderen en via het mbo kun je ook stapelen.” zegt Scheepens.

Hoe is er samengewerkt met de andere scholen?

Jacqueline Ringens: “De samenwerking met het Jeroen Bosch College is heel praktisch van aard en hetzelfde geldt voor de samenwerking met Sancta Maria Mavo en VMBO Helicon. Het is goed dat docenten elkaar kennen en elkaar weten te vinden als dat nodig is.”

Roel Scheepens: “Het helpt ook enorm dat alle scholen in Den Bosch dezelfde normen hanteren als het gaat om de overgang naar 4-Havo.”

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Jacqueline Ringens: “We gaan werk maken van het borgen van onze aanpak. Ook als het VSV-convenant afloopt gaan wij gewoon door met het begeleiden van leerlingen in hun keuze- en bewustwordingsproces.”

In het voorjaar van 2016 geeft Jacqueline Ringens een presentatie over het project “aansluiting vmbo-havo” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Advertenties

Het perspectief van de leerling staat voorop

door: Reinoud van Uffelen

“Het perspectief van de leerling moet voorop staan” zegt Anneke Volp vastberaden.

Volp is afdelingsleider Havo 4/5 op het Ds Pierson College en op 19 mei had ik een gesprek met haar en Joanneke van Aller (conrector bovenbouw) over het “Waslijn-project”. Dat woord project is allang achterhaald. ” De Waslijn is geen project maar een manier van werken” aldus van Aller.

De afgelopen jaren is mede vanuit het VSV-convenant ingezet op een nieuwe manier van leerlingbegeleiding in Havo 4/5 en Volp en van Aller zijn zichtbaar trots. “Het team is eigenaar van de werkwijze en de afkorting LOB is niet meer iets van alleen de decaan en de afdelingsleider, maar van het hele team.”

“Als je het perspectief van de leerling voorop zet ben je er nog niet. Er moet ook een duidelijke leerlijn zijn om aan te werken. De vlaggetjes aan die leerlijn vormen eigenlijk de waslijn en in die leerlijn gaat het steeds weer om het perspectief van de leerling en wel op alle fronten. Het gaat om LOB, om schoolresultaten, om het algemeen welzijn van de leerling en ook gewoon heel basaal om de organisatorische dingen die gedaan moeten worden. De mentor is de spin in het web en levert binnen die leerlijn eigenlijk maatwerk voor iedere leerling.” zegt Volp

“En het heeft zeker geholpen dat mensen zich hebben kunnen scholen in oplossingsgericht werken. “ vult van Aller aan. “Voor vakdocenten helpt het enorm dat het perspectief van de leerling voorop staat en dat schoolresultaten daar ook bij horen. En leerlingen willen veel meer dan alleen zesjes halen en zien het mentoruur allang niet meer als een uur dat je ook kunt skippen, maar als een uur waar je iets komt halen voor je eigen ontwikkeling.” aldus Volp.

Van Aller is erg enthousiast over het doorlopend mentoraat in Havo 4/5. “Het helpt enorm in het begin van Havo 5 dat de mentor al zijn leerlingen al kent. Daar hebben we alleen maar voordelen van.” En om maatwerk te leveren is er ook een aparte doublantenmentor. Een rol die met verve wordt ingevuld door collega Mark Sauer, ook geschoold in oplossingsgericht werken. “Ook de schoolbrede thema-avond heeft geholpen. Het helpt ouders als je hen helpt te kijken naar de kwaliteiten van hun kind.”

Ter evaluatie van “De Waslijn” dienden er vier vragen beantwoord te worden, maar zoals zo vaak met onderwijsmensen onder elkaar gebeurde dat vanzelf. Toch een korte weergave:

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Dat als je het perspectief van de leerling voorop zet, kijkt naar de kwaliteiten van de leerling en als team om de leerling heen gaat staan dan gaan er heel veel dingen vervolgens vanzelf. En ook over slechte resultaten kun je positief praten.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Door het zo in te richten zijn mentoren meer een team en is de individuele leerling meer in beeld. Het aantal VSV-ers op een school als het Pierson is te verwaarlozen en de leerlingen die dan toch op het VSV-lijstje staan zijn bekend en in onze beleving vaak helemaal geen VSV-er.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

We hebben samengewerkt met Rodenborch en Het Sint Jans Lyceum. Dat zijn andere scholen met een andere werkwijze, maar ook daar is men er van doordrongen dat het perspectief van de leerling voorop moet staan. De intervisiegesprekken met Henni van Loon (coördinator bovenbouw bij het Rodenborch) zijn zeer waardevol en ook met Frank Meertens van het Sint Jans Lyceum zijn goede contacten. In het extra convenantsjaar zal daar nog wat meer aandacht naar uitgaan. We weten elkaar te vinden waar nodig en als spin off van de samenwerking hebben de scholen een gezamenlijke lenteschool ontwikkeld.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

We gaan gewoon door met de Waslijn, ook na het convenant. Deze manier van werken met leerlingen werkt. We hebben zeker nog wat te winnen als we kijken naar het stapelen van opleidingen en het is een proces dat nooit af is.

In het voorjaar van 2016 geeft Anneke Volp een presentatie over “De Waslijn” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Regisseur worden van je eigen toekomst

door: Reinoud van Uffelen

“Het podium staat klaar, het licht is uit, de spot gaat aan. Het gaat beginnen. Ten tonele verschijnt de acteur. Zodra hij het spotlicht in stapt, is alle aandacht op hem gevestigd.”

Met deze woorden begint Sander van Roy van Sancta Maria Mavo zijn inleiding van het draaiboek Het Changement. Het draaiboek beschrijft de uitwerking van een onderwijsconcept. Het heeft als doel voortijdige schoolverlaters en dreigende afvallers weer op de rails te helpen en te motiveren. Door deel te nemen aan dit programma worden leerlingen positief geprikkeld en krijgen ze een beter inzicht in wie ze zijn en wat ze wél kunnen.

“Met Het Changement proberen we leerlingen weer te laten ervaren dat ze belangrijk zijn en dat, wat er ook gebeurt, zij zelf de regisseur zijn over hun eigen leven.” aldus van Roy.

Wat ooit begon als een project vanuit VSV lijkt inmiddels behoorlijk ingedaald in de school. Sancta Maria Mavo is een kleinschalige school met 430 leerlingen. Binnen het VMBO in ’s-Hertogenbosch e.o. is de Sancta Maria Mavo dé categoriale school.

Op 22 april had ik een gesprek met Arno van Weert en Sander van Roy over “Het Changement”. Het was een leuk gesprek waarbij voor de verantwoording van het project vier vragen beantwoord moesten worden. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf en hieronder kunt u de antwoorden lezen. In het voorjaar van 2016 zal Sander van Roy op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant een interactieve workshop verzorgen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

In eerste instantie was het echt een project en hebben we het ingezet in 3 vmbo en dan vooral voor de zittenblijvers. Zij kregen een ander programma aangeboden gericht op persoonlijkheidsontwikkeling. Inmiddels is het uitgerold in de bovenbouw en volgend jaar zullen we ook zaken kopiëren naar het mentoraat van de onderbouw. Dit is nuttig voor iedere leerling en moet niet afhankelijk zijn van een dagdeel en de drie docenten die in het project zitten. Daarbij helpt het zeker dat we een kleinschalige school zijn. In ons schoolklimaat is het vanzelfsprekend dat leerlingen, ouders en docenten elkaar goed kennen; iedereen wordt gekend en herkend.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Met “Het Changement” helpen we leerlingen uit mineur naar de positiviteit. Je brengt ze of naar de 4e klas of eventueel naar het MBO, maar dan wel met een positieve mindset. De keuze die een leerling eindelijk maakt is een keuze vóór en niet een keuze tegen.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

Wij hebben samengewerkt met het Pierson. Daar heeft “Het Changement” niet als zodanig plaatsgevonden, althans niet onder die naam. Maar we hebben wel elkaar gestimuleerd en ik heb zelf daar een aantal docenten getraind. Op het Pierson is men bezig met het “Waslijn”-project en ook daar draait het om de positieve mindset van de leerling.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Volgend jaar is een overgangsjaar. In de onderwijsvernieuwing waar we mee bezig zijn krijgt het project een plaats. Dat betekent dat als het VSV-convenant afloopt, dat de aanpak ook geborgd is.

Oplossingsgerichte aanpak is niet soft

Door: Melinde Bussemaker in opdracht van Deviante.

Dat rotjoch dat bij docenten het bloed onder de nagels haalt. Stuur je die het liefst de klas uit? Of benader je hem positief en houd je het overkoepelende doel voor ogen: iedereen een startkwalificatie? Saskia van Gils, docent van het Koning Willem I College deed het tweede en verraste zichzelf en de leerling. “Een oplossingsgerichte benadering werkt.”

“Ik moest tien keer slikken toen de leerling die ik achter het behang wilde plakken antwoord op mijn vraag wat ik anders had kunnen doen gaf”, vertelt Saskia. “Hij uitte aardig wat kritiek. Maar vervolgens gaf hij toe dat hij ook wel begrip had voor de situatie en ging hij naar zijn eigen aandeel kijken. De verandering was duidelijk.” Saskia startte dit jaar het project Focus. Als student Special Educations Needs (SEN) leerde ze over oplossingsgericht werken. Dat past ze toe in Focus. Dit project is voor leerlingen niveau 2 die uit de bocht dreigen te vliegen. De oorzaak kan internaliserend zijn, denk aan faalangst en depressie, of externaliserend waarbij de omgeving ook last ondervindt van het slechte gedrag.

 Positief benaderen

“Ik ben aan de slag gegaan met het boek ‘1001 oplossingsgerichte vragen’ van Frederike Bannink. Daaruit heb ik gesprekstechnieken gedestilleerd die zijn verdeeld over een kennismakings-, een voortgangs- en een eindgesprek. Het gaat om hoe je de vragen stelt. Zo besteed je weinig tijd aan het probleem en maak je snel de stap richting de oplossing. Die oplossing moet de leerling zelf aandragen zodat hij er achter staat. Je benadrukt wat er al goed gaat en laat de leerling concrete doelen formuleren hoe het nog beter kan. In een traject van zes weken probeer je die doelstellingen te behalen. Daarbij geef je veel positieve feedback en benadruk je vooral wat er goed gaat.”

Doelen stellen

Ze schaart de leerlingen in drie categorieën. “Voorbijgangers, zij willen liever geen hulp. Klagers, het ligt aan iedereen behalve aan hen. En bezoekers, zij zien hun eigen aandeel in het geheel. Stel, ik heb een gesprek met een klager die lastig te handhaven is in de klas. Dat ligt natuurlijk aan de leraar want hij doet niets fout. Wat doet hij dan goed? Wat kan hij nog beter doen? We stellen dan bijvoorbeeld het doel: rustig blijven, maar dat is niet concreet genoeg. Hoe blijf je rustig? Door naast iemand te zitten die rustig is, je te concentreren op de les en je opdrachten te maken. Die doelen stellen we, drie weken later kijken we hoe dat gaat. De leerling geeft zelf op een schaal van één tot tien aan waar hij staat en waar hij naartoe wil.”

 Stapje voor stapje

Een ander voorbeeld: een leerling is vroeger gepest en heeft het gevoel dat anderen over haar roddelen als ze zachtjes praten, terwijl dit niet zo is. “Deze leerling bedacht als oplossing om in de pauze andere leerlingen op te zoeken en met ze te gaan praten. Dat lukte. Vervolgens stelde ze zichzelf tot doel om haar eigen mening te geven in gesprekken. Stapje voor stapje boekt zo’n leerling vooruitgang.”

 Gewone les

Dit jaar heeft Saskia negen leerlingen begeleid. “Bij de eerste zes leerlingen stelde ik vooraf vast dat de mentoren maar van één op de zes dachten dat die een startkwalificatie ging halen. Achteraf verschoof dit naar vier op de zes. Bovendien hadden de leerlingen zelf een reëler beeld van hun eigen kunnen gekregen.” Een mooi resultaat. De positieve, oplossingsgerichte methodes past ze ook toe in haar gewone lessen. “Je kunt roepen dat die laatste drie leerlingen wéér hun jas nog aan hebben, maar je kunt ook zeggen ‘wat fijn dat vrijwel iedereen al helemaal klaar is voor de les’. Dat kost je zelf ook een stuk minder negatieve energie. En nee, het is geen softe aanpak. De leerling moet inzet tonen om te veranderen.”

Meer info?

Saskia van Gils, s.vangils@kw1c.nl

Leerling kiest vanuit zichzelf

logo_leijgraafDoor: Melinde Bussemaker in opdracht van Deviante.

“Als mbo zien we dat het belangrijk is om leerlingen bij te staan in hun studiekeuze. Hebben ze de juiste keuze gemaakt? Dat is vaak moeilijk op een zo jonge leeftijd. We bieden ondersteuning door begeleiding, advies en gesprekken. Daarbij staan vijf loopbaancompetenties centraal. Deze competenties kunnen ze niet alleen nu maar de rest van hun leven gebruiken bij het maken van loopbaankeuzes en het najagen van doelen. ROC de Leijgraaf neemt daarom deel aan het doorstart stimuleringsproject LOB in MBO”. Aan het woord is Margret Mulders, beleidsmedewerker Onderwijs & Ontwikkeling van ROC De Leijgraaf. “Een leerling moet zelf een keuze maken vanuit de eigen drijfveren. Dat geeft de grootste kans op succes.”

margret

“Eerder volgden docenten trainingen van Nard Kronenberg op het gebied van gespreksvoering in het kader van loopbaanleren. Het afgelopen jaar hebben we diverse mensen een LOB-scan laten doen om te kijken of we goed bezig zijn en wat er beter kan. Daaruit kwam onder meer de wens voor verdere professionalisering naar voren. Inmiddels hebben we onze visie aangescherpt en zetten we de aanpak van de vijf competenties in. Twee van onze docenten volgen de landelijke training tot schoolcoach. Zij moeten deze zomer hun kennis als een olievlek over het ROC uitdragen. Misschien kan dat zelfs schooloverstijgend en in samenwerking met VO-scholen gebeuren.”

 Speerpunt

Alle leerlingen op De Leijgraaf hebben loopbaangesprekken en loopbaangerichte activiteiten. Hoe die precies worden ingevuld verschilt per team. “Maar we willen al onze docenten opleiden om de vijf competenties te hanteren.” Loopbaanbegeleiding is een van de speerpunten van ROC De Leijgraaf. Zo kennen ze het oriëntatie- en keuzetraject SCOREN, voor begeleiding bij het maken van een nieuwe studiekeuze en begeleiding voor jongeren die zijn uitgevallen. Bovendien heeft de school een interne opleidingsfaciliteit: de Leij-Academie.

Kans op succes

Loopbaanbegeleiding en VSV hebben veel raakvlakken. “Han Viguurs en ik hebben de aanpak gebundeld zodat we niet onnodig dubbel werk doen en de activiteiten in de projecten elkaar kunnen versterken. Bij het terugdringen van Voortijdig Schoolverlaten is talentontwikkeling belangrijk. Door de competenties in te zetten komt een leerling erachter wat hij of zij écht wil en kan. Als je vervolgens probeert de wensen en doelen van de leerling te koppelen aan de huidige arbeidsmarkt, maak je het plaatje kloppend. Ik geloof niet dat je een leerling naar een opleiding kunt lokken met mooie cadeaus omdat er op dat vakgebied toevallig veel werk is. Een leerling moet zelf een keuze maken, vanuit de eigen drijfveren. Dat geeft de grootste kans op succes.”

Meer informatie? Margret Mulders, margret.mulders@leijgraaf.nl

5 loopbaanvragen

Het aanpakken van pijnpunten

Door: Melinde Bussemaker in opdracht van Deviante.

Aan het woord is Monaïm Benrida, accountmanager VSV en Implementatie Passend Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Na vijf succesvolle jaren waarin RMC 36 de aanval tegen schooluitval is aangegaan, staat de regio nu voor de uitdagingen van het nieuwe convenant. Regio 36 heeft de afgelopen jaren erg goed gepresteerd: in 2005 stond de teller op 1923 VSV’ers, in 2012 waren dit er 1318. Een resultaat om trots op te zijn. Het is tijd om pas op de plaats te maken en elkaar voor de komende jaren op scherp te zetten. Wat hebben ’s-Hertogenbosch, Oss en omstreken bereikt en wat staat er de komende jaren op het programma? Ik licht het toe.

Het eerste convenant

Het doel van het eerste convenant uit 2007 was om in vier jaar tijd het aantal VSV’ers landelijk gezien terug te brengen naar 35.000. Nederland is verdeeld in 39 regio’s, de RMC’s. Elke regio heeft een contactgemeente en vanuit het convenant ook een contactschool. Die contactschool monitort de projecten, initieert kennisdeling, geeft uitvoering aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst en beheert het budget. Individuele scholen ontvingen een prestatiebonus per gereduceerde VSV’er. De regio haalde haar budget uit de regiogelden per RMC. In 2009 zijn de Plusgelden hieraan toegevoegd. Geld dat beschikbaar is voor de overbelaste leerling. Oftewel voor de leerling die buiten de school een opeenstapeling van problematiek ervaart, bijvoorbeeld door schulden, gebrek aan huisvesting, relatieproblematiek of verslaving. Het eerste kabinet Rutte besloot de aanpak van VSV te continueren. Het convenant werd met een jaar verlengd om vervolgens een nieuw convenant voor drie jaar te tekenen. Het nieuwe doel: 25.000 VSV’ers in 2015. En zo kwam aan het eind van het schooljaar 2011-2012 een eind aan het eerste convenant.

Van generiek naar specifiek  

In Regio 36 is al veel bereikt. Denk aan een betere samenwerking, betere registratie van verzuim, intensievere loopbaanbegeleiding en de ‘warme overdracht’ van het vo naar het mbo. De regio heeft een analyse gemaakt en hieruit blijkt dat er nog een aantal aandachtspunten is. Om het doel te realiseren dienen die punten te worden aangepakt. Landelijk is het doel van het nieuwe convenant (2012-2015) het terugdringen van het aantal VSV’ers naar 25.000, regionaal is het doel onderverdeeld in percentages per opleidingssoort. De regeling maakt onderscheid in vo-onderbouw, vmbo-bovenbouw, havo-vwo-bovenbouw, mbo1, mbo2 en mbo3&4.

Budget inzetten  

Maar waar liggen die aandachtspunten? Aangezien op het vo leerlingen nog leerplichtig zijn, blijkt dat de crux vooral op het mbo zit. Daar is de uitval groter en de grip kleiner. Ook zijn er bepaalde opleidingen die overduidelijk meer uitval hebben dan andere. Een taak om die uitval aan te pakken. Op basis van de aandachtspunten is het geld toegekend. Het grootste deel van het budget gaat naar waar dat het hardste nodig is. Het vo heeft in de aanpak van VSV vooral een voorbereidende rol: het maken van een goede studiekeuze. Het mbo moet dit voortzetten, neemt leerlingen aan via de warme overdracht en houdt verzuim strak in de gaten.

Het wiel uitvinden  


Als ik kijk naar RMC 36 dan zie ik veel mooie resultaten. Ik juich kennisdeling toe. Waarom zou iedereen voor zich het wiel opnieuw uitvinden? Door elkaar te vertellen wat we doen, wat werkt en wat niet, kunnen we elkaar helpen. Leer van elkaars aanpak en oplossingen. Bovendien raad ik aan om naar de leerlingen zelf te kijken. Waarom valt een leerling uit? Oplossingen kunnen simpel en klein zijn, bijvoorbeeld een sluitend rooster, een gezellige kantine of een betrokken mentor. En bedenk: uiteindelijk wíl iedereen iets met zijn of haar leven.

De toekomst


Over twee jaar komt aan het tweede convenant een einde. En tegen die tijd moeten de nieuwe projecten en werkwijze onderdeel zijn geworden van het dagelijkse reilen en zeilen van de scholen. Kwaliteit van onderwijs, een goede verzuimadministratie, kortom een soepel werkend primair proces. Daarmee kunnen we VSV in de toekomst blijven bestrijden.”