Stop met roepen, ga doen!

door Jeroen Weyers (PVDA wethouder ‘s-Hertogenbosch)

Ik ben er eigenlijk wel klaar mee. Klaar met al die analyses, stoere praat en schijnoplossingen. Laten we nou eens de handen ineen slaan en gewoon doen! Ik heb het over de eindeloze discussies over (criminele) Marokkanen. Dat begint natuurlijk bij Wilders die verschrikkelijke uitspraken doet onder het mom van “benoemen van problemen” en “zeggen wat je denkt”. Maar het benoemen van problemen is al lang geleden gebeurd. Pim Fortuyn heeft begin deze eeuw het onderwerp op de politieke agenda gezet en geen enkele partij ontkent nog dat we in de samenleving te maken hebben met een moeilijke groep Marokkaanse jongeren. Maar Wilders is als een brandweerman die het brandende huis niet blust, maar alleen maar harder roept dat er brand is. Een brandweerman die toekijkt hoe ouders en kinderen die om hulp vragen stikken in plaats van hen uit het brandende huis te halen. Van een brandweerman verwacht je dat hij het huis blust. En van een politicus dat hij maatschappelijke problemen oplost.

Maar niet alleen Wilders faalt hiermee als politicus, ook anderen zijn vooral bezig met stoere praat en schijnoplossingen. “Hardere aanpak criminele jongeren” is een uitspraak die we al jaren horen, maar waarmee je criminaliteit niet voorkomt. Natuurlijk moeten we als samenleving grenzen stellen aan grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit bestraffen. Maar zolang het criminele pad voor vele jongeren een aantrekkelijk alternatief blijft is het dweilen met de kraan open.

De opgave voor de samenleving is dat we kinderen en jongeren de kans geven zich maximaal te ontwikkelen. Dat kinderen opgroeien in een veilige woon- en leefomgeving. In een omgeving waar positief gedrag wordt beloond, armoede afwezig is en de school uitdagingen biedt. We kunnen blijven schermen met cijfers over oververtegenwoordiging van Marokkanen in criminaliteit, maar dezelfde cijfers tonen aan dat sociaal-economische status en schooluitval een veel groter probleem is. We kunnen blijven benoemen, stoere praat uitslaan, repressie inzetten of we gaan echt iets doen.

En als ik het heb over ‘we’ dan bedoel ik de gehele samenleving. Het wordt tijd we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen als inwoners van onze stad buiten de boot dreigen te vallen. Laten we beginnen door te luisteren naar de vragen die leven onder Marokkaanse ouders, jongeren en kinderen. Laten we samen met hen een antwoord formuleren. Ze helpen met vragen over opvoeding, gezondheid en schoolkeuze. Laten we jongeren die dreigen uit te vallen op school intensief begeleiden, samen met het onderwijs maar vooral ook samen met hun directe omgeving. Laten we in gesprek gaan met onze inwoners die overlast ondervinden van Marokkaanse jongeren en ze helpen in hun wijk een prettig leefklimaat te krijgen. Laten we samen met het bedrijfsleven ervoor zorgen dat elke scholier en student een stageplek heeft en een gelijke kans op arbeid. Laten we met elkaar afspreken dat ’s-Hertogenbosch een stad is waar discriminatie niet thuis hoort. Dat we hier geen bedrijven hebben die adverteren dat ze alleen ‘Hollandse’ jongens willen. Maar dat onze bedrijven ‘Bossche’ jongens en meiden een kans bieden, ongeacht hun achtergrond.

De tijd van roepen is voorbij, de tijd van doen is gekomen. Ik wil, ik ga en ik ben in gesprek om tot oplossingen te komen. Dat is niet gemakkelijk, vergt geduld en zal met vallen en opstaan gaan. Maar ik sta voor een ongedeelde stad waar iedereen gelijke kansen verdiend. Doe mee!

 

Advertenties

Over ouderbetrokkenheid

Door: Thijs Philippus (2e jaars student Marketing & Communicatie van het Koning Willem I College)

 Hoe is het gesteld met de betrokkenheid van ouders op het MBO? De leerlingen zijn dan wel bijna volwassen, maar wil dat zeggen dat de hulp, interesse en voornamelijk de betrokkenheid van ouders overbodig is?

Als het gaat om de belangen van het kind (de leerling), dan hebben ouders en onderwijsinstellingen samen een gezamenlijk belang. Dat belang is namelijk het zorgen voor optimale omstandigheden voor de schoolloopbaan van het desbetreffende kind.

Uit onderzoek is gebleken dat dit meer vanzelfsprekend is op het voortgezet onderwijs en het primaire onderwijs (middelbare school en basisschool) dan op het MBO (ROC e.d.).

Leerlingen op het MBO vallen onder de categorie volwassen. Je zou dus denken dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen en dat de hulp van ouders overbodig is. Maar niets is minder waar. In vele gevallen betalen de ouders het schoolgeld, en hebben ze dus het recht om te weten waar hun kind mee bezig is zo’n 30 uur in de week.

Het is feitelijk aangetoond dat ouders weinig betrokken zijn bij de school en opleiding van hun eigen kind wanneer deze op het MBO strandt.

Interesse en betrokkenheid die de ouders tonen in hun kinderen speelt zich vaak thuis af, aan bijvoorbeeld de keukentafel tijdens het avondeten. Daardoor heeft de school geen goed zicht in de betrokkenheid en de ouders geen duidelijk inzicht in de school.

Zo lopen deze twee elkaar totaal mis en is de betrokkenheid soms ver te zoeken. Ook is er weinig bekend over de beeldvorming van ouders over hun zoon of dochter op het mbo. Dit schept voor beide partijen veel onduidelijkheid.

Als ik kijk naar mijn eigen MBO instelling waar ik zo’n 32 uur in de week les volg is het ook matig gesteld met de band tussen ouders en de school. Ze organiseren wel informatieavonden over de stand van zaken op school. Maar dit zijn over het algemeen zaken die voor elke leerling van belang zijn. In een enkel geval worden de ouders geïnformeerd over de omstandigheden van hun kind. Maar dit is vaak alleen aan de orde als het kind niet functioneert naar behoren. Naar mijn mening is dit jammer. een één op één-gesprek met de mentor van de leerling met daarbij de ouders zou in veel gevallen goed zijn voor beide partijen.

Doe dit twee keer per jaar en dit schept voor de ouders een hele bron van verlichting over hun kind. En daarbij zal vanzelf de betrokkenheid en de interesse komen naar wat er allemaal op het ROC gebeurt.

Stick Together

Door: Willem-Jan de Loos en Elke de Smit (2e jaars studenten Marketing & Communicatie van ROC de Leijgraaf)

Voor de toekomstige positie van de vmbo-leerling op de arbeidsmarkt is een doorgaande scholingslijn en het behalen van een startkwalificatie op minimaal mbo-2 niveau van groot belang. Ondanks alle zorg en voorbereiding die op het vmbo reeds heeft plaatsgevonden ten aanzien van een beroeps- en opleidingskeuze, verloopt de overgang naar de vervolgscholing voor een groot deel van de leerlingen niet zonder problemen.

Wat houdt Stick Together in?

Stick Together is een project dat acht jaar loopt. Op 10 ‘VO’ scholen in regio 36B worden alle examen kandidaten gevolgd tot hun aankomst op het vervolgonderwijs. Dat doen we nu voor het negende jaar en daarmee wordt geprobeerd te voorkomen dat leerlingen voortijdig schoolverlater worden, om welke reden dan ook. Het project is een samenwerking tussen ROC de Leijgraaf en de VO scholen.

Wat gebeurt er wanneer er een leerling niet op een vervolgopleiding terechtkomt?

Dan wordt er contact opgenomen met de decaan of de mentor van de VO school en soms ook met de leerling zelf. Dan wordt er gekeken of de leerplichtambtenaar meteen moet worden ingeschakeld of dat het nog mogelijk is om de leerling alsnog op een opleiding in te schrijven en/of daarbij geholpen kan worden.

Wat is het doel van Stick Together?

Het doel is dat alle leerlingen op een vervolgopleiding terechtkomen. Iedereen moet een startkwalificatie hebben. Dat wil zeggen een certificaat van minimaal niveau 2.

Waarom komt een leerling niet aan op een vervolgopleiding?

Te laat met aanmelden, gedacht dat ze niet zouden slagen, ze weten niet wat ze willen, problemen thuis, zwangerschap, ziekte maar ook een stukje lamlendigheid. Er zijn dus heel veel factoren die mee kunnen spelen.

Zijn er cijfers over het resultaat van het project?

In het verleden was het zo dat 15% van de vmbo-leerlingen niet op een vervolgopleiding terechtkwam, nu is dat teruggedrongen naar slechts 1,5%. Een forse daling dus.

 Succesfactoren programma

  • Vroegtijdige signalering (voor de zomervakantie)
  • Nauwkeurige registratie
  • Snelle interventie door samenwerking met Leerplicht en RMC
  • Sluitende aanpak
  • Samenwerking en netwerken tussen de scholen onderling
  • Warme overdracht zorggegevens

Plusvoorziening regio 36B

door: Steffi Heij en Emre Sariboga (2e jaars studenten Marketing & Communicatie van ROC de Leijgraaf)

In de afgelopen jaren is het aantal voortijdige schoolverlaters gestegen. Daardoor komt plusvoorziening met oplossingen om studenten weer aan het studeren te krijgen.

Er is een interview gehouden met een medewerkster over plusvoorziening. Zij heeft uitgelegd hoe ze te werk gaan en wat ze kunnen betekenen voor voortijdig schoolverlaters.

Wat houdt plusvoorziening nou eigenlijk in?

Plusvoorziening is een potje met geld waarmee scholen maatregelen kunnen verzinnen en nemen om er voor te zorgen dat de leerling toch naar school kan gaan ondanks zijn situatie. Het is bedoeld voor leerlingen in de regio tussen de leeftijd 12 en 23 die op het MBO of de VO zitten, in staat zijn om een MBO niveau 2 diploma te halen en die op school dreigen uit te vallen omdat ze bijvoorbeeld thuis en/of in hun omgeving in een overbelaste situatie zitten.

Het is lastig om als coach erachter te komen hoe de thuissituatie van een leerling is. Een coach/mentor heeft regelmatig gesprekken met de leerling maar het is soms ook te merken aan zijn gedrag en aan zijn punten. De mentor/coach gaat dan een gesprek aan met de leerling over hoe dat komt. De plusvoorziening ondersteunt de leerling niet alleen financieel maar ook bijvoorbeeld met extra coachgesprekken. Scholen hebben een maatschappelijk werker die een verbinding vormt naar de sociale omgeving van de leerling. Ze gaan bijvoorbeeld op bezoek bij het gezin van de leerling.

De missie van de plusvoorziening is de cijfers van voortijdig schoolverlaten laag te houden. De meeste leerlingen die op het MBO zitten en die in aanraking met de plusvoorziening komen, halen hun diploma wel en VO scholen krijgen in ieder geval een passende oplossing voor het probleem van de leerling.

Professionals uit regio 36B klikken hier voor praktische informatie over de plusvoorziening.