Spagaat

Op 1 oktober 2015 nam Paul Schraven afscheid als decaan van de Bossche Vakschool. Paul is nog tot en met december werkzaam voor het regionale programma VSV. In zijn afscheidsspeech maakte hij een statement. Hier een fragment.

Ik wil jullie niet lastig vallen met een lange speech maar hier staat een gelukkig man die terug kan kijken op een mooie onderwijscarrière met leuke ontmoetingen met leerlingen, ouders en collega’s en vele vrienden in onderwijsland. En als je sinds 1970, als twintigjarige, voor het eerst voor een groep staat en nu als vijfenzestigjarige afscheid neemt dan ga je je toch bezinnen en ontkom je er niet aan om een statement te maken. Het is een natuurlijke drang. En in mijn geval is dat geen overpeinzing in mineur in de trant van “vroeger was alles beter”. Nee ik zie een uitdaging voor jullie, voor het onderwijsveld. Ik zie dat het onderwijs in een soort spagaat zit waar we uit moeten komen. Of je nu voor de klas staat, bij Leerplicht werkt of beleidsmaker bent. Ik doel op het volgende: Gisteren was het nog in het nieuws. Ons land is gestegen van plek 8 naar plek 5 op de Mondiale Concurrentie Index van het World Economic Forum. Tevredenheid alom! In 2000, bij de Lissabon akkoorden was immers het doel gesteld dat Europa als economische grootheid moest groeien en ons kikkerlandje is daar onderdeel van. Dus groot feest!

Als liberaal zeg ik; Yes, mooi. Maar er is een keerzijde die wij in het onderwijs helaas ook zien. Op het jubileumcongres ( 9 april 2015-50 jaar) van De Decanenvereniging NVS/NVL sprak Paul Verhaeghe, hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse aan de universiteit van Gent. Hij stelde vast dat het onderwijs ongemerkt een ideologie heeft overgenomen. In beleidsstukken van het ministerie van Onderwijs kom je de volgende termen tegen:

*Kennis is menselijk kapitaal

*Kennis is kapitaal

*Leren is een lange termijn investering

*De marktwaarde van de leerlingen verhogen.

Het gevolg van dit alles: Succesvolle jongeren zijn in competitie en dus zijn er winnaars en verliezers. Het moet ouders en U, met een onderwijshart toch pijn en verdriet doen als je hoort dat het meest gebruikte scheldwoord van jong tot oud op het schoolplein LOSER is.

Docenten hebben hun pedagogische rol ingeruild en een economisch-juridische verantwoordelijkheid gekregen. De uitdaging is nu na te gaan denken waar het in het onderwijs nu echt om gaat! Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen op zijn eigen niveau, talenten kunnen ontdekken, ook creatief en sociaal en niet alleen in cognitie. Er moet meer aandacht komen voor solidariteit en altruïsme i.p.v. egoïsme en individualisme.

Overigens zijn er al signalen in de maatschappij dat het tij aan het keren is. Jongeren die opgroeien in een hyperindividuele sfeer zoeken nu juist de kracht van het collectief en gaan meer kennis en materie delen. Kijk maar wat er mogelijk is op internet als je wil delen.

Ik hoop dat deze denklijn in de verdere ontwikkeling van het onderwijs zichtbaar zal zijn.

Verder kijken dan generieke maatregelen

door Monaim Benrida

Na een jaar of acht werken aan voortijdig schoolverlaten (vsv) hebben we veel bereikt. We zijn bijna bij het doel van maximaal 25.000 vsv’ers. De eerste jaren boekten regio’s winst met maatregelen zoals het goed bijhouden van verzuim en het verder uitbouwen van de loopbaanbegeleiding.

Lees deze column hier verder

Column: Duikpak

door: Reinoud van Uffelen

Duiken is een sport die aan elkaar hangt van allerlei procedures, afspraken en controlemomenten. Duiken doe je altijd met een buddy en met die buddy voer je ook een buddycheck uit. De duiksport kent ook een kwalificatiestructuur waarbij je allerlei brevetten kunt halen en als je in opleiding bent voor zo’n brevet dan horen daar een aantal buitenduiken bij en die doe je met een buddy én een instructeur.

Mijn jongste zoon, 16 jaar is hij, deed vandaag zo’n buitenduik als ultieme afronding van zijn eerste brevet en ik was erbij. De duikclub had een mooie steiger uitgezocht op een half uurtje rijden van onze woonplaats en toen we daar aankwamen bleek mijn zoon zijn duikpak vergeten te zijn. Dat hing nog thuis aan de kapstok. “Potverdomme” was mijn eerste gedachte en ik zei het ook. “Ja, jij luistert ook nooit” zei mijn zoon en ook daar kon ik hem geen ongelijk in geven. Ik weet van mezelf dat ik goed kan luisteren, maar ik weet ook van mezelf dat mijn gedachten, zeker als ik het druk heb met werkbeslommeringen, soms af kunnen dwalen naar van alles en nog wat en als dat het geval is dan luister ik vaak maar half. Ik had hem wel iets horen zeggen en of ik dat in de auto wilde leggen en ik had duikspullen verstaan. De tas met spullen stond onder de trap en ik zei dat hij die zelf maar moest dragen. Hij gooide de tas in de auto en was in de veronderstelling dat ik het duikpak al in de auto had gelegd.

Daar stonden we dus, een half uur van huis, zonder dat duikpak en tot overmaat van ramp ook nog zonder duikschoenen want mijn zoon is een kind van gescheiden ouders en de duikschoenen had hij van de week nog schoongemaakt en “die staan nu nog bij mam”.

Bij de steiger was gelukkig een winkeltje en daar kon ik een duikpak huren met schoentjes erbij. “Doe maar een tientje” zei de man en in mijn portemonnee zaten nog precies twee briefjes van vijf. Mijn zoon stamelde nog “dat betaal ik wel van mijn eigen geld”, maar kon gelukkig nu wel zijn buitenduik gaan maken.

Ik nam plaats op een bankje en keek van een afstandje naar alle jonge duikers en de onvermoeibare vrijwilligers van de club die met liefde voor de sport en de jongeren hun werk deden. Een pittige klus, zeker omdat er ook nogal wat ouders rond krioelden.

Toen moest ik denken aan de lezing die ik twee weken geleden bijwoonde van de Groningse filosoof Ronald Hünneman. Hij vertelde iets wat ik wel wist, maar wat ik toch ook vaak weer vergeet. Hij vertelde dat hersenen groeien van achteren naar voren en dat de groei van de zogenaamde frontale kwab pas na de puberteit is voltooid en dat is iets waar ouders, docenten en eigenlijk alle begeleiders van jonge mensen rekening mee moeten houden. Zij moeten eigenlijk de frontale kwab van het kind zijn.

Maar als vader vind ik juist dat kinderen het meeste leren door te ervaren en te doen en dat betekent dan ook dat ik automatisch een aantal zaken gewoon loslaat en dat ik niet continu die frontale kwab wil zijn. Ik kan me wel druk maken om alles wat er continu mis zou kunnen gaan, maar ik kan ook gewoon accepteren dat dingen soms mis gaan, dat dat niet erg is en dat je daar ook iets van leert.

Als ik mijn rol als frontale kwab goed had vervuld had ik voor het starten van de auto even een procedure moeten doorlopen en moeten checken of duikpak, duikschoenen, duikbril, snorkel, duikvinnen, handdoek, drinken en lunchpakket aanwezig waren. Dan waren we er voor vertrek achter gekomen dat we niet compleet waren en dat had ons dan tien euro gescheeld.

Nu leerden zowel vader en zoon vandaag weer een wijze les en bij het avondeten noemde mijn jongste zoon het gebeurde een communicatiestoornis en dat was het natuurlijk ook. Als ik goed had geluisterd had ik gezegd dat hij zijn duikpak zelf in de auto moest leggen.

Hij mocht overigens twee keer duiken en heeft nu zijn duikbrevet. En die tien euro betaal ik zelf wel.

Deze en andere columns kunt u ook lezen op www.reinoudvanuffelen.nl

Hulp bieden bij ‘min negen maanden’

door Monaïm Benrida, Accountmanager Mbo Kwaliteitsafspraken, aanpak VSV/ Verzuim en Implementatie Passend Onderwijs

“We kennen allemaal wel iemand uit onze jeugd van wie we weten dat hij niet goed terechtgekomen is. Iemand van wie we zeggen ‘eigenlijk zag je al in groep drie dat hij een lastpak was’. Waarom doen we er dan niet al iets aan in groep drie? Op die manier wordt de kans groter dat je problemen voor bent en zeg je niet achteraf ‘dat wisten we eigenlijk wel’.

Lees hier verder

Stop met roepen, ga doen!

door Jeroen Weyers (PVDA wethouder ‘s-Hertogenbosch)

Ik ben er eigenlijk wel klaar mee. Klaar met al die analyses, stoere praat en schijnoplossingen. Laten we nou eens de handen ineen slaan en gewoon doen! Ik heb het over de eindeloze discussies over (criminele) Marokkanen. Dat begint natuurlijk bij Wilders die verschrikkelijke uitspraken doet onder het mom van “benoemen van problemen” en “zeggen wat je denkt”. Maar het benoemen van problemen is al lang geleden gebeurd. Pim Fortuyn heeft begin deze eeuw het onderwerp op de politieke agenda gezet en geen enkele partij ontkent nog dat we in de samenleving te maken hebben met een moeilijke groep Marokkaanse jongeren. Maar Wilders is als een brandweerman die het brandende huis niet blust, maar alleen maar harder roept dat er brand is. Een brandweerman die toekijkt hoe ouders en kinderen die om hulp vragen stikken in plaats van hen uit het brandende huis te halen. Van een brandweerman verwacht je dat hij het huis blust. En van een politicus dat hij maatschappelijke problemen oplost.

Maar niet alleen Wilders faalt hiermee als politicus, ook anderen zijn vooral bezig met stoere praat en schijnoplossingen. “Hardere aanpak criminele jongeren” is een uitspraak die we al jaren horen, maar waarmee je criminaliteit niet voorkomt. Natuurlijk moeten we als samenleving grenzen stellen aan grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit bestraffen. Maar zolang het criminele pad voor vele jongeren een aantrekkelijk alternatief blijft is het dweilen met de kraan open.

De opgave voor de samenleving is dat we kinderen en jongeren de kans geven zich maximaal te ontwikkelen. Dat kinderen opgroeien in een veilige woon- en leefomgeving. In een omgeving waar positief gedrag wordt beloond, armoede afwezig is en de school uitdagingen biedt. We kunnen blijven schermen met cijfers over oververtegenwoordiging van Marokkanen in criminaliteit, maar dezelfde cijfers tonen aan dat sociaal-economische status en schooluitval een veel groter probleem is. We kunnen blijven benoemen, stoere praat uitslaan, repressie inzetten of we gaan echt iets doen.

En als ik het heb over ‘we’ dan bedoel ik de gehele samenleving. Het wordt tijd we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen als inwoners van onze stad buiten de boot dreigen te vallen. Laten we beginnen door te luisteren naar de vragen die leven onder Marokkaanse ouders, jongeren en kinderen. Laten we samen met hen een antwoord formuleren. Ze helpen met vragen over opvoeding, gezondheid en schoolkeuze. Laten we jongeren die dreigen uit te vallen op school intensief begeleiden, samen met het onderwijs maar vooral ook samen met hun directe omgeving. Laten we in gesprek gaan met onze inwoners die overlast ondervinden van Marokkaanse jongeren en ze helpen in hun wijk een prettig leefklimaat te krijgen. Laten we samen met het bedrijfsleven ervoor zorgen dat elke scholier en student een stageplek heeft en een gelijke kans op arbeid. Laten we met elkaar afspreken dat ’s-Hertogenbosch een stad is waar discriminatie niet thuis hoort. Dat we hier geen bedrijven hebben die adverteren dat ze alleen ‘Hollandse’ jongens willen. Maar dat onze bedrijven ‘Bossche’ jongens en meiden een kans bieden, ongeacht hun achtergrond.

De tijd van roepen is voorbij, de tijd van doen is gekomen. Ik wil, ik ga en ik ben in gesprek om tot oplossingen te komen. Dat is niet gemakkelijk, vergt geduld en zal met vallen en opstaan gaan. Maar ik sta voor een ongedeelde stad waar iedereen gelijke kansen verdiend. Doe mee!

 

Over ouderbetrokkenheid

Door: Thijs Philippus (2e jaars student Marketing & Communicatie van het Koning Willem I College)

 Hoe is het gesteld met de betrokkenheid van ouders op het MBO? De leerlingen zijn dan wel bijna volwassen, maar wil dat zeggen dat de hulp, interesse en voornamelijk de betrokkenheid van ouders overbodig is?

Als het gaat om de belangen van het kind (de leerling), dan hebben ouders en onderwijsinstellingen samen een gezamenlijk belang. Dat belang is namelijk het zorgen voor optimale omstandigheden voor de schoolloopbaan van het desbetreffende kind.

Uit onderzoek is gebleken dat dit meer vanzelfsprekend is op het voortgezet onderwijs en het primaire onderwijs (middelbare school en basisschool) dan op het MBO (ROC e.d.).

Leerlingen op het MBO vallen onder de categorie volwassen. Je zou dus denken dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen en dat de hulp van ouders overbodig is. Maar niets is minder waar. In vele gevallen betalen de ouders het schoolgeld, en hebben ze dus het recht om te weten waar hun kind mee bezig is zo’n 30 uur in de week.

Het is feitelijk aangetoond dat ouders weinig betrokken zijn bij de school en opleiding van hun eigen kind wanneer deze op het MBO strandt.

Interesse en betrokkenheid die de ouders tonen in hun kinderen speelt zich vaak thuis af, aan bijvoorbeeld de keukentafel tijdens het avondeten. Daardoor heeft de school geen goed zicht in de betrokkenheid en de ouders geen duidelijk inzicht in de school.

Zo lopen deze twee elkaar totaal mis en is de betrokkenheid soms ver te zoeken. Ook is er weinig bekend over de beeldvorming van ouders over hun zoon of dochter op het mbo. Dit schept voor beide partijen veel onduidelijkheid.

Als ik kijk naar mijn eigen MBO instelling waar ik zo’n 32 uur in de week les volg is het ook matig gesteld met de band tussen ouders en de school. Ze organiseren wel informatieavonden over de stand van zaken op school. Maar dit zijn over het algemeen zaken die voor elke leerling van belang zijn. In een enkel geval worden de ouders geïnformeerd over de omstandigheden van hun kind. Maar dit is vaak alleen aan de orde als het kind niet functioneert naar behoren. Naar mijn mening is dit jammer. een één op één-gesprek met de mentor van de leerling met daarbij de ouders zou in veel gevallen goed zijn voor beide partijen.

Doe dit twee keer per jaar en dit schept voor de ouders een hele bron van verlichting over hun kind. En daarbij zal vanzelf de betrokkenheid en de interesse komen naar wat er allemaal op het ROC gebeurt.

Reinoud van Uffelen stelt zich voor

Mijn naam is Reinoud van Uffelen en ik ben de nieuwe Programmamanager VSV regio Noordoost-Brabant. Ik werk sinds 1994 in het MBO-onderwijs en was de afgelopen jaren actief in de Succesklas en de Startklas van het Koning Willem I College. Ook was ik betrokken bij het Suc6punt, het centrale verzuimloket op het KW1C. Daarnaast werkte ik samen met Paul Schraven van het Hervion College als brugwachter bij de overgang VMBO-MBO in regio 36A.

In het verleden heb ik dus al met de nodige mensen in de regio goed en prettig samengewerkt. In mijn nieuwe functie draait het ook om regionale samenwerking. Ik verheug me er op!

Weet me te vinden als het nodig is!

Reinoud van Uffelen
06 45596458
r.vanuffelen@kw1c.nl
www.reinoudvanuffelen.nl