Hulp bieden bij ‘min negen maanden’

door Monaïm Benrida, Accountmanager Mbo Kwaliteitsafspraken, aanpak VSV/ Verzuim en Implementatie Passend Onderwijs

“We kennen allemaal wel iemand uit onze jeugd van wie we weten dat hij niet goed terechtgekomen is. Iemand van wie we zeggen ‘eigenlijk zag je al in groep drie dat hij een lastpak was’. Waarom doen we er dan niet al iets aan in groep drie? Op die manier wordt de kans groter dat je problemen voor bent en zeg je niet achteraf ‘dat wisten we eigenlijk wel’.

Lees hier verder

Drie letters

door: Reinoud van Uffelen

De afgelopen maanden had ik een aantal gesprekken met collega’s die verstand hebben van communicatie. Ik vind het leuk om te schrijven, maar deze professionals vertelden mij dat ik dat niet altijd volgens de regels doe.

lees hier verder.

Leerlingen kiezen bewuster

door: Reinoud van Uffelen

Op het Sint-Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch is de afgelopen jaren mede vanuit het VSV-convenant werk gemaakt van de doorstroom vmbo-mbo. Daarbij is voortgeborduurd op het onderzoek van collega Theo Manders die stelde dat de begeleidingslessen in vmbo-4 nog te weinig rendement opleverde. (Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier)

Op 22 mei had ik een gesprek met Jacqueline Ringens (sectordirecteur MAVO) en Roel Scheepens (rector) ter evaluatie van het project waarin het Sint-Janslyceum ook samenwerkte met een aantal andere scholen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Jacqueline Ringens: “Wat we hebben geleerd is toch vooral dat je leerlingen echt kunt helpen bij het maken van een bewustere keuze. Het keuzetraject van leerlingen is nu veel zorgvuldiger dan een aantal jaren geleden en de betrokkenheid van collega’s is groter.”

Dat betekent overigens niet dat er meer leerlingen naar Havo-4 gaan. Het Sint-Janslyceum stond in de regio altijd bekend als de doorstroomschool en dat is langzamerhand aan het veranderen.

“Het doel is dat de leerling op de juiste plek komt en dat is niet per se 4-Havo.” vult Roel Scheepens aan. “Onze uitval in 4-Havo was te groot maar dat kwam ook omdat er veel leerlingen zaten die helemaal niet bewust voor 4-Havo gekozen hadden.”

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Roel Scheepens: “Onze VSV-cijfers zijn het afgelopen jaar verder gedaald en dan vooral in 4-Havo.”

“Maar we kijken natuurlijk verder dan alleen onze eigen cijfertjes.” zegt Jacqueline Ringens. “Als kinderen bewustere keuzes maken dan is dat goed voor hen en voor de maatschappij” en dat wordt weer bevestigd door Scheepens: “Er stromen inderdaad nu minder kinderen door naar 4-Havo, maar ik zie hier veel vmbo-ers die welbewust voor het mbo kiezen en daar is niks mis mee.”

Uit “De staat van het onderwijs – het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs onlangs presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt . Is dat ook zo?

“Ja, op onze school wel, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Dit jaar stromen er 16 van de 147 vmbo-leerlingen door naar 4-Havo. Voorheen waren dat er wel eens 30 of 40 maar misschien is het mbo ook wel een betere plek voor deze kinderen en via het mbo kun je ook stapelen.” zegt Scheepens.

Hoe is er samengewerkt met de andere scholen?

Jacqueline Ringens: “De samenwerking met het Jeroen Bosch College is heel praktisch van aard en hetzelfde geldt voor de samenwerking met Sancta Maria Mavo en VMBO Helicon. Het is goed dat docenten elkaar kennen en elkaar weten te vinden als dat nodig is.”

Roel Scheepens: “Het helpt ook enorm dat alle scholen in Den Bosch dezelfde normen hanteren als het gaat om de overgang naar 4-Havo.”

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Jacqueline Ringens: “We gaan werk maken van het borgen van onze aanpak. Ook als het VSV-convenant afloopt gaan wij gewoon door met het begeleiden van leerlingen in hun keuze- en bewustwordingsproces.”

In het voorjaar van 2016 geeft Jacqueline Ringens een presentatie over het project “aansluiting vmbo-havo” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

Havo 4 (g)een brug te ver?

door: Theo Manders

Kansen bieden is niet hetzelfde als een ‘kans op succes’ bieden. Als we naar het rendement van de doorgestroomde vmbo leerlingen in havo 4 kijken zien we dat vooral de voorwaardelijk toegelaten leerlingen duidelijk onderpresteren. In de vier onderzochte jaren wist uit deze groep slechts 35% de eindstreep te halen, de rest heeft de school zonder havo diploma moeten verlaten.

Dit gold zeker niet voor de leerlingen die met de bestaande toelatingsregeling onvoorwaardelijk werden toegelaten. In de onderzochte schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 zijn de succeskansen voor deze groep doorstromers duidelijk hoger dan het landelijk gemiddelde en ongeveer gelijk aan die van de instromende havisten.

Het verschil in succes tussen leerlingen die een 6,5 of een 6,8 als gemiddelde eindcijfer haalden is niet significant. Ik stel dan ook voor een 6,5 als doorstroomeis te handhaven. Hiermee zouden we bovendien een aanzienlijk groter aantal leerlingen de kans bieden om hun studie op de havo voort te zetten.

Uit het onderzoek is gebleken dat het hierboven geschetste beeld de laatste twee onderzochte schooljaren volledig is omgeslagen. Dit geldt voor de succeskansen van de instromende havo 3 leerlingen en in versterkte mate, voor de groep onvoorwaardelijk toegelaten vmbo’ers.
Gebleken is dat er op het Sint-Janslyceum bij diverse vakken grote aansluitingsproblemen zijn ontstaan. Het toegenomen cijferverval in havo 4 is een belangrijke oorzaak voor het in de laatste jaren sterk afnemende doorstroomsucces.

Het is voor het Sint-Janslyceum van belang dat er snel wordt begonnen met het uitwerken van doorlopende leerlijnen. De overgang onderbouw-bovenbouw moet geleidelijk verlopen. Dit geldt voor de inhoud van de stof, de pedagogiek, de didactiek, het aantal toetsen maar ook voor de aard / inhoud van de toetsen. Op veel Nederlandse scholen is er in verband hiermee aandacht gekomen voor de RTTI-methode van toetsing. Het lijkt verstandig dat ook het Sint-Janslyceum zich daar op gaat oriënteren. Om de aansluiting te verbeteren zouden we daarnaast kunnen denken aan, collegiale intervisie, de benoeming van doorstroom coördinatoren (één per vak) en de inzet van bovenbouwdocenten in havo 3 en vmbo 4.

De begeleidingslessen voor vmbo 4 leerlingen in de periode na het eindexamen leveren nog te weinig rendement op. Bij Nederlands en wiskunde zijn kleine successen geboekt maar ook daar scoren leerlingen al drie jaar op rij slechter dan de vergelijkbare havo 3 leerlingen. Bij Engels is er zelfs sprake van een sterk dalende lijn. Het ligt voor de hand om niet pas in juni maar al veel eerder in oktober met deze lessen te beginnen. Omdat leerlingen met een extra examenvak in vmbo 4 een grotere succeskans hebben in havo 4 is het verplicht stellen van een extra vak voor de doorstromers aan te bevelen.

In het kader van de gelijke behandeling van vmbo 4 en havo 3 leerlingen zou een toelating zonder subjectieve doorstroomadviezen te overwegen zijn. Met een doorstroomeis die alleen gebaseerd zou zijn op een gemiddeld schoolonderzoekcijfer van 6,5 of hoger zouden de doorstromers in drie van de vier onderzochte jaren een succeskans hebben gehad die vergelijkbaar was met die van de ingestroomde havisten. In alle onderzochte jaren zouden ze beter hebben gepresteerd dan onder de bestaande doorstroomregeling.

Bij het oplossen van deze aansluitingsproblemen kunnen we ook denken aan een aantal organisatorische oplossingen zoals: een andere lessentabel, de integratie van vakken of de introductie van een aantal keuzemogelijkheden in havo 3.

In het licht van de veranderende exameneisen zouden we als school in een vervolgonderzoek ook eens moeten kijken naar onze eigen overgangsnormen van havo 3 naar havo 4.

Bovenstaande tekst is als samenvatting opgenomen in het “Masteronderzoek van door- en instroom naar havo 4 op het Sint-Janslyceum” door Theo Manders.  Meer weten: t.manders@sjl.nl

SLOB verweven in alle leerlagen van Zwijsen College

Door: Mirande van Beurden

Op het Zwijsen College is Studie- en Loopbaanoriëntatie en Begeleiding (SLOB) een belangrijk onderdeel van het lesaanbod. SLOB is in alle leerlagen verweven. Het wordt steeds belangrijker en blijft zich uitbreiden.

De laatste jaren is er veel geïnvesteerd in educatie voor mentoren. We vinden het belangrijk dat voort te zetten. Mentoren worden steeds kundiger. Je merkt dat ze zich hierdoor ook verantwoordelijker gaan voelen. Ze voelen zich betrokken bij de loopbaan van de leerling. Steeds vaker kunnen zij bieden wat nodig is. Door externe coaching hebben we de docent bewust gemaakt van zijn intrinsieke motivatie. Vanuit eigen ervaring in de loopbaan maken ze de koppeling naar de leerling.

Er wordt alert gereageerd op en intensief aandacht besteed aan leerlingen die dreigen uit te vallen. Mentoren, decaan en teamleiders werken samen om de leerling in kaart te brengen, te ondersteunen en te motiveren de juiste keuze te maken voor de toekomst. Er wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling en benadering van leerlingen. Mentoren krijgen training op maat. De ene mentor ontwikkelt zich in gespreksvaardigheden, terwijl de andere zich verdiept in het studieaanbod.

De algemene tendens is leerlingen stimuleren en laten verdiepen in de loopbaan en waar nodig persoonlijk ondersteunen. We gaan uit van de mogelijkheden van de leerling.

Door SLOB in te zetten en samen te werken met andere scholen is het het Zwijsen College gelukt het percentage schooluitval terug te brengen. Als we de uitval in 2013 en 2014 vergelijken met de 3 voorafgaande jaren constateren we een vermindering van 69,48%. Dat hopen we zo vol te houden.

zwijsen

Het perspectief van de leerling staat voorop

door: Reinoud van Uffelen

“Het perspectief van de leerling moet voorop staan” zegt Anneke Volp vastberaden.

Volp is afdelingsleider Havo 4/5 op het Ds Pierson College en op 19 mei had ik een gesprek met haar en Joanneke van Aller (conrector bovenbouw) over het “Waslijn-project”. Dat woord project is allang achterhaald. ” De Waslijn is geen project maar een manier van werken” aldus van Aller.

De afgelopen jaren is mede vanuit het VSV-convenant ingezet op een nieuwe manier van leerlingbegeleiding in Havo 4/5 en Volp en van Aller zijn zichtbaar trots. “Het team is eigenaar van de werkwijze en de afkorting LOB is niet meer iets van alleen de decaan en de afdelingsleider, maar van het hele team.”

“Als je het perspectief van de leerling voorop zet ben je er nog niet. Er moet ook een duidelijke leerlijn zijn om aan te werken. De vlaggetjes aan die leerlijn vormen eigenlijk de waslijn en in die leerlijn gaat het steeds weer om het perspectief van de leerling en wel op alle fronten. Het gaat om LOB, om schoolresultaten, om het algemeen welzijn van de leerling en ook gewoon heel basaal om de organisatorische dingen die gedaan moeten worden. De mentor is de spin in het web en levert binnen die leerlijn eigenlijk maatwerk voor iedere leerling.” zegt Volp

“En het heeft zeker geholpen dat mensen zich hebben kunnen scholen in oplossingsgericht werken. “ vult van Aller aan. “Voor vakdocenten helpt het enorm dat het perspectief van de leerling voorop staat en dat schoolresultaten daar ook bij horen. En leerlingen willen veel meer dan alleen zesjes halen en zien het mentoruur allang niet meer als een uur dat je ook kunt skippen, maar als een uur waar je iets komt halen voor je eigen ontwikkeling.” aldus Volp.

Van Aller is erg enthousiast over het doorlopend mentoraat in Havo 4/5. “Het helpt enorm in het begin van Havo 5 dat de mentor al zijn leerlingen al kent. Daar hebben we alleen maar voordelen van.” En om maatwerk te leveren is er ook een aparte doublantenmentor. Een rol die met verve wordt ingevuld door collega Mark Sauer, ook geschoold in oplossingsgericht werken. “Ook de schoolbrede thema-avond heeft geholpen. Het helpt ouders als je hen helpt te kijken naar de kwaliteiten van hun kind.”

Ter evaluatie van “De Waslijn” dienden er vier vragen beantwoord te worden, maar zoals zo vaak met onderwijsmensen onder elkaar gebeurde dat vanzelf. Toch een korte weergave:

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

Dat als je het perspectief van de leerling voorop zet, kijkt naar de kwaliteiten van de leerling en als team om de leerling heen gaat staan dan gaan er heel veel dingen vervolgens vanzelf. En ook over slechte resultaten kun je positief praten.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Door het zo in te richten zijn mentoren meer een team en is de individuele leerling meer in beeld. Het aantal VSV-ers op een school als het Pierson is te verwaarlozen en de leerlingen die dan toch op het VSV-lijstje staan zijn bekend en in onze beleving vaak helemaal geen VSV-er.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

We hebben samengewerkt met Rodenborch en Het Sint Jans Lyceum. Dat zijn andere scholen met een andere werkwijze, maar ook daar is men er van doordrongen dat het perspectief van de leerling voorop moet staan. De intervisiegesprekken met Henni van Loon (coördinator bovenbouw bij het Rodenborch) zijn zeer waardevol en ook met Frank Meertens van het Sint Jans Lyceum zijn goede contacten. In het extra convenantsjaar zal daar nog wat meer aandacht naar uitgaan. We weten elkaar te vinden waar nodig en als spin off van de samenwerking hebben de scholen een gezamenlijke lenteschool ontwikkeld.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

We gaan gewoon door met de Waslijn, ook na het convenant. Deze manier van werken met leerlingen werkt. We hebben zeker nog wat te winnen als we kijken naar het stapelen van opleidingen en het is een proces dat nooit af is.

In het voorjaar van 2016 geeft Anneke Volp een presentatie over “De Waslijn” op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant.

90% van de VMBO-ers aangemeld voor vervolgkeuze

Dit jaar werken we in regio Noordoost-Brabant bij de overgang VO-MBO voor het eerst met de producten van Intergrip. Een projectgroep o.l.v. Desirée Vonk begeleidt de implementatie. Verder zitten Paul Schraven (Bossche Vakschool), Eustaach van Lent (ROC de Leijgraaf), Jos Broekman (MBO Helicon) en Iris Franken (ROC de Leijgraaf) aan tafel. Namens Intergrip/Auditconnect sluit Marjolein Veenstra aan.

In regio 36A is men gestart met het product Overstap VO-MBO ter vervanging van het oude product “VSV-manager” en met succes. “Op dit moment heeft  90% van de VO-leerlingen de vervolgkeuze ingevuld”, aldus Desirée.

IMG_2427

Het product legt de verantwoordelijkheid voor de leerlingen bij beide partijen neer. De taak van het voortgezet onderwijs is het vastleggen van de vervolgkeuzes van alle VMBO- en HAVO-leerlingen. Het is aan het MBO om vervolgens te controleren of deze leerlingen ook daadwerkelijk zijn aangekomen.

Deze combinatie zorgt ervoor dat mogelijke risicoleerlingen vroegtijdig gesignaleerd worden. Bovendien kunnen zij zelfs via het systeem overgedragen worden aan Leerplicht.

Wethouder Eric Logister reageerde via Twitter gelijk enthousiast.

In zowel regio 36A als regio 36B wordt dit jaar gewerkt met het Digitaal Doorstroomdossier.

Bij de overdracht van een leerling aan het MBO, overhandigt het VO het zogenaamde doorstroomdossier. Dit dossier bevat alle gegevens die relevant zijn voor de doorstroom naar het middelbaar beroepsonderwijs. In opdracht van verschillende VO’s en MBO’s werd het doorstroomdossier geautomatiseerd. Het resultaat: het Digitaal doorstroomdossier. Hierdoor is het verzamelen en doorsturen van gegevens vele malen sneller, gemakkelijker en effectiever geworden. Bovendien creëert het uniformiteit in de aanmeldingen.

In het Digitaal doorstroomdossier vult de leerling zijn eigen deel in. Dit bestaat onder andere uit persoonsgegevens, aangevuld met informatie over de studieloopbaan en eventuele werkervaring. Om het dossier compleet te maken wordt eveneens het advies van een mentor of decaan opgenomen. Nadat het dossier volledig is ingevuld kan het doorgestuurd worden naar het betreffende MBO, waar het dient als handvat voor de intake van de betreffende leerling.

Regisseur worden van je eigen toekomst

door: Reinoud van Uffelen

“Het podium staat klaar, het licht is uit, de spot gaat aan. Het gaat beginnen. Ten tonele verschijnt de acteur. Zodra hij het spotlicht in stapt, is alle aandacht op hem gevestigd.”

Met deze woorden begint Sander van Roy van Sancta Maria Mavo zijn inleiding van het draaiboek Het Changement. Het draaiboek beschrijft de uitwerking van een onderwijsconcept. Het heeft als doel voortijdige schoolverlaters en dreigende afvallers weer op de rails te helpen en te motiveren. Door deel te nemen aan dit programma worden leerlingen positief geprikkeld en krijgen ze een beter inzicht in wie ze zijn en wat ze wél kunnen.

“Met Het Changement proberen we leerlingen weer te laten ervaren dat ze belangrijk zijn en dat, wat er ook gebeurt, zij zelf de regisseur zijn over hun eigen leven.” aldus van Roy.

Wat ooit begon als een project vanuit VSV lijkt inmiddels behoorlijk ingedaald in de school. Sancta Maria Mavo is een kleinschalige school met 430 leerlingen. Binnen het VMBO in ’s-Hertogenbosch e.o. is de Sancta Maria Mavo dé categoriale school.

Op 22 april had ik een gesprek met Arno van Weert en Sander van Roy over “Het Changement”. Het was een leuk gesprek waarbij voor de verantwoording van het project vier vragen beantwoord moesten worden. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf en hieronder kunt u de antwoorden lezen. In het voorjaar van 2016 zal Sander van Roy op de slotconferentie van ons regionale VSV-convenant een interactieve workshop verzorgen.

Wat heeft u en uw school geleerd van dit project?

In eerste instantie was het echt een project en hebben we het ingezet in 3 vmbo en dan vooral voor de zittenblijvers. Zij kregen een ander programma aangeboden gericht op persoonlijkheidsontwikkeling. Inmiddels is het uitgerold in de bovenbouw en volgend jaar zullen we ook zaken kopiëren naar het mentoraat van de onderbouw. Dit is nuttig voor iedere leerling en moet niet afhankelijk zijn van een dagdeel en de drie docenten die in het project zitten. Daarbij helpt het zeker dat we een kleinschalige school zijn. In ons schoolklimaat is het vanzelfsprekend dat leerlingen, ouders en docenten elkaar goed kennen; iedereen wordt gekend en herkend.

Op welke manier heeft dit project bijgedragen aan bestrijding van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Met “Het Changement” helpen we leerlingen uit mineur naar de positiviteit. Je brengt ze of naar de 4e klas of eventueel naar het MBO, maar dan wel met een positieve mindset. De keuze die een leerling eindelijk maakt is een keuze vóór en niet een keuze tegen.

Hoe heeft spreiding naar de andere scholen plaatsgevonden?

Wij hebben samengewerkt met het Pierson. Daar heeft “Het Changement” niet als zodanig plaatsgevonden, althans niet onder die naam. Maar we hebben wel elkaar gestimuleerd en ik heb zelf daar een aantal docenten getraind. Op het Pierson is men bezig met het “Waslijn”-project en ook daar draait het om de positieve mindset van de leerling.

Wat is uw aanpak in het extra convenantsjaar?

Volgend jaar is een overgangsjaar. In de onderwijsvernieuwing waar we mee bezig zijn krijgt het project een plaats. Dat betekent dat als het VSV-convenant afloopt, dat de aanpak ook geborgd is.

Een digitale methode voor loopbaanoriëntatie op Metameer

door: Harry Flaton

Op het vmbo van Metameer staat loopbaanleren centraal. De kernvragen “wie ben ik”, “wat wil ik” en “wat kan ik” vormen de rode draad in vier jaar onderwijs. Om tot antwoorden te komen op deze vragen worden er loopbaanreflectiegesprekken gevoerd. De afgelopen 2 jaar zijn alle mentoren van klas 2, 3 en 4 geschoold door Nard Kronenberg in het voeren van loopbaanreflectiegesprekken.

De inhoud van de loopbaanreflectietraining is gekoppeld aan de vijf loopbaancompetenties:
-Kwaliteitenreflectie
-Motievenreflectie
-Werkexploratie
-Loopbaansturing
-Netwerken.

Deze vijf loopbaancompetenties vormen de basis voor de digitale LOB-methode Qompas die sinds het schooljaar 2014-2015 wordt ingezet vanaf het tweede leerjaar t/m het vierde leerjaar. Vanaf schooljaar 2015-2016 wordt Qompas ook ingezet in de brugklas

Met deze methode leren de leerlingen vragen over zichzelf beantwoorden(denk aan de eerdergenoemde kernvragen) en testen zij zichzelf. Denk bijvoorbeeld aan een beroepentest en een kwaliteitentest. Testen die je vaker in die vier jaar kan laten terugkomen. De methode bevat uitgebreide informatie over de vakken en programma’s die de sector vmbo op Metameer aanbiedt. De loopbaanreflectiegesprekken hebben een duidelijke rol in Qompas. Ook staat vermeld welke vakken en vaardigheden voor een opleiding vereist zijn.

Persoonlijk dossier/Portfolio LOB

Leerlingen nemen tijdens hun vmbo loopbaan deel aan verschillende activiteiten in en buiten school. Zo zijn er de speeddate en beroependagen in het tweede leerjaar. In de bovenbouw lopen leerlingen stages, bezoeken open dagen en informatieavonden. Ook lopen alle bovenbouwleerlingen een dag mee in het mbo. Daarnaast hebben de vakken met hun vakdocenten hierin ook een rol. Denk aan excursies die leerlingen hebben gehad óf aan pronkstukken van een leerjaar waar zij trots op zijn.
Leerlingen kijken continue terug op deze activiteiten, kijken continue terug op hun ervaringen. Deze ervaringen worden geborgd door de leerlingen in Qompas. Er vormt zich een persoonlijk dossier/portfolio. De mentor voegt daar verslagen en actielijstjes aan toe van de gevoerde loopbaangesprekken. Zo groeit het persoonlijk dossier/portfolio en is de leerling eigenaar van zijn/haar eigen loopbaan.

Mentoren op Udens College beter toegerust

Drie vragen aan Betsie van Kuppen

Hoe is het LOB-traject op uw school opgepakt. Wat is er binnen uw school veranderd door dit traject?

Wij hebben een groep mentoren getraind op het gebied van LRG gesprekken voeren met hun leerlingen. We hebben dit gedaan in groepen tot 10 mentoren. Per groep hebben de mentoren 2 trainingsdagdelen van 4 uur gekregen, verzorgd door de LRG schoolcoaches Yvette van Wijk, Msc. en Betsie Kuppen, decanen Udens College, sector vmbo.

Tussendoor gaan de mentoren aan de slag met het oefenen in de praktijk. Daarnaast wordt er iedere periode minimaal één gesprek opgenomen en besproken met een van de schoolcoaches. (supervisie).

Vervolgens wordt in de derde periode van het schooljaar een intervisie bijeenkomst gehouden. Hierbij zijn de opgenomen gesprekjes onderwerp van intervisie. Mentoren geven elkaar feedback over dat wat ze gezien en geleerd hebben, tops en tips worden uitgewisseld.

Wij zien en ervaren dat mentoren zich beter toegerust voelen om de persoonlijke begeleiding van de mentorleerlingen inhoud en richting te geven. Mentoren ervaren de training als zeer zinvol en hands-on, praktisch nuttig.

Wat neemt u mee van dit traject en hoe borgt u dit in de organisatie?

Wij nemen van dit traject mee, dat wij dit als rode draad in de begeleiding in gaan zetten, met name op de afdeling Basis en Kader zijn we daar het verste mee. Dit schooljaar zijn ook de eerste onderbouw mentoren getraind, ieder jaar gaan we een stapje verder, en zo hopen we de LOB/LRG vlek verder te verspreiden.

Wij hebben met name gekozen om mentoren in eerste instantie hiervoor te vragen, uit te nodigen, waardoor we meer kunnen sturen en met name kartrekkers en initiatiefnemers en enthousiastelingen vooraan zetten. Dat heeft een goede uitwerking op anderen, die ook nieuwsgierig worden, en naar de training gaan vragen: wanneer ben ik dan aan de beurt. Dit werkt heel anders dan verplicht het aan te reiken, dus!

Op welke manier heeft dit traject bijgedragen aan het voorkomen van VSV of meer specifiek Maatschappelijke uitval?

Komend schooljaar gaan we op de afdeling Bovenbouw Beroeps, sub afdeling PIE, starten met het voeren van LRG gesprekken met ALLE leerlingen, als wezenlijk, want kern onderdeel van hun praktijkvak. De vakdocenten die hier nog niet voor getraind zijn, krijgen een speciaal traject aangeboden.

Het is moeilijk om aan te tonen dat dit traject nu al een positieve uitwerking zou hebben op voortijdig schoolverlaten. Bij VSV op het vmbo gaat het meestal over een scala aan problematiek en is de gekozen oplossing vaak een onderdeel van weer een ander probleem.

Ten aanzien van het meer gestroomlijnd doorstromen van vmbo naar mbo ben ik er zeer van overtuigd, dat hier een belangrijke bijdrage wordt geleverd om tot beter toegeruste leerlingen en vervolgkeuzes te geraken bij de grote gemene deler.

Mentoren voeren nu inhoudelijke gesprekken met juist die leerlingen, die dat meer dan gemiddeld nodig hebben: hier is nog een verbeterslag te maken. (zie ook antwoord op vorige vraag)